Foto Solidair

“Politiegeweld tegen sans-papiers: geen oppervlakkige maar diepgravende maatregelen nodig”

auteur: 

Webredactie

Vorige week werden in Antwerpen verschillende agenten opgepakt in een onderzoek rond bendevorming, afpersing, diefstal en geweld tegenover illegalen. Peter Mertens interpelleerde burgemeester De Wever over de kwestie tijdens de Antwerpse gemeenteraad van 21 maart. De PVDA-voorzitter vindt een onafhankelijk onderzoek nodig en wil een duidelijk antwoord op minstens 9 vragen

Laat ik beginnen met twee politie-agenten aan het woord te laten. “Sinds de aanslagen van 13 november in Parijs is de sfeer dag op dag veranderd. De mensen van de politie staan onder serieuze spanning en druk. Wij zijn geen verpleegstertjes uit een ziekenhuis. Wij hebben moeilijke opdrachten. Maar we worden in het oog gehouden en gecontroleerd.” Dat zegt een eerste agent. En we begrijpen dat. De druk en de verantwoordelijkheid. Interessant is ook dat de agent zegt dat men voortdurend gemonitord en gecontroleerd wordt. Elke maatregel wordt gevolgd met een GPS-systeem vanuit de controlekamer. “Agenten worden elke minuut van de dag op de monitor gevolgd, zelfs als ze gaan plassen. Hoe kunnen deze feiten dan aan de aandacht ontsnappen?”, zo vraagt Jos Van der Velpen van de Liga voor Mensenrechten zich terecht af.

Een tweede agent verklaart: “dit is het laagste wat je als politieman kan doen. Illegalen zijn onmachtig. Zij zullen nooit een klacht indienen uit schrik te worden opgepakt en uit het land te worden gezet. Agenten die deze onmacht uitbuiten, horen niet thuis in de politie.”

Twee agenten die vinden dat er hard moet worden opgetreden tegen wat er gebeurd is. Precies in het belang van al die agenten die dag in dag uit wel correct werken. Agenten die vragen dat er een diep en grondig onderzoek komt: naar de feiten, naar de verantwoordelijkheden, en naar de context waarin dit mogelijk was.

Een onafhankelijk, onpartijdig en snel onderzoek is nodig

Agenten die verdacht worden van afpersing in bende, diefstal in bende, zware slagen en verwondingen. Bendevorming, afpersing en diefstallen met wapenvertoon door agenten in uniform. Dat zijn zeer, zeer zware feiten die vallen onder artikel drie van de Europese Rechten van de Mens onder de titel “onmenselijke behandeling”. Volgens de Europese rechtspraak moeten inbreuken op dit artikel onderzocht worden door onafhankelijk, onpartijdig én snel onderzoek. Het is onbegrijpelijk dat het parket deze opdracht aan Intern Toezicht van de politie heeft toevertrouwd. Dat is alsof men het toezicht op rommelkredieten aan de banken zelf zou toevertrouwen.

Het gaat hier om mensen. Mensen die geen stem hebben en wiens stem ook hier op de gemeenteraad moet worden gehoord. Mensen zonder papieren die dag na dag proberen te overleven zonder adres, zonder bankkaart en zonder arbeidsvergunning. De ‘onzichtbaren’ van deze stad. En net omdat het onzichtbaren zijn, net omdat het de uitgestotenen zijn, zijn ze vaak het slachtoffer van afpersing, en van criminele organisaties, en nu dan ook van sommige agenten en inspecteurs van de Antwerpse politie.

Het is in het belang van de mensen zonder papieren, van de Antwerpse burger en van de Antwerpse politie, kortom in het belang van iedereen, dat het onderzoek echt onafhankelijk wordt gevoerd. En dat het bijvoorbeeld wordt toevertrouwd aan de Dienst Enquêtes van Comité P. Ten eerste om te weten wat er echt gebeurd is: de burger heeft daar recht op. Ten tweede om niet alleen ‘de feiten’ te onderzoeken maar ook een diepgaand onderzoek te starten naar de verantwoordelijkheden en naar de mogelijke gedoogcultuur ten aanzien van dit grove geweld. En ten derde omdat alleen een extern onderzoek vertrouwen kan bieden voor de diepe vertrouwenscrisis die ondertussen is gegroeid tussen een groot deel van de Antwerpse bevolking en het politiekorps. Om de woorden van de heer De Wever te citeren, als hij het heeft over extra camera’s die geplaatst worden: “Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen.” Dat geldt ook voor de Antwerpse politie.

