Foto Solidair, Salim Hellalet

Raoul Hedebouw: “Ik ben verontrust over wat met onze democratische rechten gebeurt”

auteur: 

Koen Hostyn

Na de aanslagen in Parijs worden 12 veiligheidsmaatregelen in sneltempo doorgevoerd door de Belgische regering. Meest in het oog springend is de inzet van het leger. Maar de regering wil ook de nationaliteit kunnen intrekken, ruimere mogelijkheden voor telefoontap en een verstrenging van de antiterrorismewetgeving. “Al deze maatregelen zijn niet zonder gevaar”, zegt kamerlid Raoul Hedebouw, die namens de PVDA deze namiddag zal deelnemen aan de gedachtenwisseling over de strijd tegen terrorisme en radicalisering in het parlement. “Als ze verkeerd worden toegepast, vormen ze een groot gevaar voor onze democratische rechten.”

Als reactie op 9/11 werden wereldwijd een resem van uitzonderingsmaatregelen getroffen. In de EU kwam er het Europese aanhoudingsmandaat, de massale opslag van telefoon- en internetdata, zwarte lijsten van terroristen, nieuwe opsporingsmethoden voor politie- en inlichtingendiensten,… De grenscontroles werden drastisch opgevoerd en de samenwerking met de Verenigde Staten aangescherpt, o.a. door het nakijken van de passagierslijsten.

“De logica achter dit veiligheidsbeleid is die van het ‘brede net’: iedereen controleren om zo de terroristen te vangen”, zegt Raoul Hedebouw. “Een betere informatie-uitwisseling, het opvoeren van de analysecapaciteiten en het verbeteren van de samenwerking tussen de bevoegde diensten verdienen meer aandacht. De strijd tegen het terrorisme is zeker legitiem, maar vereist eerder een zeer doelgerichte en gefocuste aanpak. Een 'brede net'-aanpak is niet efficiënt.”

Maar ook op het democratisch aspect zijn er zeker problemen. Raoul Hedebouw: “Op 8 april 2014 vernietigde het Europese Hof van Justitie in een historisch arrest de EU-dataretentierichtlijn van 2006”. “De burgers hebben het gevoel permanent onder controle te worden geplaatst”, schreef het Hof. “Dergelijke aanpak is disproportioneel en niet in verhouding tot het nagestreefde doel, de strijd tegen zware criminaliteit en terrorisme.” De overheid mag inbreuk maken op bepaalde vrijheden, maar hieraan zijn grenzen.

“Een groot aantal van deze maatregelen stonden én staan op gespannen voet met de burgerlijke vrijheden. Want hoewel ze slechts te verantwoorden waren in uitzonderlijke tijden van terreur werd deze uitzonderingswetten nooit teruggeschroefd”, zegt Hedebouw, die deze maatregelen zelf aan de lijve ondervond in 2007. Naar aanleiding van het organiseren van een betoging werd Hedebouw, samen met drie andere andersglobalisten, beschuldigd van 'lidmaatschap van een criminele organisatie' op basis van illegaal afgeluisterde telefoongesprekken. Hedebouw stapte daarop naar de rechtbank en werd over de hele lijn vrijgesproken. De Belgische Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding.

“Militarisering van het binnenlands veiligheidsbeleid vanuit een oorlogslogica is het laatste wat nu mag gebeuren”, waarschuwt Hedebouw. “Meer kaki op straat heeft een enorme impact op de sfeer in de maatschappij. Het kan niet de bedoeling zijn dat de bevolking gewend wordt aan para's in het straatbeeld. Zo creëer je een maatschappij van de angst.” De politie is mans genoeg om de veiligheid te waarborgen en is daar ook voor opgeleid. De structuur, het materiaal en de opleiding van het leger zijn gericht op oorlogssituaties en op de verdediging van de grenzen, niet op handhaving van de binnenlandse orde.

“Ik ben verontrust over wat met onze democratische rechten gebeurt”, besluit Hedebouw. “Vrijheden en rechten worden niet beschermd door ze op algemene basis in te perken. Hoe meer geconcentreerd op de echte doelwitten, hoe minder ook de fundamentele vrijheden van de bevolking in het gedrang komen”. In dat kader zou het antiterreurbeleid meer nadruk moeten leggen op preventie.