Foto Epictura

Pieter-Paul Verhaeghe: “Met praktijktesten kan discriminatie niet langer ontkend worden”

Discriminatie is een veelkoppige draak, die uiteenlopende groepen mensen treft en zich op heel wat terreinen laat zien: op de arbeidsmarkt, de woonmarkt, in het uitgaansleven, in de winkel of gewoon op straat. In zijn boek Liever Sandra dan Samira? pleit Pieter-Paul Verhaeghe, professor Sociologie, voor concrete maatregelen.

Hoe relatief zijn racisme en discriminatie in onze samenleving? Is het een groeiend probleem of zijn we er alleen gevoeliger voor geworden?

Pieter-Paul Verhaeghe. (Foto EPO)

Pieter-Paul Verhaeghe. Het is dubbel. Vroeger kon je bijvoorbeeld zonder probleem een papier voor je raam hangen met de boodschap: “Ik verhuur niet aan Afrikanen”. Vandaag kan dat niet meer. Helaas betekent dat niet dat er geen discriminatie meer is, discriminatie gebeurt vandaag subtieler.

Aan de andere kant worden racistische uitspraken en attitudes net explicieter. Kijk maar naar de sociale media, wat daar onlangs bijvoorbeeld allemaal gezegd werd bij de verkiezing van miss België.

Vanwaar die toename van subtielere discriminatievormen?

Pieter-Paul Verhaeghe. Dat is een gevolg van de anti-discriminatiewetgeving. Mensen ongelijk behandelen, bijvoorbeeld bij sollicitaties of op de huurmarkt, is strafbaar geworden. Nu zegt een werkgever die wil discrimineren niet meer “Ik neem geen Marokkanen aan in mijn bedrijf”, maar gaat hij mensen met een “vreemde” voornaam stelselmatig geen kans geven.

Hoe verklaart u dan anderzijds het ongebreidelde racisme op sociale media?

Pieter-Paul Verhaeghe. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de maatschappelijke context die almaar meer polariseert en waarin mensen tegen elkaar opgezet worden. Enkele internationale gebeurtenissen, zoals de aanslagen en de vluchtelingenstromen, én het racistisch discours van vooraanstaande politici spelen daar een rol in.

Wanneer politici spreken over mensen “opkuisen” of over de “achterlijke cultuur” van mensen, dan ontmenselijken ze bepaalde groepen mensen. Zo ondersteunen ze de dagelijkse discriminatiepraktijken die vaak verborgen blijven en waartegen niet opgetreden wordt. Hoe racistischer politici uit de hoek komen, hoe racistischer de burger wordt, dat blijkt uit onderzoek.
Het maatschappelijk debat wordt steeds racistischer, discriminatie wordt meer en meer ontkend en geminimaliseerd. Dat merk je aan uitspraken als “Ach, je overdrijft”, “Je moet dat niet zo serieus nemen”.

Hoe kunnen praktijktesten hieraan verhelpen?

Pieter-Paul Verhaeghe. Met praktijktesten kan je discriminatie zwart op wit aantonen en heb je een startpunt voor debat en overleg. Rabiate racisten ga je met praktijktesten natuurlijk niet overtuigen, maar mensen die onbewust discrimineren, op basis van stereotypen en vooroordelen, kan je wel de ogen openen.

Het resultaat van praktijktesten kan je niet ontkennen, het valt niet te minimaliseren. Als je twee quasi identieke profielen hebt, waarvan de ene Mohamed en de andere Maarten heet, en alleen Maarten wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek of om een appartement te bezichtigen, dan kan je niet meer zeggen dat iemand overdrijft, of dat Mohamed alleen maar het gevoel heeft dat hij geen kans krijgt. Als twee gelijke profielen ongelijk behandeld worden, weet je dat er meer aan de hand is.

Met praktijktesten kan je meer bewustzijn creëren bij werkgevers, makelaars, leerkrachten … en naar een oplossing werken. Bovendien doe je ook iets aan het probleem dat een kwart van de klachten over discriminatie onbehandeld blijft bij gebrek aan bewijs.

Een praktijktest is een eenvoudig instrument om discriminatie aan te tonen, niet alleen bij mensen met een migratieachtergrond maar ook bij oudere werknemers, vrouwen, mensen met een handicap, … Waarom is de weerstand bij politici en werkgevers zo groot?

Pieter-Paul Verhaeghe. Omdat mensen die in de samenleving de touwtjes in handen hebben, snel het gevoel hebben dat hun belangen geschaad worden wanneer je hun vrijheid nog maar een beetje inperkt. Ik denk hier bijvoorbeeld aan werkgevers, makelaars, syndicatenorganisaties van winkeliers … Zij schatten hun commerciële belangen – bijvoorbeeld  het ingaan op de wens van klanten die niet bediend willen worden door iemand van Afrikaanse origine – hoger in dan het recht om niet gediscrimineerd te worden.

Deze mensen hebben macht, ze zetten een lobbymachine in gang om alles wat discriminatie wil bestrijden te stoppen of te vertragen. Ze zullen dus ook het invoeren van goed werkende praktijktesten tegenhouden. Het gebrek aan politieke wil om deze testen in te voeren, helpt hen daarbij.

Wat doe je daartegen?

Pieter-Paul Verhaeghe. Het enige wat je kan doen, is je verenigen en van onderuit collectief strijd voeren. Dat is de laatste jaren ook gebeurd, door organisaties uit het middenveld, het actieplatform Praktijktesten Nu, de anti-racismebeweging, de vrouwenbeweging, de holebibeweging, vakbonden, sommige politici … met als resultaat dat de huidige centrumrechtse regering de wet over mystery shopping toch heeft goedgekeurd.

Het is, voor alle duidelijkheid, een slechte wet. Discriminatie zal er niet efficiënt mee bestreden kunnen worden, maar er is tenminste een begin. Dat is er gekomen onder druk. Het toont aan dat de collectieve strijd zinvol is. Een werk van lange adem, maar er is alvast een eerste baken verzet.

Recente rapporten van UNIA, het Interfederaal Gelijke Kansencentrum, maken duidelijk hoe diep het structurele racisme verankerd zit in onze samenleving. In 2014 bedroeg de tewerkstellingsgraad van mensen van Belgische origine 73%, tegenover 42,5% voor mensen uit zwart Afrika, 44,3% voor mensen uit Maghreb-landen en 46,0% voor mensen uit Turkije. In het onderwijs zien we dat 13% van de jongens van Belgische herkomst uitstroomt zonder diploma tegenover 45% van de Noord-Afrikaanse en Turkse jongens. Bij de meisjes is het 7% tegenover 42%. Een belangrijke verklaring voor deze cijfers is het racisme en de discriminatie waarvan onze arbeidsmarkt en ons onderwijs doordrongen is.

“Liever Sandra dan Samira?
Over praktijktesten, mystery shopping en discriminatie”,

Pieter-Paul Verhaeghe, EPO, 2017, 176 p.

Dit artikel komt uit het magazine Solidair van maart-april 2018. Abonnement