Foto Solidair, Karina Brys

NMBS: minimale dienst, maximaal gevaar

Op 29 en 30 juni staakte het spoorpersoneel voor de bescherming van hun pensioen en voor een kwaliteitsvolle dienstverlening. Regering en NMBS-directie maakten van de gelegenheid gebruik om voor de eerste keer de minimumdienstverlening op het spoor uit te testen. Het experiment blijkt alvast ondemocratisch én niet zonder gevaren voor de reiziger.

De regering en de NMBS-directie zetten een hoge borst op en beweren dat de test met de minimumdienstverlening geslaagd is, want er reden treinen. Maar tot welke prijs precies?

Minimumdienstverlening ten dienste van de reizigers?

Minister van Mobiliteit François Bellot verzekerde aan ieder die het horen wilde, dat deze maatregel ervoor zou zorgen dat de reizigers, 24 uur op voorhand, duidelijke en exacte informatie krijgen over de treinen die al dan niet zouden rijden op de dag van de staking. De minimumdienst was volgens hem op de eerste plaats een manier om ervoor te zorgen dat reizigers zich kunnen verplaatsen, zelfs tijdens een staking.

Hoe zat dat op 29 en 30 juni? Op het vlak van duidelijke en exacte informatie was het alvast een fiasco. De reizigers hadden 24 uur op voorhand helemaal geen informatie over hun trein. Zelfs een uur voor het voorziene vertrek, verdwenen treinen nog van de aankondigingsborden. De NMBS bleef haar aanraden om voor alle informatie “de routeplanner regelmatig te raadplegen”. Op Twitter schreef de NMBS systematisch: “Het treinverkeer zal zeer ernstig verstoord zijn. Wij raden dus aan de routeplanner regelmatig te raadplegen, en zeker net voor vertrek.”

Wat reizigers en personeel willen is maximumdienstverlening 365 dagen per jaar

Ook wat betreft de verbindingen heeft de minimumdienstverlening haar beloftes niet ingelost. Als slechts een op de drie treinen reed, was dat vooral een bewijs van het succes van de staking. Meer dan 50% van de treinbegeleiders staakte, 30 à 40% van de machinisten reed niet uit, de seinhuizen lagen grotendeels plat … Zo’n grote mobilisatie, logisch dat het treinverkeer sterk vertraagd was. Bovendien staakte “slechts een vakbond”, zoals werkgeverskrant De Tijd terecht opmerkte. De krant schreef erbij dat “de echte test voor de minimumdienstverlening er pas zal komen als alle vakbonden samen staken”. (De Tijd, 29 juni)

Maar waar vooral vragen over te stellen zijn, zijn de prioriteiten die de directie stelde. Op lokale lijnen werden er zeer weinig of geen treinen ingezet, sommige verbindingen vielen volledig weg en een honderdtal stations werden helemaal niet bediend ... In Vlaanderen werden vele treinen naar de kust afgeschaft. Er waren geen extra treinen naar de kust zoals dat normaal gezien het geval is op een zonnig weekend.

De reizigers lieten zich niet misleiden. Ze hadden weinig vertrouwen in de beloftes van de minister en de directie van de NMBS en zochten massaal alternatieven: carpoolen, een dagje vakantie ... Mede door de start van de vakantie en het einde van de examens waren de treinen zo goed als leeg. In die omstandigheden is het gemakkelijk om te beweren dat de minimumdienstverlening heeft gewerkt ...

En wie wil weten wat de reizigers die toch naar het station trokken vonden van de minimumdienst, moet maar eens gaan kijken op de Facebookgroepen van de pendelaars. Een bloemlezing:

  • “De trein Jemappes-Brussel, voorzien voor 7.42 u. in de NMBS-app kwam goed op tijd ... maar met slechts zes rijtuigen in plaats van twaalf.”
  • “Helemaal niet tevreden. Gisteravond werden treinen aangekondigd voor deze morgen tussen Ath en Brussel, NIETS rijdt deze morgen voor 10 u.”
  • “Als je niet tijdens de kantooruren werkt, heb je pech. Ook pech als je niet naar een grote stad gaat. De minimumdienstverlening is dus een grap.”
  • “Lessen-Bergen, eerste trein voorzien om … 13.46 u.!”

In de seinhuizen presteerden leidinggevenden soms shifts van meer dan 12 uren

Op de website van de VRT getuigen reizigers: “In het station van Gent-Sint-Pieters wachten reizigers af of hun trein er nog aan komt. ‘Vandaag rijdt mijn trein niet, ik moet zeker nog een half uur wachten op de volgende trein.’ (…) ‘Er rijden even weinig treinen, het maakt geen verschil uit met vorige stakingen’, zegt iemand. ‘Ik denk dat ik er wel zal geraken, ondanks het feit dat ik nogal kritisch ben over de minimale dienstverlening, omdat ik denk dat dit het stakingsrecht ondermijnt. Ik ben voor het stakingsrecht, maar bon, in deze omstandigheden ga ik toch ter plaatse geraken.”

