Een plezante plek voor uitstappen met school of met het gezin. Het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel is een van de instellingen die hun missie van opvoeding en laagdrempeligheid in gevaar zien komen door de federale cultuurbesparingen van de regering-Michel-De Wever. (Foto RBINS, Thierry Hubin)

Ook federaal niveau snoeit zwaar in cultuur :: Besparen op wat ons bindt

Op 23 oktober werd duidelijk dat de regering-Michel-De Wever drastisch wil besparen op de federale uitgaven voor cultuur. Het grootste deel van de budgetten voor cultuurbeleid mag dan wel bij de gewesten zitten, toch vallen een aantal grote instellingen nog steeds onder de bevoegdheid van het federale niveau. De subsidieverminderingen lopen op tot 30%, en dat is niet alleen een bedreiging voor kunst en cultuur zelf, maar ook voor hun maatschappelijke rol.

Concreet is de regering van plan te snoeien in het budget van alle federale culturele instellingen. Het gaat hierbij onder meer over de Koninklijke Muntschouwburg, het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, het Magritte Museum, het Instrumentenmuseum, de musea aan het Jubelpark, het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren… Voor de musea slaan de bezuinigingen hoofdzakelijk op wat men noemt ‘de Federale Wetenschappelijke Instellingen’ (FWI). Stuk voor stuk instellingen die naast hun rol in cultuurspreiding ook deelnemen aan wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling die verband houden met kunst, cultuur en cultureel erfgoed.

Deze nieuwe aanval op cultuur komt bovenop de maatregelen die de Vlaamse regering eerder al nam. Ter herinnering: van de 8 miljard besparingen die de regering-Bourgeois aankondigde, slaat 1 miljard op subsidieverminderingen aan jeugdverenigingen, sportverenigingen en culturele organisaties.

Ook aan Franstalige kant staat de culturele wereld al veel langer onder druk en de onlangs genomen begrotingsbeslissingen bevestigen alleen maar de bange verwachtingen in de sector.

“Culturele black-out”

Een van de elementen van de federale bezuinigingen op cultuur die bijzonder pijn zal doen, is de afschaffing van Belspo, de overheidsdienst voor het Federaal Wetenschapsbeleid die de FWI overkoepelt en hun talrijke diensten levert. Belspo biedt de musea bijvoorbeeld ondersteuning bij hun budgetbeheer en ook technische hulp. Allerlei vormen van ondersteuning waardoor de musea minder energie moeten steken in allerlei beheertechnische aspecten en zich meer kunnen concentreren op hun onderzoeksopdrachten en het aanbod naar het publiek.

Op dit moment is nog niet helemaal duidelijk hoe groot de impact van deze bezuinigingen precies zal zijn, maar verschillende betrokkenen hebben al gereageerd. Peter de Caluwe, algemeen directeur van De Munt, trok als een van de eersten aan de alarmbel. Hij schat het bedrag dat operahuis De Munt tussen nu en het einde van de legislatuur zal verliezen, op 6,5 miljoen euro. Een bezuiniging die volgens hem de opdracht van het creëren van opera in het gedrang brengt. Hij heeft het in dit verband over een “culturele black-out”…

Guido Gryseels, directeur van het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, heeft het over “-4% bij het personeel, -20% voor de werkingsbudgetten en daarbij komt nog -25% voor investeringen. In totaal bijna -30% voor de hele legislatuur”. (La Libre, 23/10) Guido Gryseels waarschuwt: “Er bestaat een reëel gevaar dat zowel het wetenschappelijk onderzoek als de dienstverlening aan het publiek hieronder te lijden zullen krijgen.” (Le Soir, 23/10)

Sommigen wijzen er ook op dat we deze besparingen ook moeten bekijken in het licht van een context die de afgelopen jaren ook al niet erg rooskleurig was voor cultuur. Michel Draguet, directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, maakt melding van 12% besparingen op het personeel, 20% op de werking en 22% op investeringen. En dit, zo merkt hij op, terwijl federaal de voorbije drie jaar al 11% van het budget heeft afgenomen en hierdoor ook de reserves van het museum werden uitgeput. “De autonomie gekoppeld aan een drooglegging van de middelen betekent in feite een terdoodveroordeling. Geen dood op het schavot, maar met heel kleine dosissen verdovende middelen”, verklaarde hij aan La Libre (23/10).

Naar de verstikking van de gemeenschappelijke cultuur

Regisseur Patrick Bébi geeft lucht aan zijn verontwaardiging en bestempelt deze besparingen als een “symptomatisch bloedbad”. Een dergelijke maatregel moet ons volgens hem niet verbazen vanwege een rechtse regering. We hebben hier immers te maken met een ideologisch offensief, een “rechtse culturele revolutie”. “In de ogen van deze rechtse ideologie”, zo stelt hij, “is cultuur gewoon een overheidsdienst zoals alle anderen. En net zoals bij de andere openbare diensten moet er dus bezuinigd worden en moeten liberalisering en privatisering worden gestimuleerd.” Ook vreest hij voor een tendens om steeds meer op te schuiven naar een cultuur die gericht is op winst, zowel financieel als op vlak van de inhoud afhankelijk van een aantal grote privéspelers.

