Foto Solidair, han Soete

Parijs schuift klimaatprobleem door naar volgende generaties

auteur: 

Jos D’Haese

“De wereldleiders hebben gekozen om de wereld in brand te steken”. Zo reageerde Naomi Klein na het bekendmaken van het langverwachte klimaatakkoord in Parijs. Hoewel de klimaatbeweging duidelijk haar stempel op het akkoord heeft kunnen drukken zijn de onderhandelaars er inderdaad niet in geslaagd de fossiele logica van zich af te schudden. De bal ligt nu terug in het kamp van elk land apart. Het is dan ook daar dat druk van onderuit het tij nog kan keren.

Na twee weken onderhandelen werd op 12 december een klimaatakkoord bereikt op de COP21 in Parijs. “Historisch”, volgens de voorzitter van de klimaattop, “ambitieus” volgens heel wat waarnemers. Het is inderdaad ongezien dat alle landen van de wereld samen een engagement aangaan voor een leefbare planeet en er is vooruitgang gemaakt sinds de vorige onderhandelingen. Een eerste lezing van het akkoord maakt duidelijk de klimaatmanifestaties wereldwijd tot in het akkoord zijn doorgedruppeld. Maar het is de fossiele logica die na harde discussies toch de overhand heeft gehaald.

Is het akkoord ambitieus genoeg?

De grote vraag: legt de tekst genoeg ambitie aan de dag? De doelstelling om de opwarming te beperken tot 'ruim onder de 2 graden' is de meest verregaande formulering die tot nu toe internationaal is vastgelegd. Er staat zelfs dat er wordt gestreefd naar een opwarming van 1,5 graden. Dat was de centrale eis van een jarenlange campagne van de klimaatbeweging over de hele wereld, die zo een zekere slag thuis haalt.

Maar wanneer het gaat over hoe die doelstelling gehaald moet worden, komt de zwakte van de tekst snel aan het licht. Het akkoord blijft steunen op de engagementen die elk land belooft te ondernemen. Engagementen die niet voldoende zijn, de aarde zou tot 2,7 graden opwarmen met de plannen die nu voorliggen. Het akkoord voorziet weliswaar een vijfjaarlijkse evaluatie van die plannen en verwacht dat landen hun engagementen in de loop van de tijd naar boven bijstellen, maar harde garanties daarvoor zijn er niet. En zo maken de klimaatonderhandelingen een vreemde bocht: na jarenlang te zoeken naar een mondiaal akkoord, ligt de bal nu terug bij elk land apart.

Helemaal zorgwekkend is dat het akkoord een klimaatneutrale samenleving weer vooruit schuift. Terwijl de tekst benadrukt dat het van groot belang is dat de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk begint te dalen, zijn alle becijferde doelstellingen voor 2050 uit de definitieve tekst geschrapt. Wat overblijft is 'netto nulemissies' in de 'tweede helft van de eeuw'. Daarmee bedoelen zij dat de emissies later gecompenseerd worden. Too little, too late dus. Te laat, want de broeikasgassen blijven ondertussen verder opstapelen. En te weinig, want onze economie moet in 2050 niet 'netto' geen broeikasgassen meer uitstoten, maar helemaal niets meer.

Is het akkoord sociaal rechtvaardig?

'Climate justice now' is nog zo'n centrale eis van de wereldwijde klimaatbeweging en dat heeft haar effect gehad op de onderhandelingen. De 'gedeelde maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid', die inhoudt dat landen die al meer aan de klimaatverandering hebben bijgedragen ook een grotere verantwoordelijkheid moeten opnemen wordt herhaaldelijk in de tekst benadrukt. Ook de 100 miljard dollar die ontwikkelingslanden moet helpen om zich tegen de klimaatverandering te wapenen en staat op papier. Na 2025 zou die som zelfs nog stijgen.

Het loss and damage principe wordt erkend: landen die sterk worden blootgesteld aan de gevolgen van de klimaatverandering moeten daar bij geholpen worden. Maar tegelijkertijd werd ook in de tekst opgenomen dat de rijke landen niet aansprakelijk kunnen worden gesteld. Hetzelfde geldt voor de uitwisseling van kennis om de klimaatverandering tegen te gaan: ontwikkelingslanden mogen oplijsten welke noden ze hebben, hoe die zullen worden ingevuld blijft eerder vaag.

Blijft het systeem van emissiehandel overeind?

Emissiehandel - de verkoop van rechten op het uitstoten van broeikasgassen - werd bij de onderhandelingen in Kyoto voor het eerst gelanceerd. Het akkoord in Parijs zet de deur nog verder open voor flexibele mechanismen, koop en verkoop van schone lucht. Opmerkelijk: de passage over marktmechanismen wordt afgesloten... met een paragraaf over het belang van niet-markt mechanismen. Het is maar één van de vele tegenstrijdige passages in de tekst die de getuigen zijn van het hevige debat dat moet hebben plaatsgehad tussen progressieve onderhandelaars en fossiele lobbyisten.

Is het een bindend akkoord?

John Kerry, Amerikaans minister van buitenlandse zaken, verklaarde toen hij landde in Parijs dat hij was gekomen om te zorgen dat de VS nergens toe gedwongen zou worden. Hij liet in extremis nog aanpassen dat landen emissies in hun hele economie 'zouden moeten' aanpakken, in plaats van 'moeten'. Het klimaatakkoord mag dus wel bindend zijn voor de landen die het ondertekenen, het is maar de vraag wat dat net inhoudt. Het blijven immers de landen zelf die hun eigen doelstellingen formuleren. De plannen die landen indienen worden wel geëvalueerd, maar sanctiemechanismen voor wie de vooropgestelde doelen niet haalt zijn werden niet ingebouwd. Het klimaatakkoord legt enkel de drempel van 2 graden opwarming op.

De klimaattop in Parijs schuift de het klimaatprobleem op deze manier door naar de volgende generaties. De principes staan duidelijk op papier, maar de uitwerking ervan ontbreekt. Tekenend is dat de woorden 'fossiele brandstoffen' in de hele tekst niet terug te vinden zijn, laat staan 'olie', 'steenkool'. 'Hernieuwbare energie' is alleen in de inleiding terug te vinden. Kernenergie en koolstofopslag wordt daarentegen wel hier en daar naar voor geschoven.

De grootste zwakte van het akkoord is misschien wel dat het vertrouwt op de goodwill van individuele landen. Terwijl die in de aanloop naar de klimaattop net hebben laten zien dat ze lang niet genoeg engagement aan de dag durven leggen. Maar de beslissingsmacht terug bij de landen leggen, maakt het klimaatbeleid ook weer meer bereikbaar voor de klimaatbeweging en de vakbonden. “De echte leiders staan in de straten”, zei Naomi Klein na de bekendmaking van het klimaatakkoord. Het is nu aan ons om in België zelf een ambitieuze aanpak van de klimaatverandering af te dwingen. Een aanpak met een plan, voor een rechtvaardige transitie naar een koolstofneutrale economie in 2050, voor 100% hernieuwbare energie en een goed uitgebouwd openbaar vervoer. Met een plan voor waardig werk voor iedereen. Een plan dat we van onderuit zullen moeten opleggen, door de actie van de klimaatbeweging, de vakbonden en iedereen aan de generaties na ons een leefbare planeet wil overdragen.