Foto AFP/Belga

Na Berlijn, Nice, Brussel … Hoe winnen we de strijd tegen het terrorisme?

2016 is nu definitief het jaar van de terroristische aanslagen. Vandaag is Berlijn in rouw. Gisteren was het Parijs, Brussel, Nice, Saint-Etienne-du-Rouvray, Istanbul, Bagdad, Caïro … Wat te doen tegen dit terrorisme? Hoe kunnen we de strijd tegen IS winnen? De analyse die Herwig Lerouge deze zomer schreef is nog steeds even actueel.

Deze zomer leidden enkele opeenvolgende aanslagen op een paar dagen tijd tot een zeer gespannen klimaat. Het gevaar kan nu altijd en overal toeslaan, zo lijkt het. Kleinere steden werden getroffen, de doelwitten waren divers en de gebruikte wapens liggen binnen ieders handbereik: een bijl, een machete, een vrachtwagen.

Volgens de Franse terrorisme-expert Gilles Kepel “is de IS-oproep om ‘ongelovigen’ te straffen zo diep doorgedrongen dat de jihad nu op eigen kracht lijkt voort te gaan. Er zijn geen orders van bovenaf meer nodig, geen ingewikkelde logistiek. IS bespaart zich dus de moeite om mensen in te lijven en ze op missie te sturen”. (Le Soir, 18 juli 2016)

Mensen met een labiele persoonlijkheid, die psychiatrisch opgevolgd zouden moeten worden, gebruiken IS als kader waarin ze hun zelfmoordneigingen kunnen plaatsen en betekenis geven aan hun waanzin. Dat soort aanslagen zijn onvoorspelbaar en dus ook angstaanjagender.

We mogen terecht verwachten dat er alles aan gedaan wordt om aanslagen te voorkomen en de gevolgen ervan zo klein mogelijk te houden. Om het risico te beperken zijn er eenvoudige maatregelen om grote mensenmassa’s te beveiligen. Maar de hamvraag blijft: hoe aanslagen voorkomen?

Na de aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo begin 2015 kondigde de Belgische regering twaalf antiterreurmaatregelen aan, en na de aanslagen in Parijs in november 2015 nog eens achttien. Sinds 11 september 2001 vaardigden de Europese instellingen 239 gelijksoortige wetten, richtlijnen en andere maatregelen uit. Een enorm aantal, waarvoor dringend een evaluatie nodig is.

Een brede coalitie tegen de jihadisten en hun ronselaars

We kunnen de vijver waarin jihadistische ronselaars hengelen maar droogleggen als alle actoren op het terrein samen de strijd aangaan met de ideeën die jongeren naar het jihadisme leiden. Wie spreekt over een clash van godsdiensten of van beschavingen, die bemoeilijkt die strijd. 

Hakima, de politieagente die door een Algerijn zwaar verwond werd in Charleroi, was zelf van Algerijnse origine. De moordenaar van Nice was alles behalve een praktiserende moslim. Een derde van zijn slachtoffers was daarentegen van Noord-Afrikaanse origine en de meesten van hen waren moslim. 

De strijd tegen IS kan alleen slagen met de actieve steun van de overgrote meerderheid van de moslims. Het is niet in de moskeeën dat jihadstrijders worden gerekruteerd. Door hele wijken of gemeenschappen te brandmerken hou je een groot deel van de bevolking buiten de strijd tegen jihadisme. Compleet onverantwoord is dat, maar het is wel precies wat N-VA-voorzitter De Wever doet wanneer hij het heeft over “een oorlog voor de complete vernietiging van onze superieure moderne beschaving, gevoerd door een ideologie – de radicale islam – die een zekere steun geniet bij de bevolking die hier geboren is”.

Dat deed dus ook minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) toen hij zonder bewijs beweerde dat “een significant deel van de moslimgemeenschap stond te dansen” na de aanslagen, en aankondigde dat hij Molenbeek ging “opkuisen”. 

