Na twee jaar strijd keurt het Brussels Parlement praktijktesten goed

Het Brussels Parlement heeft op vrijdag 13 oktober de antidiscriminatie-ordonnantie aangenomen. Voor de eerste keer in België kan de sociale inspectie discriminaties bij aanwervingen controleren aan de hand van  praktijktesten. Dit is het resultaat van een campagne van twee jaar. Een interview met Youssef Handichi, Brussels parlementslid van de PVDA en motor van de mobilisatie.

Kunt u kort uitleggen wat een praktijktest inhoudt?

Youssef Handichi. Het is een doeltreffend instrument om te bewijzen dat discriminatie bestaat en bestraft moet worden. Twee mensen met dezelfde competenties stellen zich kandidaat. Het enige verschil ligt in wat we in de praktijktest willen nagaan: naam, huidskleur, afkomst. Als er verschil in behandeling is, dan is er sprake van discriminatie. De zaak Samira/Cécile, die begin 2016 onthuld werd door de PVDA, heeft geholpen om de praktijktesten bij het grote publiek bekend te maken. Deze jonge lerares Frans werd afgewezen door een hogeschool in Jette als Samira, maar kreeg onmiddellijk een afspraak als Cécile.

U stelde al in 2015 dat de sociale inspecties praktijktesten moeten kunnen uitvoeren. Het Brusselse Parlement maakt dit nu mogelijk. Een primeur in België?

Youssef Handichi. Dit is een stap in de goede richting. Een broodnodige stap, als je kijkt naar de realiteit van de cijfers over discriminatie op de arbeidsmarkt. België is een van de slechtste leerlingen in Europa. De arbeidsparticipatie van 20-60-jarigen vertoont een kloof van 30 tot 37 % tussen de Belgische werknemers en werknemers met een migratieachtergrond. De ongelijkheid heeft te  maken met afkomst, cultuur, huidskleur, religie en sociale verschillen. We hebben geen tijd te verliezen om ongelijkheid en discriminatie te bestrijden. Hoeveel generaties moeten we nog wachten op een samenleving zonder discriminatie?

Als ik het goed begrijp, heeft het meer dan een jaar van mobilisatie gevergd om dit te bekomen?

Youssef Handichi. En dat is dan nog zachtjes uitgedrukt. In 2015 is het platform Praktijktesten Nu in Vlaanderen op de politieke agenda gekomen. In Brussel was er sinds januari 2016 een campagne nodig van vele mensen en organisaties toen de zaak Samira/Cecile uitbrak. Daarom feliciteer ik iedereen die in actie is gekomen: de verenigingen, vakbonden, advocaten, leden van de anti-discriminatie groep van de PVDA, die duizend handtekeningen ophaalden voor de praktijktesten en die verschillende acties organiseerden. Ik bedank ook de deskundigen die in het Parlement getuigden en leden van andere politieke partijen die de lijnen in hun partij uitgezet hebben. Ik denk ook aan alle slachtoffers die uiteindelijk tot het besluit zijn gekomen dat ze niet langer willen gediscrimineerd worden. En vooral dan Samira/Cecile, die de moed had om te getuigen en contact heeft opgenomen met de PVDA om te zien hoever we samen konden gaan. Samen zijn we erin geslaagd om de praktijktesten bekend te maken bij een ruimer publiek. Vroeger was dit iets voor specialisten ... Samen hebben we de Brusselse regering van gedacht doen veranderen. Want het moet gezegd, deze overwinning is er niet vanzelf gekomen. Toen ik in januari 2016 minister Gosuin interpelleerde over de praktijktesten, zei hij dat hij vanuit de hoogte dat hij daar niet voor bevoegd is. Gelukkig zijn de standpunten sindsdien gewijzigd.

Wat is er veranderd?

Youssef Handichi. Door de antidiscriminatie-ordonnantie die op vrijdag 13 oktober goedgekeurd werd, kan de sociale inspectie tegen discriminatie optreden en erkent ze de praktijktesten als een instrument voor de burgers. Dit is een primeur in België. De Brusselse regering interpreteert haar bevoegdheden inzake werkgelegenheid zeer breed om de reikwijdte van de praktijktesten uit te diepen. De overheid zou zich kunnen beperken tot uitzendkantoren en bedrijven die gebruikmaken van dienstenchecques. Maar ze heeft de praktijktesten uitgebreid tot de privésector met de mogelijkheid om regionale subsidies te bevriezen als er bewijs is van discriminatie. Slachtoffers en verenigingen kunnen ook gebruikmaken van de praktijktesten … De nieuwe ordonnantie is een stap in de goede richting, maar ik betwijfel of ze volstaat om discriminatie te bestrijden.

