Over politieke stakingen, vakbonden, De Wever, Thatcher en de binnenlandse vijand

auteur: 

han Soete

“De staking tegen de plannen van de regering Michel - De Wever is een politieke staking” volgens Bart De Wever. De Wever noemt het ABVV dan ook gelijk “de gewapende arm van de PS” of “The enemy within”.  Het begint steeds meer te lijken op de aanpak van Thatcher die in de jaren 1980 de macht van vakbonden brak om haar beleid op te leggen aan de Britten.

“Ik heb Thatcher één keer meegemaakt, geen tweede keer!” vertelde de Brits-Antwerpse komiek Nigel Williams tijdens de actiedag van 24 november aan iedereen die het wilde horen. Williams is niet de eerste die de vergelijking maakt tussen de regering-Michel-De Wever en het beleid van Margaret Thatcher. Maar waar slaat die vergelijking eigenlijk op?

In de jaren 70 ging in Groot-Brittannië nog 65 procent van het nationaal inkomen naar de werkende mensen. Onder het bewind van Margaret Thatcher zakte dat tot 53 procent. In 1979 leefden 5 miljoen Britten in armoede. Na het tijdperk-Thatcher waren dat er bijna 14 miljoen. 

Om daar te komen moest Thatcher de sociale zekerheid ontmantelen, overheidsbedrijven privatiseren, de financiële markten dereguleren, de belastingen voor de grootste inkomens verlagen en vooral de macht van de vakbonden breken.
Nergens in West-Europa is vandaag de ongelijkheid groter dan in Groot-Brittannië. De 100 rijkste Britten bezitten vandaag evenveel als de 18 miljoen armste (30% van de Britse bevolking). 

In 1970 bedroeg het aandeel van de 1% rijksten in de totale inkomens (lonen) 7,1%. De 1% rijkste gingen dus lopen met 7,1% van alle inkomens. Tegen 2005 was dat aandeel verdubbeld tot 14,3%. De 0,1% superrijken gaan lopen met 5% van de inkomens. 

De mijnwerkers breken

Maar even terug naar Thatcher.
In 1974 had een mijnstaking het kabinet van de conservatieve premier Edward Heath gekraakt. Heath was een voorganger van Thatcher. Hij trok naar de verkiezingen met de slogan “Who governs Britain?” Waarmee hij wou zeggen: de vakbonden of de politici? Het antwoord was ontnuchterend voor Heath. Hij verloor de verkiezingen. Vijf jaar later, in 1979, won Thatcher de verkiezingen door de leegloop van het extreemrechtse National Front en werd ze eerste minister. Ze zou dat blijven tot 1990.  

De mijnwerkers vormden de voorhoede van de Britse vakbonden. De enige algemene staking ooit in Groot-Brittannië werd in 1926 werd door de mijnwerkers op gang trokken. Thatcher wist dus dat ze met de mijnvakbonden moest afrekenen. In 1984 lokte ze een staking uit door de sluiting van enkele mijnen aan te kondigen, waardoor 20.000 jobs zouden verdwijnen. Enkele weken later begon de staking die net geen jaar zou duren. Een lange winter zonder inkomen, ongeziene politierepressie en smerige mediacampagnes tegen de stakers en Arthur Scargill, hun leider. 

Thatcher voerde die strijd als een echte oorlog: “Stakende mijnwerkers en werkwilligengroepen werden geïnfiltreerd door de MI5 (veiligheidsdienst, n.v.d.r.). Massa’s politieagenten moesten de mijnen openhouden, wat leidde tot oorlogstaferelen zoals bij de slag van Orgreave”, schreef de BBC later. In haar memoires schreef ze: “Je land erbovenop helpen, dat kan maar door de macht van de vakbonden uit te schakelen.” 

Pas op, het is een politieke staking!

