Foto Belga / ROYALSBYROBIN

Ons onderwijs is top, maar niet voor jongeren met migratieachtergrond

De statistieken blijven alarmerend. Jongeren met een migratieachtergrond krijgen in ons onderwijs niet dezelfde kansen als anderen. Elk toekomstperspectief wordt hun zo ontzegd. Tijd voor een onderwijs waarbij elk kind graag naar school gaat en goede resultaten boekt, toch?

Schaamteloos racistische uitspraken, we gaan ze hier niet herhalen, maar ze zijn een realiteit. Ook op school. Ze komen uit de mond van leraars of leerlingen. Jongeren getuigen ervan. En het doet wat met een kind ...

Middenveldorganisaties, bewegingen en burgers komen samen op tegen haat en agressie, tegen discriminatie, racisme en ongelijkheid. Kom ook naar de nationale manifestatie op 24 maart in Brussel. Afspraak om 14.00 u. aan het Noordstation. Meer info.

Er zijn ook scholen die er bewust alles aan doen om leerlingen van allochtone origine te weren. Een moslimvrouw die haar kind wil inschrijven, krijgt te horen dat er geen plaats meer is. Maar even later wordt het kind van haar buurvrouw zonder probleem ingeschreven ...

Het federale gelijkekansencentrum Unia behandelde in 2016 144 discriminatiedossiers die te maken hebben met het kleuter- en leerplichtonderwijs. Een op de drie klachten heeft te maken met raciale criteria, geloof en levensbeschouwing. Discriminatie blijft in België en in onze buurlanden een belangrijk maatschappelijk probleem.

Maar discriminatie is meer dan pesten en beledigen alleen. Er is ook het indirecte institutionele racisme in het onderwijs dat zo mogelijk nog grotere brokken maakt door jongeren met een migratieachtergrond elk toekomstperspectief te ontzeggen.1

Top 20 qua prestaties maar rode lantaarn in sociale gelijkheid

Het Belgisch onderwijs behoort tot de top twintig van de wereld op het vlak van kwaliteit en prestaties. Het onderwijs van de Franse Gemeenschap scoort op het OESO-gemiddelde. Vlaanderen is in Europa de kampioen in wiskunde en staat op plaats drie voor wetenschappen. Dat is zeker een pluim op de hoed van de leraars die dit onderwijs dagelijks mogelijk maken.

Toch kampen we met een reuzegroot probleem. Leerlingen behalen verschillende resultaten: dat is natuurlijk en het gebeurt in alle landen. Maar in België zijn deze verschillen het grootst, vooral als het kind behoort tot het armste deel van de bevolking of een migratieachtergrond heeft (en een op de vier kinderen met een migratieachtergrond wordt in een kansarm gezin geboren). In beide taalgemeenschappen komt het prestatieverschil tussen de sterkste en de zwakste leerlingen overeen met het equivalent van meer dan acht leerjaren!

Segregatie in “witte” en “zwarte” scholen, in “sterke” en in “zwakke” richtingen

In België kies je als ouder naar welke school je je kind stuurt. Deze vrije schoolkeuze heeft ervoor gezorgd dat er een soort “schoolmarkt” ontstond, met een grote concurrentie tussen de scholen en de onderwijsnetten, en tussen de verschillende studierichtingen, met segregatie als gevolg. Leerlingen die “anders” zijn, lopen school in “andere” scholen. Zo zijn er scholen met vooral “rijke” kinderen en andere scholen met vooral “arme” kinderen. Witte ouders en rijke ouders van kleur gaan etnisch-cultureel gemengde scholen snel te “zwart” vinden en deze school mijden.

Zo ook gaan leerlingen die “het moeilijk hebben” niet naar dezelfde scholen als andere kinderen. Tussen de afdelingen aso, tso en bso is er een hiërarchie en kinderen moeten al op de leeftijd van 12 à 13 jaar “kiezen”. Maar deze “keuze” heeft weerom heel veel te maken met de sociale afkomst en etnische origine. De cijfers zijn bikkelhard:

• slechts 10% van de armste jongeren in Vlaanderen volgt het aso tegenover 88% van de rijksten;

• leerlingen met een migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in “minder gewaardeerde” studierichtingen; van de leerlingen die het einddiploma aso halen, is slechts 6% anderstalig tegenover 26% in het bso;