Hoe anders ging het eraan toe in Saint-Etienne-du-Rouvray (het Franse dorp waar een pastoor werd vermoord), waar de bevolking reageerde met respect voor iedereen. Dat deden ook de religieuze leiders in Frankrijk. Kerk en moskee weigeren uitdrukkelijk in een religieuze oorlog te stappen. Ze brengen hiermee een nederlaag toe aan de IS-strategie die een spiraal van geweld wil ontketenen tussen moslims en extreemrechts, in de hoop dat dit de moslims in hun armen zal drijven.

De strijd tegen rekrutering winnen

In de migrantenwijken die bewerkt worden door de jihadronselaars, hebben ouders, verenigingen en leerkrachten in de eerste plaats behoefte aan hulp in hun strijd tegen de rekrutering, niet aan haataanvallen.

De dader van de moord in Saint-Etienne-du-Rouvray radicaliseerde in minder dan drie maanden, voor de ogen van zijn machteloze familie en vrienden. Zijn moeder vertelde dat “haar opgeruimde en vriendelijke jongen, die van muziek hield en graag met zijn vriendinnetjes op stap ging, zich ineens opsloot, nauwgezet naar de moskee ging en zijn niet-praktiserende familie de les spelde”. Maar de ouders stonden alleen.

Ook scholen en leraars worden aan hun lot overgelaten. Voor we het hebben over de geradicaliseerde jongeren zelf, moeten we eerst kijken naar de jongeren die nog niet geradicaliseerd zijn, maar het wel kunnen worden. Zij moeten gewaarschuwd en beschermd worden. Daarvoor moeten we de jihadpropaganda doorprikken: de ideologie bestrijden met ideeën.

Daarin zou een centrale rol kunnen weggelegd zijn voor een interfederale preventiedienst tegen jihadrekrutering, zoals de PVDA voorstelt. Gezinnen, scholen en verenigingen kunnen dan een beroep doen op advies, of op persoonlijke  opvolging. De preventiedienst moet multidisciplinaire hulp kunnen bieden aan de naasten van een jongere en in staat zijn de jongere te begeleiden in een traject van re-integratie of zelfs bij een programma van des-indoctrinatie als de situatie het vereist. Dat kan op vrijwillige basis, maar indien noodzakelijk kan het ook opgelegd worden door de rechter. In het Canadese Quebec werkt een soortgelijk centrum voortreffelijk.

Anderzijds dient het beleid tegen rekrutering ook een sociaal programma te bevatten, dat strijd voert tegen discriminatie. Bij vele jongeren is de breuk met de samenleving (een gunstige voedingsbodem voor IS) gegrond op terechte kritiek en reële ervaringen.

Mensen die op het terrein actief zijn, luiden hierover al vele jaren de alarmbel. Preventie begint bij integratie. Massale werkloosheid en discriminatie zijn koren op de molen voor IS-ronselaars, die het steeds hebben over “zij tegen wij”. Zij spiegelen de jongeren een wereld voor waar ze dat soort problemen achter zich kunnen laten.

Ronselaars en haatpropaganda vervolgen

Het vervolgen van boodschappen die aanzetten tot haat en terrorisme moet met veel meer kracht gebeuren. Artikel 140 van het Strafwetboek bepaalt dat het strafbaar is terroristische misdrijven te plegen, voor te bereiden, er anderen voor te rekruteren of ze ertoe aan te zetten. Hetzelfde geldt voor wie anderen aanzet tot discriminatie, haat of geweld. De onderzoeksrechter kan een onderzoek instellen naar iedereen die van dergelijke feiten verdacht wordt en de betrokkene in voorlopige hechtenis nemen.

We hebben dus geen nieuwe wetten nodig, wat de N-VA ook moge beweren. Die partij pleit ervoor “de vrijheid van meningsuiting in te perken”. Wat we nodig hebben, is een strenge aanpak van haatzaaiers, uit welke hoek ze ook komen. En als er in gebedsplaatsen, in lokalen of op websites wordt opgeroepen tot haat of terrorisme, dan moeten die gesloten worden. Het probleem is dat die plaatsen tot nu toe veel te weinig zijn opgevolgd. In een rapport van 2015 stipte het Comité P (dat de politiediensten controleert) aan dat slechts één medewerkster belast is met het opsporen van radicalisering op sociale media. Sindsdien heeft de Internet Referral Unit (IRU) – een nieuwe federale politie-eenheid van een tiental (en weldra dertig) agenten tegen radicale sites – 241 accounts afgesloten.