Zelfs voor de wet van kracht werd, hadden zowel reizigersorganisaties als vakbonden gewaarschuwd dat ze kanttekeningen hadden bij de minimumdienstverlening. Ze vinden allen dat de minister de aandacht afleidt van het echte debat over een goede, performante dienstverlening tout court, niet alleen op stakingsdagen. Wat de pendelaars en het spoorwegpersoneel vragen is een maximumdienstverlening het hele jaar door.

Minimumdienstverlening, gevaar voor de reizigers

Maar er is meer. De minimumdienst toont ook aan dat de veiligheid verre van een prioriteit is voor regering en NMBS-directie. “Safety first”, de slogan van Infrabel, is effectief niet meer dan een slogan.

Instructeurs werden opnieuw opgeroepen om treinen te besturen en op sommige plaatsen werden seinhuizen bemand door mensen die nog in opleiding zijn. De directie ging ook heel agressief te werk.

Er zijn getuigenissen van hoe Infrabel mensen opvorderde door hen te bedreigen. Spoorwerkers lieten ons ook weten dat Infrabel zich niet wenste te houden aan de reglementering rond de maximale duur van een werkdag. De directie moedigde werknemers wiens dienst erop zat, zelfs aan om verder te werken.

In de seinhuizen presteerden leidinggevenden soms dubbele shifts, ze beheerden het treinverkeer soms meer dan 12 uur aan een stuk. Houdt de directie van de NMBS rekening met de risico’s die dit inhoudt? Zo lang na elkaar werken gaat in tegen alle interne regels, maar ook tegen de besluiten van de commissie Buizingen over de veiligheid van het spoor. De minimumdienstverlening (schijnbaar) doen slagen is dat het waard om de veiligheid van de reizigers en de werknemers in gevaar te brengen? Zeker niet.

Minimumdienst en stakingsrecht

Ondanks alle beloftes van de minister konden pendelaars door de minimumdienstverlening toch niet hun gebruikelijke traject nemen. Verder werkten sommigen veel te lang, moest ongekwalificeerd personeel de seinhuizen bemannen ... Wat rechtvaardigt het dergelijke risico’s te nemen voor de veiligheid van de reizigers? Welk belang heeft het om zo’n dienst op te leggen?

Een deel van het antwoord is te vinden in waar men niet over spreekt, namelijk de afbouw van het openbaar vervoer het hele jaar door. Voor treinreizigers is het het hele jaar door minimumdienstverlening: treinen die te laat aankomen, duurdere tickets, stations en loketten die sluiten, stations die niet toegankelijk zijn voor personen met een beperking, enz. Dit alles is het gevolg van de vermindering van het aantal personeelsleden en verminderde investering in de openbare diensten.

Het doel is de impact van de staking zo klein mogelijk te maken en de ontevreden personeelsleden het zwijgen op te leggen

En dat is ook de reden waarom het spoorpersoneel staakt.

De wet op de minimumdienstverlening is in die context een manier voor de directie om te verhinderen dat de spoorwerknemers openlijk, zichtbaar voor iedereen hun ongenoegen kunnen uiten. Het doel is de impact van de staking zo klein mogelijk te maken en de ontevreden personeelsleden het zwijgen op te leggen.

In België vormen de vakbonden anno 2018 nog steeds een belangrijke tegenmacht. Een tegenmacht die de heersende klasse angst inboezemt en die stokken in de wielen steekt van de liberalisering van het spoor, zoals Europa wil (en wat ook de lijn is van de NMBS-directie).

De minimumdienstverlening is een van de antivakbondsmaatregelen die al een tijdje ons land geselen.

Nog voor de veroordeling van de voorzitter van het ABVV Antwerpen voor stakingsfeiten en nog voor de poging om een minimumdienst op te leggen in de gevangenissen, kreeg het spoorwegpersoneel de eerste grote antivakbondsaanval te verduren.

De strijd tegen de minimumdienstverlening is evenwel nog niet verloren. De vakbonden zijn van plan zich tot het Grondwettelijk Hof te wenden. Wij moeten die aanvallen op onze democratische vrijheden blijven aanklagen. Zoals PVDA-voorzitter Peter Mertens het zei na de rechtszaak tegen twee Antwerpse syndicalisten: “De veroordeling van de voorzitter van het Antwerps ABVV Bruno Verlaeckt (alsook de invoering van de minimumdienst bij de NMBS n.v.d.r.) is een regelrechte schande, De 21ste eeuw is de eeuw van de mensenrechten, en niet van de omhooggevallen Napoleons, en andere Caesars die alleen maar dromen van een eeuwigdurende oligarchie zonder een stem van verzet.”

Commentaar toevoegen