"Wij gaan uw crisis niet betalen". (Foto Alessandro Capotondi/Flickr)

Nieuwe Italiaanse regering maakt komaf met mythe van Europese integratie

auteur: 

Marc Botenga

Italië heeft een nieuwe regering. De alliantie tussen de populisten van de Vijf Sterrenbeweging en de extreem rechtse Lega baart de Europese Unie zorgen. De nieuwe regering zou wel eens tegen de Europese verdragen kunnen ingaan. Toch is de vraag vooral: hoe is het tot deze regering kunnen komen? Want dat legt de limieten van Europese integratie helemaal bloot.

“We kunnen alleen maar aanraden om de inspanningen op vlak van economische en financiële politiek vol te houden, de groei te stimuleren via hervormingen en het begrotingstekort onder controle te houden.”  Zelfs voor de officiële vorming van de regering waarschuwde Valdis Dombrovskis, vicepresident van de Europese Commissie de nieuwe Italiaanse regering al. “Ze spelen met vuur, want Italië heeft veel schulden. Irrationele of populistische initiatieven zouden een nieuwe Europese crisis kunnen veroorzaken”, zei ook Manfred Weber, de Duitse fractieleider van de Europese Volkspartij (EVP) in het Europese Parlement. “Als de nieuwe regering het risico neemt om de akkoorden over de schulden, het tekort of de sanering van de banken niet te respecteren, dan wordt de financiële stabiliteit van de hele eurozone bedreigd”, waarschuwde de Franse minister van Economie Bruno Le Maire van zijn kant.

Europese recepten werken niet meer

Het is zoals een hongerige een dieet voorschrijven. De jongste 25 jaar hebben precies de Europese recepten Italië aan de rand van de afgrond hebben gebracht, zowel onder rechtse als onder linkse regeringen. De liberalisering van de arbeidsmarkt begon in Italië zelfs voor de hervormingen van Hartz in Duitsland van intussen al 15 jaar geleden. Precaire jobs en hyperflexibiliteit zullen de nieuwe norm worden.

Italië is nog altijd de derde grootste economie in de eurozone en zelfs de tweede grootste industriële macht, maar dat is aan het veranderen. Volgens de Italiaanse onderzoekster Marta Fana is Italië de laatste 25 jaar meer en meer tot de periferie van Europa gaan horen en meer en meer onder de economische leiding van Frankrijk en Duitsland komen te staan. Terwijl Duitsland de laatste 25 jaar fors in de industrie investeerde, is Italië daar praktisch mee gestopt. Rome plooide zich naar alle Europese richtlijnen over overheidssubsidies, de euro, het deficit en verloor zo 25 % van zijn productie. De crisis van 2008 maakt het allemaal nog erger. In 2017 lag het niveau van de industriële productie in Italië nog altijd 20 % lager dan vóór de crisis. Italië, vat Fana samen, is uit de boot aan het vallen: “We verliezen niet alleen onze productiecapaciteit omdat bedrijven de deuren sluiten, we verliezen onze nationale productiecapaciteit ook omdat de Italiaanse bedrijven opgekocht worden door Franse en dikwijls Duitse multinationals. Die gebruiken Italië voor de handenarbeid, maar verplaatsen hun beslissingscentra, hun onderzoek en ontwikkeling naar hun eigen landen.”

De traditionele partijen, die deze Europese politiek de voorbije tientallen jaren hebben uitgevoerd, zijn bij de laatste verkiezingen ingestort. Het Berlusconiaanse rechts miste zijn grote comeback. De voormalige sociaaldemocratische minister Matteo Renzi, het grote voorbeeld van Emmanuel Macron bij zijn zwaar gecontesteerde hervorming van de arbeidsmarkt, betaalde een hoge prijs voor zijn liberaliseringen. Na 25 jaar gebroken beloftes geloven de Italianen niemand meer. Miljoenen jongeren verlaten het land met zijn hoge werkloosheid en zoeken een job en een toekomst in Berlijn, Brussel of Parijs. Anderen worden verleid door partijen die beloven om radicaal te breken met het Europese model. Dat zijn bij uitstek de populisten van de Vijf Sterrenbeweging en extreem rechts.

Nationaal neoliberalisme?

Nochtans bieden deze twee partijen in hun programma geen radicaal ander sociaal model. Er zijn natuurlijk populaire maatregelen zoals de invoering (bij gebrek aan een werkloosheidsuitkering) van een basisinkomen van 780 euro voor iedereen gedurende twee jaar. Dat is vooral in het zuiden populair. Met soort maatregelen scoorde vooral de Vijf Sterrenbeweging. Toch lijkt het nieuw regeerprogramma meer op een “neoliberalisme in één land”, bedoeld om de Italiaanse bedrijven opnieuw te verstevigen, zoals de Engelse journalist Paul Mason het beschrijft.2 Het gaat er vooral om het Italiaans patronaat te paaien omdat het denkt dat de strijd met de Duitse concurrentie al verloren is. Er is bijvoorbeeld geen enkele maatregel tegen precair werk. Voor elke linkse toegeving zijn er drie rechtse maatregelen. De introductie van een minimumloon gaat samen met de herinvoering van “vouchers” (dienstencheques) waarmee men alle sociale wetten kan omzeilen en een arbeidscontract zelfs niet meer nodig is. Het nieuwe basisinkomen gaat samen met de verplichting om bepaalde werkaanbiedingen te aanvaarden. De oprichting van een investeringsbank om privébedrijven te subsidiëren gaat samen met de invoering van een vlaktaks waardoor grote bedrijven en rijke mensen veel minder belastingen zullen betalen. De regering belooft meer middelen voor de gezondheidszorg, maar het geld daarvoor zal in de eerste plaats komen van besparingen.

