Foto Ver.di

Na de metaalarbeiders komen de Duitse publieke diensten in actie

auteur: 

Alice Bernard

“We willen 6% loonsverhoging en minstens 200 euro per maand extra voor de laagste lonen.” Sinds het begin van de week hebben in Duitsland dagelijks tot 35.000 werknemers uit de openbare sector gestaakt. De metaalarbeiders hebben onder meer een loonsverhoging van 4,3% kunnen bekomen. Waarom zouden de 3 miljoen werknemers in de openbare dienst dat dan ook niet kunnen?

Op 12 en 13 maart vond in Potsdam de tweede onderhandelingsronde plaats tussen vakbonden en werkgevers van de overheidssector. De werkgevers hadden geen enkel voorstel en bestempelden de eisen van de vakbond Ver.di als te hoog gegrepen en structureel schadelijk. Thomas Böhle, voorzitter van de Vereniging van Gemeentelijke Werkgeversorganisaties VKA, probeerde de bevolking op te zetten tegen de eisen van Ver.di. Hij zei bijvoorbeeld dat werknemers met een laag inkomen in de openbare sector al meer verdienen dan werknemers in de privésector. Met andere woorden, ze zijn al bevoordeeld.

Nochtans gaat het uitstekend met de belastinginkomsten. In 2018 zal het belastingoverschot meer dan 45 miljard euro bedragen. De werknemers van de overheidsdiensten hebben daarom besloten actie te voeren om ook mee te kunnen genieten van deze economische bloei. Voor Frank Bsirske, voorzitter van Ver.di, is het glashelder: “We willen een aanzienlijke inkomensstijging voor iedereen en die moet voldoende zijn, vooral voor de lage en gematigde lonen. De werkgevers moeten beseffen dat de rooskleurige economische situatie ook haar uitwerking moet hebben op het loonstrookje.” Dat is nodig als we willen dat de overheidssector aantrekkelijk blijft voor werknemers. Bovenop de loonsverhoging eist de vakbond ook 100 euro per maand meer voor leerjongens/meisjes en stagiairs, 30 dagen vakantie en de zekerheid dat ze na het einde van hun stageperiode aangeworven worden.

Wolfgang Pieper, federaal directielid van Ver.di, zei aan de pers: “De eisen zijn gerechtvaardigd, de werknemers moeten er dan ook voluit voor gaan en een belangrijk signaal geven door waarschuwingsstakingen!” Op 20 maart bijvoorbeeld kwamen honderden werknemers samen op het grootste plein van Dortmund. “Omdat we het waard zijn”, stond in grote letters te lezen op hun zelfgemaakte jasjes en spandoeken. Werknemers uit tal van openbare instellingen in Düsseldorf, van de gemeentelijke administratie, het openbaar vervoer, ziekenhuizen, kinderopvangcentra en van de vuilnisophaaldienst gingen niet werken.

Dat scenario herhaalt zich in de meeste grote steden van het land. Dirk Iwers, van de stadsreinigingsdienst van Hamburg, steunt de staking: “Het is een schande voor een land als het onze dat iemand die fulltime werkt na het werk huisvestingshulp moet gaan vragen of zijn kinderen moet uitleggen dat er geen geld is om de schoolreis te betalen. We hebben een minimumbedrag nodig opdat onze collega’s de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Politici die zoiets weigeren, zijn ronduit arrogant.” Een groep opvoeders uit de stad Hilden trok eveneens naar Düsseldorf om te betogen: “Onze aanwezigheid hier is belangrijk. Vandaag gaat het slechts om een staking van één dag, maar ook als er nog meer volgen, zullen we er zeker bij zijn”.

De vakbond heeft al aangekondigd dat er de week na Pasen een nieuwe stakingsgolf komt. Als de werknemers uit de openbare sector hun acties kunnen voortzetten op de georganiseerde, eensgezinde en vastberaden manier van de metaalarbeiders, dan kunnen ze een significante en welverdiende loonsverhoging uit de brand slepen.