Foto Pixabay

PVDA biedt Charles Michel de juiste cijfers aan: 75% van gecreëerde jobs zijn deeltijds of interimjobs

Dinsdag 10 oktober had premier Charles Michel het tijdens zijn toespraak in de Kamer nadrukkelijk over de goede cijfers voor jobcreatie, met zijn onvermijdelijke "jobs, jobs, jobs".

“De deeltijdse werkgelegenheid is niet toegenomen”, sprak hij. “Volgens de RSZ hebben vooral voltijdse jobs en jobs in de privésector tot dit resultaat geleid. Tussen eind 2015 en eind 2016 zijn er 60.941 voltijdse banen bijgekomen.”

Heeft hij zich vergist?

De studiedienst van de PVDA ging op zoek naar de tabel waaruit Charles Michel zijn gegevens haalde. En het minste wat we kunnen zeggen, is dat de premier niet weet hoe hij zo’n tabel van de RSZ (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid) moet lezen. “Charles Michel heeft gisteren in de Kamer niet de hele waarheid verteld over de werkgelegenheidscijfers”, reageert PVDA-volksvertegenwoordiger Raoul Hedebouw. “Heeft hij zich vergist? In elk geval is het onvergeeflijk voor een premier die zijn toespraak over de toestand van het land normaal gesproken toch bijzonder goed heeft voorbereid. De Belgische bevolking heeft recht op correcte informatie en daarom publiceren wij de juiste cijfers. Want onder de regering-Michel-De Wever gaat het bij drie kwart van de gecreëerde jobs – 74,3% om precies te zijn – om deeltijdse jobs of interimwerk.”

De studiedienst van de PVDA legt uit waarom

Charles Michel gebruikt voor zijn argumentatie de tabel van de RSZ voor de “evolutie van het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten (VTE) naar type arbeidsprestatie en arbeidsduur” (zie bijlage). Daarbij baseert hij zich op de periode Q4 2015 tot Q4 2016. Wat zien we nu als we de tabel voor die periode bekijken?
• Tussen eind 2015 en eind 2016 werd in de privésector het equivalent van 60.941 betaalde banen gecreëerd.
• Maar slechts een deel daarvan zijn voltijdse banen (39.000), en er wordt geen rekening gehouden met het feit dat er in de openbare sector ongeveer 9.300 voltijdse banen verloren zijn gegaan. Dat betekent dus dat er netto 29.711 voltijdse jobs zijn gecreëerd.
• Wat deeltijdse jobs betreft, kwamen er in de privésector iets meer dan 10.000 banen bij, in de openbare sector 12.164. Dat maakt 22.305 nieuwe deeltijdse jobs.
• Het interim- en seizoenwerk nam toe met bijna 12.000 eenheden.
• Besluit: in de periode die Charles Michel aanhaalt, is het aantal betaalde banen toegenomen met 63.838 eenheden. Daarbij gaat het in 46,5% van de gevallen om een voltijdse baan, in 53,5% om deeltijds werk of interimwerk. Het grootse deel van die gecreëerde jobs biedt dus geen werkzekerheid.

Selectieve cijfers

Maar wat nog belangrijker is, Charles Michel heeft niet toevallig een periode uitgekozen die bijzonder gunstig is. Waarom hanteert hij voor bepaalde cijfers een periode van een jaar en spreekt hij voor andere cijfers over de hele periode van zijn legislatuur? Wat zien we als we de evolutie van de werkgelegenheidscijfers bekijken vanaf het begin van zijn regeerperiode, op basis van dezelfde tabel (die over het arbeidsvolume) van de RSZ. Wat stellen we vast wanneer we de cijfers van eind 2014 (Q4 2014) vergelijken met die van begin 2017 (Q1 2017 – de laatst beschikbare gegevens)?
• Tijdens die periode is het volume van betaalde banen in VTE toegenomen met 59.371 eenheden.
• In de privésector is de voltijdse werkgelegenheid gestegen met 29.522 eenheden, in de openbare sector is die met 14.256 eenheden gedaald. Dat komt neer op een toename van 15.267 voltijdse betaalde jobs.
• De deeltijdse werkgelegenheid is in de privésector gestegen met 16.721 eenheden, in de openbare sector met 20.070 eenheden. Dat is een stijging met 36.792.
• Het interim- en seizoenwerk is toegenomen met 7.312 eenheden.
• Besluit: 74,3% van de nieuwe betaalde jobs die onder de regering-Michel werden gecreëerd, zijn jobs zonder werkzekerheid (deeltijds of interimwerk), slechts in 25,7% van de gevallen gaat het om voltijdse banen.