• arme leerlingen, jongens en kinderen met een migratieachtergrond worden vaker doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs

Te vroege oriëntering en watervalsysteem

De migranten die in de jaren 1950-1960 naar West-Europa kwamen werken, wilden ontsnappen uit de armoede van hun thuisland en droomden van een mooie toekomst voor hun kinderen. Drie generaties later stellen we vast dat ons schoolsysteem deze droom niet kan waarmaken. De vroege oriëntering, het “watervalsysteem” en de verschillende onderwijstypes en -vormen bestendigen de sociale en raciale ongelijkheden, meer nog, ze versterken ze zelfs:

• binnen de OESO vertoont Vlaanderen het grootste verschil in wiskundescores tussen de kinderen van migranten en leerlingen van Belgische herkomst;

• leerlingen met een migratieachtergrond blijven vaker zitten, verlaten vaker zonder diploma het middelbaar onderwijs, en zijn ondervertegenwoordigd in het hoger onderwijs;

• 13% van de jongens en 7% van de meisjes van Belgische herkomst behaalt geen diploma middelbaar onderwijs, maar bij jongens van Turkse en Noord-Afrikaanse herkomst ligt dit rond de 45%, bij meisjes rond de 43 en 41%.

• kinderen “op leeftijd” met een niet-westerse nationaliteit hebben een grotere kans op oriëntering naar de B-stroom dan vertraagde kinderen met een westerse nationaliteit.

Vooroordelen en stereotypen

Leerlingen worden wel vaker niet echt georiënteerd op basis van hun talenten of belangstelling, maar op basis van de voorkeur van de ouders en de adviezen van de leraars en scholen, die duidelijk stereotiep te werk gaan. Voor leerlingen van rijke (Belgische) komaf vindt men het logisch dat zij later hoger onderwijs gaan volgen. Hun tegenvallende prestaties worden toegeschreven aan een eenmalig falen. Zij moeten zo lang mogelijk in het aso blijven. Voor hen wordt bij de deliberatie makkelijker rekening gehouden met de thuissituatie, het psychisch welzijn of de leerattitude. Leerlingen uit de sociaal zwakke milieus krijgen eerder de raad naar een andere (“makkelijkere”, “lagere”) richting te veranderen met als argumenten dat ze “minder capaciteiten” zouden hebben, dat ze best zo snel mogelijk een diploma halen en aan hun loopbaan kunnen beginnen, dat hun ouders hen toch niet genoeg ondersteunen en dat ze de schooltaal onvoldoende beheersen.

Waar zijn de leraars met roots in de migratie?

De kennis en de competenties van de huidige leraars om met diversiteit om te gaan, schieten duidelijk te kort. Binnen de lerarenopleiding bereidt men pas sinds kort kandidaat-leraren voor op diversiteit en kansarmoede.

Bovendien bestaat het lerarenkorps vooral uit blanke, middenklasse heterovrouwen zonder functiebeperking. Dit verklaart waarom LGBT-kinderen nog vaak gediscrimineerd worden, waarom kinderen met een handicap moeten vechten voor een plaats in het gewone onderwijs en waarom problemen van kinderen met een migratieachtergrond vaak toegeschreven worden aan “hun cultuur”. Slechts 5 procent van de leerkrachten in Vlaanderen heeft een grootmoeder die in het buitenland is geboren, de meesten dan nog in Frankrijk, Nederland en Duitsland. Het aantal leerkrachten met roots in Marokko, Turkije of Oost-Europa is zeer beperkt, terwijl juist zij een belangrijk rolmodel zouden vormen.

Een grondige onderwijshervorming

Hoeveel onderzoek moet er nog gedaan worden? Hoeveel publicaties moeten nog het daglicht zien? Hoelang moeten wetenschappers nog schreeuwen dat de sociale lift is blijven steken? Het Belgisch onderwijs heeft een grondige hervorming nodig om de structurele ongelijkheid en het racisme een halt toe te roepen.

