Foto Flickr / Olivier Noirhomme

PVDA steunt de boerenbetogingen

De landbouwers zijn boos, en met reden. Want er is meer aan de hand dan de lage melkprijs. Al jarenlang gaan zij van crisis naar crisis, en de laatste jaren ondervinden zij ook de gevolgen van de liberalisering. De PVDA zal aanwezig zijn op de boerenbetogingen in Brussel, deze zondag en maandag.

Al decennia zijn de prijzen die boeren, tuinbouwers en veehouders voor hun producten krijgen, te laag om er fatsoenlijk van te leven. Varkenshouders en melkveehouders maken al jarenlang crisis na crisis mee. De laatste jaren ondervinden de boeren, naast die lage prijzen, ook de gevolgen van de liberalisering. In 2003 besliste Europese Unie de melkquota geleidelijk af te schaffen, en sinds april dit jaar is de productie volledig vrij.

Daarnaast is ook de bescherming tegen lage invoerprijzen verminderd. De prijsschommelingen op de wereldmarkt beïnvloeden nu dus ook de Europese landbouwprijzen.

Die prijsschommelingen werken ook door in de voedingsindustrie en de distributiesector. De voedings- en distributiebedrijven hebben echter een sterkere positie op de markt, waardoor zij het zich kunnen veroorloven de prijsstijgingen wél en de prijsdalingen niét door te rekenen. Bijgevolg voelt de consument niets van de dalende melkprijzen.

Vandaag krijgt de melkveehouder 25 à 28 eurocent voor een liter melk. Een jaar geleden was dat 35 eurocent per liter. De reële productiekosten – de arbeidsvergoeding van de boer inbegrepen – bedragen volgens de federale overheidsdienst  (FOD) Economie 41 eurocent per liter.

Op dit probleem tracht men een antwoord te bieden met een kleine toeslag van amper 2,7 eurocent per liter melk die zuivelbedrijven betalen aan de melkveehouders. Uiteraard zal dit sommige boeren met schulden helpen het hoofd boven water te houden. Maar het is volstrekt onvoldoende om de geleden verliezen te dekken. Verwacht wordt trouwens dat de melkprijs binnen 3-4 maanden nog verder gedaald zal zijn, tot ongeveer 23 eurocent per liter.

Bijkomende maatregelen zijn dus nodig, zoals een verhoging van de bodemprijs (vanaf dewelke de overheid tussenkomt op de markt), de vooruitbetaling van de steunpremies en mogelijkheden tot overbruggingskrediet.

De 2,7 eurocent die de boeren meer krijgen voor hun melk, zal betaald worden door de consument via de prijsverhoging van een aantal zuivelproducten, iets waarover minister van Landbouw Borsus (MR) zich verheugt: “Met dit akkoord zal de melkprijs in de winkel voor de consument stijgen. Ik wens het grote publiek hiervoor bij voorbaat te bedanken, voor deze inspanning die alle Belgen leveren om onze landbouwers toe te laten in goede omstandigheden te werken.”

En dat op een moment dat de koopkracht van de consument al zwaar onder druk staat door diverse maatregelen van de regering, zoals de verhoging van de btw op elektriciteit, diverse andere taksen en de indexsprong. De voedingsindustrie en de grootdistributie hebben pertinent geweigerd om ook maar één cent te betalen. Hun winsten blijven buiten schot. Er wordt veel geld verdiend aan ons voedsel, maar niet door de boeren.

Fundamenteel zal er met dit akkoord niets opgelost zijn zolang de landbouwprijzen met de wereldmarkt blijven fluctueren. Om de toekomst van onze landbouwers en hun gezinnen veilig te stellen, moet er opnieuw een regulering komen van de Europese landbouwmarkt, en steun voor een gediversifieerde, grondgebonden en familiale landbouw. De PVDA is ook voorstander van voedselsoevereiniteit en een beleid gericht op zelfvoorziening op (West-)Europees vlak.

 


www.pvda.be

Meer info:

Commentaar toevoegen