De parallelellen met het bewind van Thatcher worden afgedaan als een indianenverhaal. Het toeval wil echter dat zij de eerste was om de mijnwerkersstaking als “een politieke staking” te betitelen om nadien het geheel van de sociale en democratische rechten aan te pakken. Zij holde het stakingsrecht uit, maar legde ook drastische beperkingen op aan het betogingsrecht.  

België heeft een traditie om interprofessionele akkoorden te sluiten tussen vakbonden en werkgevers. Dat zijn akkoorden die het eigen bedrijf en sector overschrijden, ze gelden voor alle werknemers. Op die manier kunnen werknemers uit bedrijven waar de vakbonden zwakker staat, toch genieten van rechten  afgedwongen door die vakbonden. De Vlaamse werkgeversorganisatie Voka is een fervente tegenstander van die akkoorden en wil die liefst afschaffen en zelfs verbieden, zoals ze ook in Groot-Brittannië onbestaand zijn. In Groot-Brittannië Thatcher het zelfs strafbaar om te staken voor dergelijke akkoorden zoals het ook verboden werd om te staken uit solidariteit met andere werknemers. 

Ook in België organiseren de vakbonden wel eens een staking tegen een regering of regeringsplannen. Bijvoorbeeld in 2005 tegen het Generatiepact of begin 2012 tegen het regeerakkoord van de regering-Di Rupo. 

Als De Wever vandaag spreekt over “een politieke” actie en het verschil aangeeft met een “normale sociale actie”, dan kan je dat niet los zien van die achtergrond. Ook hier kun je niet naast de parallellen kijken met Thatcher die “politieke stakingen” verbood. Het is een bekrompen concept van democratie dat men tegenover regeringsmaatregelen niet mag staken, en dat men de onvrede maar in het stemhokje moet duidelijk maken. Dat is ook letterlijk de idee die Margaret Thatcher in Groot-Brittannië introduceerde: democratie wordt dan herleid tot het kleuren van een bolletje.  Als het gordijn van het stemhokje weer dichtgaat, houdt ook de inspraak in de samenleving op. 

De binnenlandse vijand (the enemy within)

“We moeten altijd op onze hoede zijn voor de binnenlandse vijand, die is immers veel moeilijker te bestrijden en vormt een veel grotere bedreiging voor de vrijheid”, sprak Margaret Thatcher over de mijnwerkers en eigenlijk over hele vakbeweging. 

“Gijzeling” was de titel van een artikel in de beurskrant De Tijd over hoe het verzet van de spoormannen de plannen van diverse regeringen kon dwarsbomen. Isabel Albers applaudisseert in het artikel voor het plan van de regering om in het spoor een minimumdienst op te leggen. Natuurlijk heeft ze het over “een gijzeling van de reizigers”, maar het artikel heeft het voordeel dat ook tot de kern van zaak komt: “Als de NMBS drie dagen staakt, staat heel het land in rep en roer en smeken de captains of industry de voogdijminister ‘iets’ te doen. De prijs van een lamlegging van de economie is veel te hoog.” Dat is waarom ze aan de spoormannen, dokwerkers, havenloodsen, metrobestuurders… een minimumdienst willen opleggen: hun stakingen treffen doel. 

Ook Thatcher legde enkele beroepsgroepen een minimumdienst op om hen het staken in wezen onmogelijk te maken.  Ze liet een heel arsenaal aan wetten goedkeuren die het vakbonden en sociale bewegingen onmogelijk maakten om nog in verzet te gaan. Of zoals Peter Mertens het op de website van Knack schreef: “Het sleutelpunt om de kentering mogelijk te maken waren de antivakbondswetten die Thatcher invoerde, nadat ze de ruggengraat van de mijnwerkersvakbond heeft gebroken. Antivakbondswetten die allemaal worden ingevoerd in naam van de strijd tegen ‘politieke stakingen’.” 
 

Lees ook de bijdrage van Peter Mertens, voorzitter van de PVDA, die eerder op Knack verscheen: klik hier