Een veilig en laagdrempelig meldpunt is dringend nodig

Drie jaar lang vragen wij nu een onderzoek naar bepaalde praktijken binnen de Antwerpse politie. Die vraag is drie jaar lang keer op keer door de burgemeester van tafel geveegd. Toen Mohamed Chebaa in december 2013 in deze gemeenteraad vroeg naar een doorlichting naar bepaalde racistische praktijken, op basis van de audit van 2011, werd die vraag smalend genegeerd. Nu stellen ook communicatiespecialisten als Jeroen Wils zich openlijk die vraag: “Het lijkt me dat er een cultuur is ontstaan bij de Antwerpse politie waarbij dit soort dingen kunnen gebeuren.”

Toen ik vorige maand nog tussenkwam in deze gemeenteraad om het verhaal van familie H van Den Dam te brengen, en om te pleiten voor een laagdrempelige dienst waar burgers terecht zouden kunnen om klacht in te dienen, werd die vraag van tafel geveegd. Dat is nauwelijks een maand geleden. En telkens opnieuw klonk hetzelfde verhaal: ons korps valt niets te verwijten, het is integendeel de oppositie die de goede naam van het korps besmeurd. En telkens opnieuw wordt gezegd: er zijn niet zo veel klachten, het zal dus allemaal wel meevallen.

Het punt is dat heel wat mensen geen klacht kunnen of durven indienen. En dus moeten we die drempel écht verlagen. We hebben een veilig meldpunt nodig voor mensen zonder papieren, voor kwetsbare mensen, voor alle burgers in deze stad. Een meldpunt met garantie op anonimiteit. We hebben een heel eenvoudige procedure nodig, want nu is het vaak heel moeilijk. Je moet het kunnen bewijzen, er wordt een doktersattest gevraagd, er wordt gevraagd dat je zelf getuigen zoekt, dat is allemaal erg moeilijk.

Gemeenschapsgerichte politie zou centraal moeten staan

De aanslagen in Parijs hebben het klimaat veranderd. We zetten militairen in bij bewakingsopdrachten, we voeren bijzondere opsporings- en informatietechnieken in, we verruimen het inzetten van afluisterapparatuur, enzovoort. Misdaadbestrijding is belangrijk als taak, maar wat er nu gebeurt, en wat er steeds meer gebeurt, is dat de gemeenschapsgerichte politie of community policing steeds meer onder druk komt te staan. De wijk kennen, de mensen kennen, weten wat er in de wijk gebeurt, mogelijke conflicten in de kiem smoren, dát zou terug centraal moeten staan. Dat is de beste preventie.

Negen concrete vragen ter opheldering

De Stad Antwerpen moet een krachtig antwoord geven, met kwalitatieve en diepgravende maatregelen. Met een onafhankelijk onderzoek. Met veilige en laagdrempelige meldpunten. Met gemeenschapsgerichte politie. En met een duidelijk en helder antwoord op alle vragen die deze zwaarwichtige feiten vereisen. Er zijn veel vragen. Ik zal me tot negen beperken:

  1. Van alle interventies moeten er toch meldingen of verslagen gemaakt zijn. Bestaan die meldingen over de betrokken incidenten? En zo neen, hoe is dat mogelijk?
  2. Welke onderzoeken zijn er nu lopende tegen de vermeende daders?
  3. Klopt het dat u pas op 16 maart op de hoogte bent gebracht van deze feiten?
  4. Sinds wanneer is de korpschef op de hoogte van de feiten?
  5. Wanneer werd het parket gecontacteerd?
  6. Wanneer werd een onderzoeksrechter aangesteld?
  7. Hoeveel klachten blijven nog onder de radar?
  8. Langs welke wegen kunnen mogelijke slachtoffers een klacht indienen?
  9. Welke lessen worden er door de Antwerpse Politie en het stadsbestuur getrokken uit deze feiten?