Tot slot, de keuze om zich op de cijfers over arbeidsvolume te baseren is behoorlijk misleidend. Het arbeidsvolume is geen correcte weergave van de concrete situatie. Het zou juister zijn zich te baseren op de tabel over werknemers die daadwerkelijk aan het werk zijn. Die tabel toont hoe de werkgelegenheid zich vertaalt naar het aantal arbeidsplaatsen. En ook daar zouden we vastgesteld hebben dat 75% van de nieuwe werknemers deeltijds of als interimmer werkt.

Stijgt de tewerkstellingsgraad echt?

“De tewerkstellingsgraad stijgt weer en staat nu op 67,7%”, verklaarde Charles Michel. Is er echt reden om blij te zijn? Niet echt. Dat percentage hebben we al gehaald in… 2007 en in 2010, en in 2008 bedroeg de tewerkstellingsgraad zelfs 68 %. En op het einde van het vierde kwartaal van 2014 was de tewerkstellingsgraad 67,6%. Dat wil dus zeggen dat sinds de rregering-Michel-De Wever aan het bewind is de tewerkstellingsgraad gestegen is met … 0,1%. Ondanks de mooie beloftes en slogans zoals “jobs, jobs, jobs” die de regeringen zo graag in de mond nemen, moeten we vaststellen dat er geen vooruitgang is geboekt.

De tewerkstellingsgraad geeft aan welk percentage van de actieve bevolking (20 tot 64 jaar) een baan heeft. Het is een belangrijke indicator, zeker in landen waar nog niet te veel mini-jobs en nepstatuten zijn. Zo kun je namelijk zien welk deel van de bevolking echt een baan heeft. Werkloosheidscijfers geven een minder duidelijk beeld, want ze kunnen makkelijk gemanipuleerd worden, bijvoorbeeld door bepaalde categorieën werklozen niet op te nemen. Als de arbeidsmarkt grotendeels bestaat uit precaire jobs is de tewerkstellingsgraad minder relevant, want voor die statistiek geldt elke baan als een echte baan. Met andere woorden, de statistiek over de tewerkstellingsgraad zegt helemaal niets over de kwaliteit van de banen.

Inefficiënt en peperduur werkgelegenheidsbeleid

Volgens het Planbureau zal de tax-shift (= de fiscale cadeau die de bedrijven krijgen in de hoop dat ze dan extra banen zullen creëren) in de periode 2016-2020 netto 40.000 extra banen opleveren. Het Planbureau komt tot dat – erg bescheiden1 – aantal op basis van behoorlijk optimistische en erg discutabele inschattingen.

Het gaat om een netto aantal, dus het aantal banen dat dankzij deze beleidsmaatregelen extra wordt gecreëerd. Het gaat niet om de banen die er sowieso bijkomen als gevolg van de economische conjunctuur. “Netto” wil ook zeggen dat ze rekening hebben gehouden met het aantal banen dat verloren is gegaan door besparingen die met de tax-shift gepaard gaan.

We stellen vast dat aan die jobcreatie een netto prijskaartje (dus rekening houdend met de terugverdieneffecten) vasthangt van 3 miljard euro. Dat betekent dat elke nieuwe baan 75.000 euro kost. Dat is erg veel als je dat bijvoorbeeld vergelijkt met wat het kost om een baan in de openbare dienstverlening te creëren.

Bron: http://www.plan.be/admin/uploaded/201701171620310.REP_11301.pdf

 

1. De studie van het planbureau werd besteld door de eerste minister. Ze kreeg echter weinig aandacht omdat ze nogal weinig spectaculair was. 40.000 jobs op 5 jaar, dat is minder dan 10.000 per jaar. Daarbij is de kost van die jobcreatie wel erg hoog.