Nicole Naert op het spreekgestoelte van de Antwerpse provincieraad. Op 25 meil wil ze er mee voor zorgen dat Peter Mertens verkozen geraakt in het Parlement.

Nicole Naert: “Mijn mandaat is van de partij, de vergoeding die ik ervoor krijg dus ook”

Nicole Naert is Antwerps provincieraadslid voor de PVDA+. Haar zitpenningen, die geeft ze aan de partij. “En ik voel mij daar goed bij. Ik kan nog in de spiegel kijken en weten dat ik geen zakkenvuller ben.”

Nicole Naert uit Berchem is gepensioneerd belastingambtenaar, voormalig vakbondssecretaris ACOD en straks kandidaat voor de PVDA+ voor het Vlaams Parlement in Antwerpen (plaats 26). Sinds december 2012 zetelt ze in de Antwerpse provincieraad.

“Bruto heb ik 6.900 verdiend als provincieraadslid”, vertelt ze. “Dat had nog meer kunnen zijn, maar omdat ik nog geen 65 ben, mag ik mijn zitpenningen maar tot 7.500 euro cumuleren met mijn pensioen. Ik heb dus zowat de helft van het jaar de aanwezigheidslijst getekend met de vermelding ‘geen zitpenningen’, om niet boven dat bedrag te komen met mijn zitpenningen. Het nettobedrag – ik heb het hier bij mij: 4.542, 28 euro – heb ik afgegeven aan de partij.”

Hebt u daar hard voor moeten werken?

Nicole Naert. Ik vind die zitpenningen in elk geval veel te hoog. Sommige commissiezittingen duren maar 20 minuten of een half uur en je krijgt er 201 euro bruto voor, zo’n 123 euro netto. Dat is goed verdiend, hè. Een redelijk loon is 1500 à 1600 euro netto. Wie zo'n loon heeft, moet drie maanden werken voor 4.542 euro, terwijl ik er alles samen drie weken voor heb moeten werken.

U gaf dat geld aan de PVDA. Waarom?

Nicole Naert. Ten eerste omdat het mandaat dat ik uitvoer een mandaat van de partij is. Ik zie het zo: ik heb deze taak – namelijk: zetelen in de provincieraad – gekregen van de partij. Ik beschouw de vergoeding die ik daarvoor ontvang, dan ook als geld van de partij. Punt.

Er zijn zoveel mensen die veel werk opknappen voor de partij en die krijgen daar geen zitpenningen voor. Ik zou het niet oké vinden dat de ene partijmedewerker meer verdient dan de andere

Er zijn zoveel mensen die veel werk opknappen voor de partij en die krijgen daar geen zitpenningen voor. Ik zou het niet oké vinden dat de ene partijmedewerker meer verdient dan de andere. We werken uiteindelijk allemaal voor dezelfde partij en voor hetzelfde doel. Ik wil gelijkheid tussen alle kameraden die voor de partij werken, welke taak ze ook uitvoeren. Bij mij is dat nu toevallig die politieke taak. Dat is iets dat bij mij heel erg meespeelt... Ik ben heel blij dat ik dat aan de partij kán afgeven.

Ten tweede, zo kan ik ook blijven leven aan een gemiddeld werknemersloon. Ik wil nog weten wat het is om te leven als een gewoon mens. Veel van mijn collega’s in de provincieraad voelen dat niet meer.

Met een gemiddeld maandloon van pakweg 1.600 euro moet je al beginnen op te letten. Als je dat weet, dan begrijp je de situatie van de mensen. Zelfs voor heel veel mensen die een gewoon inkomen hebben, duurt een maand soms al een week te lang. De meeste politici weten dat écht niet meer. 

Peter Mertens en Raoul Hedebouw hebben al een paar keer expliciet bevestigd dat zij in het parlement zullen zetelen tegen een gemiddeld werknemersloon. Een goeie zaak?

Nicole Naert. Absoluut. Veertien dagen geleden had ik op een markt een discussie met enkele mensen. Ze vroegen mij: “Wat gaan jullie doen met het geld dat jullie in het parlement gaan verdienen?” Ik zei dat dat geld aan de partij toekomt. Wel, die mensen apprecieerden dat enorm. Politiekers hebben echt de naam zakkenvullers te zijn. Het feit dat wij dat afgeven is een heel goede zaak. Het brengt de politiek terug onder de mensen.

Ik voel mij er echt goed bij dat we dat geld afgeven. Ik kan nog in de spiegel kijken en weten dat ik geen zakkenvuller ben. En dat geeft een goed gevoel.