(Foto Michael Day / Flickr)

Openbaar vervoer is de missing link in het Gentse mobiliteitsplan

Gent spiegelt zich wat graag aan fietswalhalla Kopenhagen. Terwijl Koning Auto in Gent heer en meester is met 45 procent van alle verplaatsingen, is dat aandeel in de Deense hoofdstad tot 29 procent teruggedrongen. Cijfers die doen dromen. 

Het geheim van Kopenhagen: het openbaar vervoer. De Denen beseften vroeg dat je de kar niet voor het paard kunt spannen. Als je de auto weg wilt, moet je duurzame alternatieven voorzien. Veilige fietssnelwegen dus, maar vooral: het beste openbaar vervoersnet van Europa. In 2002 werd een nieuwe metro uitgegraven, goed voor veertig miljoen gebruikers per jaar. De stadstrein ‘S-tog’ verbindt de vijf voorsteden van Kopenhagen met de binnenstad, als de vingers van een uitgestrekte hand. Goed voor 170 kilometer snelspoor. Waarom zou je nog de wagen nemen, als je om de tien minuten een comfortabele trein hebt?

Contrast

Het contrast met Gent is groot. Terwijl tram, trein, bus en metro in Kopenhagen een marktaandeel van 28 procent halen, blijft Gent steken op een schabouwelijke 9 procent. Probeer in Gent ’s avonds laat maar eens de tram of bus naar huis te nemen na een film- of theatervoorstelling. Na 23 uur is het over en uit voor de 55 reguliere lijnen en rijden alleen de 8 nachtbussen nog, eentje om de drie kwartier. Om 1 uur ’s nachts geeft ook dat nachtnet er de brui aan. Vergelijk dat met Leuven, die andere studentenstad, waar je tot 3 uur ’s nachts gebruik kunt maken van 17 – gratis! – nachtlijnen.

Om élke Gentenaar recht te geven op een leefbare stad met gezonde lucht moet de overheid dringend werk maken van alternatieven

Niets doen is nochtans geen optie. Op piekmomenten rijden er in Gent 121.000 auto’s rond. Luchtvervuiling kost elke Gentenaar gemiddeld negen levensmaanden. Alleen, het Gentse circulatieplan – hoe goed bedoeld ook – verschuift de verkeersdrukte enkel, van de toeristische binnenstad naar de nu al overbelaste stadsring (R40) en de volkswijken rond de stadskern. Alsof daar géén mensen wonen. Om élke Gentenaar recht te geven op een leefbare stad met gezonde lucht moet de overheid dringend werk maken van alternatieven. Geen duurzame mobiliteitsrevolutie zonder slagkrachtig openbaar vervoer.

En zeggen dat die plannen al 15 jaar klaar liggen. In 2003 hielden De Lijn en de Stad Gent het ‘Pegasusplan’ feestelijk boven de doopvont. Zeven procent autoverkeer zou er worden weggesneden door 6 extra tramlijnen naar de randgemeenten. Niet minder dan 45 kilometer extra tramspoor moest er komen, goed voor 15 miljoen extra reizigers per jaar. Het plan stond als een huis, maar werd nooit gerealiseerd. Tussen droom en daad: politieke onwil en budgettaire saneringen.

Probeer in Gent ’s avonds laat maar eens de tram of bus naar huis te nemen na een film- of theatervoorstelling

Het Gentse stadsbestuur wijst met een beschuldigende vinger naar oppositiepartij N-VA die sinds 2014 broodnodige investeringen op Vlaams niveau blokkeert. Maar Open Vld en sp.a zaten evengoed tien jaar lang in de Vlaamse regering zonder dat er in Gent één meter tramspoor werd gelegd. Ook zij dragen een historische verantwoordelijkheid. Struisvogelpolitiek is geen oplossing. Het stuur moet over. Kopenhagen bewijst het: een duurzaam mobiliteitsplan kan maar slagen als er ambitieus geïnvesteerd wordt in méér, beter en betaalbaar openbaar vervoer. Het is nog niet te laat.