In Frankrijk patrouilleren politieagenten en gewapende militairen al 25 jaar in de steden in het kader van Vigipirate. Het systeem heeft de aanslagen niet kunnen voorkomen … (Foto Petit Louis / Flickr)

Investeer in buurtpolitie

Inlichtingen komende van wijkagenten en plaatselijke informanten worden niet ernstig genomen. Al in de zomer van 2014 linkte de lokale politie van Molenbeek de broers Abdeslam aan dreigende aanslagen. Op 29 juni 2015 klasseerde het federale parket deze melding zonder gevolg. Eind 2015 speelde een Mechelse politie-inspecteur informatie door waaruit zou blijken dat Abid Aberkane geradicaliseerd was en in contact stond met de broers Abdeslam. De Mechelse commissaris gaf dit niet door aan zijn leidinggevenden, terwijl Aberkane in het huis woonde waar Salah Abdeslam ondergedoken zat in maart 2016.

Volgens heel wat experten moeten we ons toeleggen op gerichte informatieverzameling, focussen op verdachten die als een reëel gevaar beschouwd worden, en investeren in een betere verwerking en opvolging van de informatie.

Maar de regering kiest ervoor het leger de straat op te sturen en de aankoop van pantserwagens voor de politie goed te keuren. Ze besteedt driekwart van haar speciale antiterrorismebudget (ca. 300 van de 400 miljoen) om de troepen voor ordehandhaving te versterken, en niet de onderzoekscapaciteit. Al 25 jaar patrouilleren zwaarbewapende politieagenten en militairen in de Franse steden, in het kader van het systeem Vigipirate. Maar dat heeft de aanslag op Charlie Hebdo niet kunnen verhinderen, en de daaropvolgende aanslagen evenmin.

Bij de financiering van de lokale politie, hoewel zwaar getroffen door vroegere bezuinigingen, wordt geen inhaalbeweging voorzien. Door haar taken en aanwezigheid is de buurtpolitie nochtans bij uitstek geschikt voor contact met de meest kwetsbaren in onze samenleving.

De regering wil honderdduizenden gegevens verzamelen, vooral door het cameranetwerk uit te breiden. Nochtans zorgt, volgens experts, de overvloed aan informatie net voor inefficiëntie (Foto Sivinjski Danijel / Flickr)

We verzuipen in de informatiestroom

De regering plant verder honderdduizenden gegevens te verzamelen met behulp van een cameranetwerk, controle van alle nummerplaten in het verkeer en een gigantische databank met alle passagiersgegevens van vliegtuigen, bussen, treinen en boten.

Het probleem is evenwel niet dat de inlichtingendiensten onvoldoende bevoegdheden hebben, noch een gebrek aan inlichtingen. Wat mankeert is de capaciteit om al die gegevens te verwerken. In Frankrijk stonden alle daders van de recente aanslagen al op de lijst S14 van potentiële jihadisten. De Belgische geweldplegers waren ook al bekend bij politie en inlichtingendiensten. Maar de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, evenals de onderzoeksrechters, hebben net zo goed te lijden gehad onder de jongste besparingsrondes. Zij hebben noch het juiste materieel, noch de goede middelen. Volgens een rapport van het Comité P zou de gegevensbank van de DJSOC/Terro een jaar buiten gebruik geweest zijn, tot in de zomer van 2015!

