PVDA: “Pensioenhervorming van parlementairen: het blijft twee maten, twee gewichten”

De voorzitters van de verschillende parlementen van het land zouden een akkoord bereikt hebben over het pensioenstatuut van de leden van de parlementen. “De hervorming die nu wordt aangekondigd, zoals blijkt uit de eerste elementen die werden bekendgemaakt, is zeer teleurstellend, omdat zij enkel een wijziging inhoudt voor toekomstige verkozenen in 2019. Alle huidige parlementairen die reeds in het parlement zaten voor 2014 kunnen blijven genieten van het oud systeem”, zegt Peter Mertens.

In april bracht de PVDA uit dat twee derde van de parlementsleden onder de oude pensioenregeling vallen, en op hun 55ste op pensioen mogen. “Pensioenminister Bacquelaine mag zelf op pensioen op 55 jaar. Net als de ministers Jambon en Peeters”, zei de PVDA toen. Die ministers trekken dan wel 4.250 euro netto pensioen. Per maand.

Na onze bekendmaking barstte de bom. Twitter ontplofte, en duizenden reacties kwamen per mail binnen. De video waarmee het allemaal begon, hier te bekijken: http://bit.ly/2cXEsQM, werd ondertussen meer dan 1,6 miljoen keer bekeken.

Onder die druk beloofden de parlementsleden aan wie het wilde geloven dat er een einde zou gemaakt worden aan de twee maten en twee gewichten en dat er een grondige hervorming van het pensioen van de parlementairen zou komen.

“De hervorming die nu wordt aangekondigd, zoals blijkt uit de eerste elementen die werden bekendgemaakt, is zeer teleurstellend, omdat zij enkel een wijziging inhoudt voor toekomstige verkozenen in 2019. Alle huidige parlementairen die reeds in het parlement zaten voor 2014 kunnen blijven genieten van het oud systeem”, zegt Peter Mertens.

“Voor de gevallen die wij in april al hebben aangeklaagd verandert er dus niets. Het oude systeem garandeert een volledig pensioen na twintig jaar in het parlement en de mogelijkheid om vroegtijdig te vertrekken op 55-jarige leeftijd. Wie nadien verkozen werd, zou in het nieuwe systeem een mandaat van 36 jaar moeten kunnen voorleggen, met een minimumleeftijd van 62 jaar. Premier Michel, minister Bacquelaine, ministers Jambon, … ze zouden allemaal hun privileges kunnen behouden’, aldus Mertens.

“‘Wij hebben respect voor verworven rechten’, zegt Siegfried Bracke. Waarom geldt dat dan niet voor alle andere mensen die hun werkende carrière al begonnen waren? En die nu wél tot 67 jaar moeten werken voor minder pensioen?”, vraagt de PVDA-voorzitter zich af.
Het principe van de ‘verworven rechten’ wordt helemaal niet gerespecteerd in het algemeen pensioensysteem dat geldt voor alle werknemers.  Een gewone werknemer die aan zijn carrière begon in 1985 wordt wel geconfronteerd met een afbouw van zijn verworven rechten die hij had in het oude systeem. Die werknemer moet wel degelijk werken tot 67 jaar in tegenstelling tot wat voorzien was in het begin van zijn of haar carrière.

“Natuurlijk is het goed dat wij dit dossier in beweging hebben gekregen. Maar men moet ons niet met een kluitje in het riet sturen. Deze hervorming blijft getuigen van twee maten en twee gewichten, waarbij men aan de verworven rechten van de massa werknemers raakt, maar niet aan de verworven rechten van een kleine groep overbetaalde parlementairen. Als men de verworven rechten echt wil respecteren, dan moet men de pensioenleeftijd van de grote groep werknemers opnieuw naar beneden halen”, aldus nog Mertens.