Wat kan de ordonnantie meer slagkracht bieden?

Youssef Handichi. De grootste lacune is dat de sociale inspectie enkel praktijktesten kan uitvoeren na klachten of als er ernstige aanwijzingen zijn van discriminatie. Dit beperkt in sterke mate de uitvoering van de praktijktesten. Dat was ook de bedoeling van minister Gosuin: hij wil de praktijktesten ‘spaarzaam’ gebruiken. Zo plooit hij voor de federatie van Brusselse patroons (BEVI) die niet wil weten van praktijktesten. Op deze manier zullen de praktijkteksten alleen de al gemelde discriminaties bevestigen. Het is alsof het voedselagentschap alleen restaurants zou controleren waar er gekende problemen zijn.

Met de PVDA vinden we dat de praktijktesten moeten helpen om discriminaties op te sporen. Praktijkteksten kunnen een effectief instrument zijn, indien ze ambitieus en systematisch worden toegepast, op een offensieve en proactieve wijze, om te controleren en overtreders te bestraffen. Als het proactief testen onmogelijk is, maken we ons geen illusies over de effectiviteit van de praktijktesten. Het risico is groot dat er alleen zachte praktijktesten worden uitgevoerd, louter om te sensibiliseren. We hebben nu wel een krachtig instrument tegen discriminatie, maar de regering wil daar niet effectief gebruik van maken. De maatregel van de Brusselse regering heeft een belangrijke symbolische waarde, maar dreigt uiteindelijk uit te draaien op een ‘Canada Dry’ versie van de praktijktesten. Een light versie die lijkt op een praktijktest, maar er helemaal geen is.

Een tweede zwak punt is het ontbreken van een wettelijke bescherming van de slachtoffers en de verenigingen die praktijktesten uitvoeren, voor het geval dat ze ervan worden beschuldigd dat ze een valse identiteit gebruiken. De inspecteurs mogen dat wel, de burgers niet. De Raad van State zelf zegt dat het niet duidelijk is.

Wat is de volgende stap?

Youssef Handichi. Ik zie drie uitdagingen op korte en middellange termijn. In de eerste plaats is er een doorbraak gerealiseerd in de strijd tegen discriminatie en moeten we hier volop gebruik van maken en die nog uitbreiden. Zijn de praktijktesten alleen reactief, na klachten? Dat is te weinig! We roepen het middenveld en de slachtoffers van discriminatie op voluit de praktijktest te gebruiken zoals voorgeschreven door de wet. Dien klachten in! Vandaag dienen negen op de tien gediscrimineerde mensen geen klacht in, omdat er toch niets van komt. Nu kunnen de praktijktesten door de sociale inspectie leiden tot echte veroordelingen. Laat ons de druk op de sociale inspectiediensten opvoeren en meer zaken als Samira/Cécile bekend maken. We willen een eind maken aan de straffeloosheid.

Een tweede uitdaging is om praktijktesten ook mogelijk te maken voor de woningmarkt. De PVDA heeft hiervoor amendementen ingediend, maar zonder mobilisatie zullen de regeringspartijen dat tegenhouden. We weten wat we moeten doen.

De PVDA vraagt ook een versterking van de huidige sociale inspectie, de oprichting van een regionale inspectie van gelijkheid die praktijktesten op alle terreinen van het leven kan doorvoeren. Op de arbeidsmarkt, de woningmarkt, het onderwijs, maar ook in dancings en cafés ... Een inspectie die de middelen krijgt om de praktijktesten systematisch en proactief in te zetten, met bestraffing van bedrijven die discrimineren. Een inspectie die erop toeziet dat de gelijke behandeling van onze burgers de prioriteit krijgt die ze verdient. Dat is iets anders dan de taak van de sociale inspectie.

Wat is de betekenis van de Brusselse ordonnantie voor het federale niveau?

Youssef Handichi. Niets kan een idee tegenhouden wanneer de tijd ervoor rijp is. Het Brusselse besluit is een springplank om de strijd voor praktijktesten op nationaal niveau te versterken. De Brusselse ordonnantie weerlegt de uitvluchten van de federale en de Vlaamse overheid om niets te ondernemen. Zodra de federale en de Vlaamse regering volgen, moeten we de druk opvoeren om ook op federaal niveau een inspectiedienst op te richten die toezicht op de gelijke behandeling van de burgers, gebaseerd op het voorbeeld van Brussel.

In een maatschappij die structureel discrimineert, zou het een positief signaal voor onze multiculturele jeugd zijn als de overheden opkomen voor een inclusieve maatschappij waarin iedereen een plek heeft.