Vrijheden beperken is een overwinning voor IS

De Wever wil dat zowel de burgemeester als de politie om het even wie mogen opsluiten, afluisteren, schaduwen en ook zijn of haar e-mailverkeer lezen, zonder toestemming van de onderzoeksrechter. Dat is al het geval in Frankrijk sinds de noodtoestand werd afgekondigd. Een Franse parlementaire onderzoekscommissie die de strijd tegen terrorisme bestudeert, kwam op 5 juli van dit jaar tot de conclusie dat die noodtoestand maar een beperkt effect heeft op de veiligheid. In het kader van de noodtoestand heeft de Franse politie bijna 3.600 administratieve huiszoekingen verricht en 400 personen, waaronder politieke militanten, huisarrest opgelegd. Tot nu toe is uit die maatregelen in slechts zes gevallen een crimineel onderzoek opgestart dat verband houdt met terrorisme. Anderzijds heeft een dertigtal onterechte operaties zware gevolgen gehad, zoals jobverlies, getraumatiseerde kinderen of schade aan doorzochte woningen.

De Wever doet alsof er momenteel geen enkel juridisch middel is om preventief tegen verdachten op te treden. Justitie kan een individu wel degelijk schaduwen, zijn of haar GSM afluisteren en aanhouden, maar dan is het de onderzoeksrechter die dat beslist, niet de burgemeester of de politiecommissaris.

De scheiding der machten is een van de grondbeginselen van een rechtsstaat. De rechterlijke macht dient bescherming te bieden tegen willekeur en werkt als tegenwicht voor de uitvoerende macht. De scheiding der machten negeren en het rechterlijke tegenwicht opzijschuiven zou een zeer gevaarlijk instrument zijn, dat gemakkelijk tegen politieke tegenstanders gebruikt zou kunnen worden.

Wij bestrijden het terrorisme om onze veiligheid en onze zwaar bevochten democratische vrijheden te bewaren: de vrijheid van meningsuiting, de scheiding tussen Kerk en Staat, de scheiding der machten, de gelijkheid van man en vrouw, het verbod op discriminatie… De rechtsstaat met de voeten treden betekent dat we ons gewonnen geven aan de terroristen.

Dinsdag 7 juni organiseerden de magistraten en het personeel van Justitie protestacties tegen de besparingen in justitie (hier in Antwerpen). Ze klagen aan dat de uitvoerende macht te veel macht heeft over de rechterlijke en dat de overheid dat enkel erger maakt. De scheiding der machten is nochtans een van de fundamenten van de rechtsstaat. (Foto Solidair, Jacobus Verschueren)

We kunnen het ook anders aanpakken

Het Belgische antiterrorismebeleid verdient een debat ten gronde. We kunnen het probleem ook aanpakken zoals ze dat in Spanje doen. Voor Baltasar Garzon, voormalig onderzoeksrechter in Spanje, beroemd omdat hij in 1998 Augusto Pinochet liet arresteren, en Dolores Delgado Garcìa, coördinatrice in de strijd tegen terrorisme, bestaat de kunst erin ons niet te laten meeslepen in een ‘confrontatielogica’. “Na de aanslagen van 2004 in Madrid”, legt Dolores Delgado uit in De Standaard (02/01/2016), “hebben wij niet de noodtoestand afgekondigd, en ook geen uitzonderingswetten gestemd. We hebben daarentegen wel de rechtsstaat sterker gemaakt.” Er moest immers een betere coördinatie komen tussen gerechtelijke overheid, politie en inlichtingendiensten. “We hebben toen gespecialiseerde magistraten, vertalers en analisten aangesteld. Zij werkten met een net van tipgevers, en ze moesten vooral het mikpunt goed in de gaten houden. (…) Geen oorlogsverklaringen of racisme. De slachtoffers vroegen om gerechtigheid. De daders aanhouden en bestraffen. Na 3 jaar zijn alle daders voor de rechter verschenen. Zorg voor veiligheid, maar zonder het systeem te vernietigen dat je zegt te verdedigen.”

Dit artikel komt uit het maandblad Solidair van september 2016Abonnement.

Commentaar toevoegen

Reacties

Het lezen van dit artikel doet mij vermoeden dat de auteur de koran nooit gelezen (of niet begrepen) heeft. Groeten, Paul