In 2009 formuleerde de commissie-Monard de eerste voorstellen om het Vlaams onderwijs te hervormen, met een meer gemeenschappelijke stam voor alle leerlingen en het verdwijnen van de schotten tussen aso, tso en bso. Tien jaar later blijft er van deze voorstellen vrijwel niets over: er komt in 2019 geen brede eerste graad of verbrede tweede graad en de onderwijsschotten verdwijnen niet. In het Franstalig onderwijs wordt er met het “Pacte pour un Enseignement d’Excellence” (gestart in september 2017) enige vooruitgang geboekt. Men zal een “tronc commun” (een gemeenschappelijke stam) invoeren vanaf de kleuterklas tot en met het derde jaar secundair en met aandacht voor een polytechnische vorming.

Probleem is echter dat de voorwaarden om van deze gemeenschappelijke stam een succes te maken, ontbreken. Zo zijn er te weinig middelen in het basisonderwijs om vroegtijdige leerachterstand te vermijden en zijn er geen doortastende maatregelen om het inschrijvingsbeleid te veranderen om in alle scholen een sociale mix te realiseren. De scholen voor “rijken” en scholen voor “armen” blijven bestaan, soms op honderd meter van elkaar. Zolang er niet geraakt wordt aan de vrije schoolkeuze en men het normaal vindt dat ouders en grootouders twee dagen kamperen om hun (klein)kind in te schrijven “in de school van hun keuze”, kan er geen werk gemaakt worden van een echte sociale mix én een hoge kwaliteit in álle scholen.

In afwachting …

En wat te doen in afwachting van een mentaliteitsverandering, een bewustwording bij de doorsnee Belgische leraar over de diepe wonden die kolonialisatie en migratieprocessen hebben geslagen? Wat te doen in afwachting van een complete grondige onderwijshervorming?

Ondertussen zijn er gelukkig vele honderden leraars die elke dag het beste van zichzelf geven en de diversiteit waarmee ze geconfronteerd worden, omarmen. En wetenschappelijke studies bewijzen dat deze “omarming” loont. School Zonder Racisme nodigde op haar lerarendag van 28 februari de jonge wetenschapster Jozefien De Leersnyder uit.2 Zij confronteert een ‘kleurenblind’ model waarin iedereen gelijk is en culturele verschillen geen rol spelen, met een ‘multicultureel’ model, dat benadrukt dat er wel verschillen zijn, maar dat die een verrijking in plaats van een beperking zijn (zie School zonder racisme, Verslag Lerarendag woensdag 28 februari). Onderzoek op 66 scholen bij meer dan 3.000 leerlingen tussen 12 en 15 jaar laat zien dat de kleurenblinde aanpak, hoewel meestal goed bedoeld, de schoolprestaties van leerlingen met een diverse achtergrond ondermijnt. De multiculturele aanpak bevordert hun prestaties omdat ze de ongelijkheid erkent en ook positie inneemt. Zo voelt de leerling zich begrepen omdat zijn afkomst wél een rol speelt, zijn thuistaal en -cultuur als positief gezien wordt. Zo worden vooroordelen benoemd én gecounterd en worden moeilijkheden als logisch gezien en samen aangepakt. De onderzoekers vroegen zich af of de praktijken konden gelinkt worden aan de resultaten Nederlands en wiskunde en aan het welbevinden van de leerlingen. Ze kwamen tot de bevinding dat bij een multiculturele aanpak de allochtone kinderen zich veel beter voelden op hun school en na één jaar al veel betere punten scoorden. En de autochtone kinderen? Die bleven zich even goed thuis voelen op school en ook hun punten gingen er nog licht op vooruit! Een win-winsituatie voor beide groepen! Is het niet de droom van elke ouder dat zijn kind graag naar school gaat en goede resultaten boekt?

1 De gegevens in dit artikel zijn gebaseerd op het rapport Diversiteitsbarometer Onderwijs van UNIA (2018), en de recente publicaties van de onderzoekers verbonden aan GERME (ULB), HIVA (KUL), Steunpunt Diversiteit & Leren (UGent), Ovds.

2 Jozefien De Leersnyder is docent aan de universiteiten van Amsterdam en Leuven. De publicatie van haar onderzoek i.s.m. internationale onderzoekers en o.l.v. Dr. Celeste en Prof. Phalet (KUL) wordt binnenkort verwacht.

Middenveldorganisaties, bewegingen en burgers komen samen op tegen haat en agressie, tegen discriminatie, racisme en ongelijkheid. Kom ook naar de nationale manifestatie op 24 maart in Brussel. Afspraak om 14.00 u. aan het Noordstation. Meer info.