Viktor Orban achterna?

Naast deze sociaaleconomische maatregelen is er ook een sterke nationalistische en racistische component. Het is een techniek die ook de Hongaarse premier Viktor Orban toepast om zijn volk te verleiden. Een paar linkse maatregelen en een flinke dosis nationalisme moeten de werknemers zover brengen dat ze zich achter “hun” werkgevers scharen. Want het doel is echt wel het eigen patronaat te verdedigen. Die doelstelling zal het regeerakkoord in een doodlopend straatje brengen, want de simpele waarheid is dat de nauwe alliantie tussen de patroons en de Italiaanse regering de eerste schuldige is voor de sociale crisis van vandaag. Maar dat blijft een taboe.  Om het Italiaanse patronaat aan zijn verantwoordelijkheid te laten ontsnappen keert de nieuwe regering zich tegen de migranten en vluchtelingen.

Nu heeft Italië goede redenen om kritiek te maken op het gebrek aan solidariteit van de andere Europese landen, die de opvang van een groot deel van de vluchtelingen aan hen overlaten. De migranten zijn trouwens vaak de eerste slachtoffers van het precair werk. Maar daartegen neemt de nieuwe regering geen enkele maatregel, integendeel, ze doet niets anders dan racisme en discriminatie aanwakkeren. De migranten worden kortweg en zonder enig bewijs gelinkt aan terrorisme en zelfs aan de slechte toestand van de overheidsfinanciën. Als remedie daarvoor stelt de regering  voor “concentratiecentra” op poten te zeten voor om en bij het half miljoen migranten die ze naar Afrika wil terugsturen.

Clash met Europa?

Die dreigende massadeportaties laten de Europese Unie ijskoud. Idem voor het feit dat een extreemrechtse partij als de Liga in de regering komt. Of dat Marine Le Pen die haar steun toezegt. De EU maakt zich alleen zorgen dat de Italiaanse regering van plan is om de Europese verdragen te heronderhandelen. In hun kiescampagnes stelden de twee partijen dat ze uit de euro zouden stappen. Dat hebben ze al laten vallen, maar hun regeerprogramma is duidelijk te kostelijk voor de begrotingsregels van de EU. Dat weerspiegelt een tegenstelling binnen het Italiaanse patronaat: een deel heeft geprofiteerd en profiteert nog altijd van de Europese eenheidsmarkt, maar wil tegelijk meer steun van “zijn” eigen staat. De subsidie die de regering heeft beloofd voor de Italiaanse wapenindustrie in haar concurrentie met de Europese, zijn daarvan een logisch uitvloeisel. Dit meer “nationale” liberalisme belooft niets goeds voor de werkende mensen. Integendeel, in de wedloop van de competitiviteit zullen er van hen altijd nieuwe offers gevraagd worden om “hun” economie te versterken. Dat wil zeggen: het Italiaanse patronaat. Dat de regering geen concrete maatregelen plant om de sociale rechten te verbeteren, is dus geen toeval.

Tussen Europees neoliberalisme en Italiaans xenofoob liberalisme valt er wel iets te regelen, maar ook een confrontatie tussen de twee is mogelijk. De Europese instellingen en hun linkse en rechtse bondgenoten in Italië zullen alles op alles zetten om Italië in de pas van de Europese verdragen te laten lopen. In de huidige context zal een agressieve druk alleen maar het racistische nationaal-liberalisme versterken. Van Hongarije tot Frankrijk, Oostenrijk en Italië, overal biedt de Europese eenwording dit als perspectief: een Europees autoritair liberalisme of een xenofoob nationaal-liberalisme. De uitdaging van Italiaans maar ook van Europees links in het algemeen is uit dit valse dilemma weg te geraken en een reële sociale verandering af te dwingen die komaf maakt met de onzekerheid en de sociale achteruitgang. Een links project dat breekt met de Europese dictaten, niet om het “eigen” patronaat te plezieren, maar in het belang van de werkende mensen.

Labels

Commentaar toevoegen

Reacties

Wat is het alternatief voor het stabiliteitspact? Gewoon méér schulden blijven maken? En de oude schulden niet afbetalen? Wie gaat er dan nog Italiaans schuldpapier kopen? Dan rijzen de rente's de pan uit. Je kunt wel 'democratisch' beslissen dat je hogere tekorten wilt toestaan, maar je kunt niet 'democratisch' beslissen onder welke voorwaarden anderen jou geld moeten lenen. Dat beslissen die anderen namelijk zèlf. Als Italiaanse politici denken dat ze hun democratie kunnen laten prevaleren boven de Duitse en Franse, maken ze dezelfde vergissing als de Grieken deden in 2015. Ze zullen op hun schreden moeten terugkeren, als ze de Euro in stand willen houden. Andere landen mogen niet ingaan op chantagepogingen, want als je dat eenmaal doet, blijf je aan de gang. De PVDA signaliseert, zoals gebruikelijk, alleen problemen (en die zijn er wel degelijk), maar suggereert geen enkele oplossing, behalve 'oplossingen' die alles veel erger gaan maken.