Anderzijds zijn de bezuinigingen bij cultuur op federaal niveau ideologisch ook symptomatisch voor een regering waar de N-VA de eerste viool speelt. De instellingen die getroffen worden zijn per definitie die instellingen die niet geregionaliseerd of gecommunautariseerd werden. Instellingen die dus een impuls geven aan een nationale, tweetalige, cultuur en op die manier een vestingmuur van eenheid optrekken tegen pleidooien die verdeeldheid en splitsing voorstaan. De vele federale openbare musea zijn een teken van eenheid op cultureel vlak. Ze bieden ruimte tot uitwisseling en spelen een rol als bindend element over de verschillen – en concreet de taalverschillen – heen.

Een aantal mensen vrezen dus dat deze besparingen, verdergaand dan het liberale dogma van inkrimpingen en beperkingen, politiek een duidelijke functie hebben, georkestreerd door de N-VA en met de objectieve steun van diegenen die het spel van de Vlaamse nationalisten meespelen. De cultuur federaal verstikken zal haar onvermijdelijk in moeilijkheden brengen en de gedroomde rechtvaardiging inhouden voor een zoveelste verdeling op taalbasis van de nationale instellingen. In zijn opiniestuk in Le Soir van 23 oktober kaart Peter de Caluwe deze problematiek aan. En zowel aan Franstalige als aan Nederlandstalige kant bestaat ongerustheid over een dergelijke dreiging. “Ik ben het volledig eens met de analyse en de verontwaardiging van Peter de Caluwe”, aldus choreografe Anne Teresa De Keersmaeker. “Ik denk dat dit een beslissing is die betekent dat men op lange termijn, maar ook al op zeer korte termijn, cultuur, België en Brussel opgeeft.” (Le Soir, 24/10)

Besparingen tasten cultuur en cultureel erfgoed in Europa aan

Als we trouwens de gevolgen van de besparingen op cultuur elders in Europa van nabij bekijken, wordt duidelijk dat er wel degelijk reden bestaat om bang te zijn voor de beperkingen die de regering nu oplegt. Enerzijds gaat het hier om een kwestie van het behoud van ons erfgoed. In Spanje, Griekenland of Italië bijvoorbeeld verworden monumenten tot ruïnes als gevolg van gebrek aan geld om ze te onderhouden. Anderzijds is het de openbare dienst zelf die hier in de kern van zijn opdracht wordt bedreigd. Hoe kan men nog langer een cultureel aanbod garanderen van voldoende hoge kwaliteit en toegankelijk voor iedereen als de middelen hiervoor ontbreken?

Eind september zond Canvas een reportage uit over de bezuinigingen op cultuur in Nederland. De regering besliste enkele jaren geleden al om 200 miljoen euro te korten op het totaal van 900 miljoen euro van de begroting voor cultuur. Naast het intrekken van allerlei subsidies (met jobverlies en inkrimping van het cultuuraanbod van een aantal instellingen tot gevolg) is een van de gevolgen van deze bezuinigingen tevens de verhoging van de prijzen voor de bezoekers. De inkomprijs voor een toneelstuk kan gemakkelijk oplopen tot 35 euro, de toegangsprijs voor musea tot 15 euro.

Aansluiten bij het sociaal verzet

Cultuur heeft een emanciperende rol te spelen en moet mensen samenbrengen. Cultuur heeft een opvoedkundige functie en is een instrument voor kritische reflectie op onze samenleving. Cultuur laten wegkwijnen en onderwerpen aan de logica van de markt en aan allerlei bezuinigingen heeft precies het omgekeerde effect. Dure cultuur wordt elitecultuur en verliest haar sociale rol. Cultuur die onderworpen is aan de markt en aan de principes van zoveel mogelijk winst maken, raakt haar creativiteit kwijt en kan niet langer een rol van betekenis voor de maatschappij spelen. Ook voor het behoud van ons cultureel erfgoed, voor cultuur en kunst is sociaal verzet noodzakelijk.

‘Hart Boven Hard’, het burgerinitiatief dat ook tal van organisaties uit het socioculturele en artistieke middenveld verenigt, voert sinds het begin van september acties tegen de besparingen zowel van de Vlaamse als van de federale regering. De verontwaardiging die in Vlaanderen aan de oppervlakte kwam, staat op gelijke hoogte met het verzet dat op gang is gekomen tegen de aanvallen van de regering. Een breed verzet, dat zich heeft verenigd met andere sectoren en met de vakbonden. Werknemers in de cultuursector zijn werkende mensen zoals in andere sectoren en de burgers zijn (mede-)spelers en gebruikers van onze culturele instellingen. Iedereen wordt dus getroffen, zowel door de algemene besparingen van de rechtse regering-Michel-De Wever, maar tegelijk ook door de specifieke maatregelen in de culturele sector. We moeten dus allemaal samen in verzet komen en protesteren tegen de killerslogica die cultuur op alle niveaus kapotmaakt.