Foto Solidair, Salim Hellalet

Sociale dumping :: Vakbonden betogen voor een “goed akkoord” en zeker geen “snel (slecht) akkoord”

auteur: 

Tim Joye

Vrijdag 4 april start de Europese vakbondsmobilisatie tegen sociale dumping met een massabetoging in Brussel. De inzet is groot: de neerwaartse spiraal stoppen die in gang gezet is door invoer van buitenlandse arbeidskrachten uit Oost- en Zuid-Europa. Er bestaat een Europese richtlijn voor sociale bescherming, maar die is compleet inefficiënt en onvoldoende. Het hangt vooral af van de mobilisatiekracht hoe de nieuwe detacheringsrichtlijn die op 15 april voor het Europees parlement komt eruit zal zien.

Een van de meest ingrijpende gevolgen van de Europese eenmaking is de sociale dumping. Het vrije verkeer van personen geeft in de praktijk een vrijbrief aan de patroons om werkkrachten tegen mekaar uit te spelen. Buitenlandse werknemers uit Oost- of Zuid-Europa worden hier vaak ingezet tegen hongerlonen en in erbarmelijke omstandigheden. Men vindt ze vooral in de bouw-, de transport- en de schoonmaaksector. Er zijn naar schatting zo’n anderhalf miljoen van die werkkrachten actief in de Europese Unie, voornamelijk in de rijkste landen. 

Veel werkgevers hebben snel begrepen hoe ze maximaal profijt kunnen halen uit de grote loonverschillen die er bestaan in de 28 landen van de Unie. Als je ziet dat het minimumloon in Roemenië, Bulgarije of Albanië onder de 200 euro per maand ligt, tegenover 1.500 euro in België, dan is de rekening bij sommigen snel gemaakt.

Sommigen delokaliseren om in die landen te gaan produceren, maar voor sectoren zoals de bouw, de transportsector en de dienstensector in het algemeen is het invoeren van arbeidskrachten dé oplossing om snel winst te maken.

In 1996 maakt de Europese Unie een detacheringsrichtlijn met de bedoeling om een minimum aan sociale omkadering te scheppen voor dit fenomeen. Kort samengevat komt het erop neer dat de loon- en de arbeidsvoorwaarden zich moeten richten op het ontvangstland (waar het werk wordt uitgevoerd) en de sociale zekerheid op het land van herkomst van de werknemers. Praktisch stelt artikel 3 van de detacheringsrichtlijn dat de minimumlonen van het gastland moeten betaald worden en dat ook de cao’s inzake werkomstandigheden (werkduur, vakantiedagen, gezondheid en veiligheid...) van toepassing zijn.

Lekke zeef

Al gauw bleek de detacheringsrichtlijn een lekke zeef te zijn. Om te beginnen omdat er amper controle is op de toepassing. Vrachtwagenbestuurders worden hier gedropt op verzamelplaatsen, rijden onmogelijk lange werkdagen en verdienen amper een cent. In de bouw worden Portugezen, Polen en Albanezen ingevoerd die in barakken leven, zoals vroeger de Italiaanse mijnwerkers. Ze mogen tevreden zijn als ze elke maand een hongerloon krijgen.

Naarmate er toch een aantal bazen betrapt worden, groeit ook de vindingrijkheid om gebruik te maken van de vage en zeer gebrekkige Europese wetgeving. Transportbedrijven richten postbusondernemingen op in Oost-Europese landen, ronselen ter plaatse chauffeurs en brengen ze met minibusjes naar hun bestemming om vrachten te vervoeren. Of bouwondernemingen zetten piramides op met onderaannemingen waarin schijnzelfstandigen uit die landen aan het werk gaan. Het spreekt voor zich dat hierdoor vaste jobs verloren gaan en dat er een neerwaartse druk op alle lonen ontstaat. 

De eerste stakingen en protestacties die dit soort praktijken aanklagen, werden door het Europees Hof van Justitie neergebliksemd omdat ze ‘het recht op vrij verkeer van personen’ belemmeren. Zo was er in 2007 het Laval-arrest dat de Zweedse vakbonden veroordeelde die een werf hadden stilgelegd van een Letse bouwonderneming die met Letse lonen een school bouwde in Zweden.

Straffer nog, de staat Luxemburg werd in 2008 veroordeeld omdat ze de in Luxemburg geldende collectieve overeenkomsten qua lonen en indexering wilde laten toepassen op werknemers uit andere Europese landen.

Langs de achterdeur

De vier grote vrijheden van het Europees verdrag (vrij verkeer van goederen, diensten, kapitalen en personen) worden zo boven de fundamentele democratische en sociale rechten gesteld. Dat was eigenlijk wat de Bolkestein-richtlijn formeel had proberen vast te leggen door het ‘land van oorsprong’-principe te doen aanvaarden voor alle dienstensectoren. De vakbondsmobilisatie in Europa slaagde er uiteindelijk in om dat principe te laten schrappen in de Bolkestein-richtlijn van 2006, maar het kwam met behulp van het Europees Hof en de vele maffieuze praktijken van de detachering langs de achterdeur terug binnen.

Na lang aandringen van de vakbonden en in het vooruitzicht van de Europese verkiezingen besloot de Commissie uiteindelijk om de detacheringsrichtlijn aan te vullen met een nalevingsrichtlijn. De bedoeling is om te preciseren hoe de detacheringsrichtlijn moet ingevuld worden. Na zes maanden besprekingen tussen de Commissie en het Parlement is er een voorstel dat op 15 april ter stemming voorligt in het Europees parlement. De inzet is groot. Alleen wanneer het Parlement het voorstel verwerpt moet er opnieuw onderhandeld worden. De Europese vakbonden en de betrokken beroepsvakbonden in België reageren heel afwijzend en stellen dat deze aanvullende richtlijn de problemen helemaal niet oplost. Zij willen een grondige herziening van de detacheringsrichtlijn zélf, zodat om te beginnen het principe van gelijk loon voor gelijk werk wordt ingeschreven en dat het ontvangstland het recht heeft om de eigen wetgeving inzake werkomstandigheden en collectieve arbeidsovereenkomsten te laten toepassen.

Onvoldoende om sociale dumping te bekampen

De verbeteringen die de nalevingsrichtlijn aanbrengt, grijpen in op reële problemen, maar zijn onvoldoende om de sociale dumping te bekampen. Vooreerst worden er strengere controlemaatregelen voorzien en de mogelijkheid om nationale controle op te leggen vóór elke detachering. De Commissie kan achteraf beoordelen of die “proportioneel” is, wat meteen de mogelijkheid tot terechtwijzing inhoudt, zoals dit momenteel al het geval is.

Ten tweede wordt de hoofdelijke aansprakelijkheid van de ondernemer die onderaannemers inhuurt, erkend. Als er met de lonen gesjoemeld wordt, kan de hoofdaannemer beboet worden met betaling van de ontfutselde lonen. Maar ook hier geldt meteen een beperking: dit principe geldt niet voor de hele piramide maar enkel voor één niveau.

Deze verbeteringen gelden bovendien alleen voor de bouwsector en dus niet voor andere sectoren zoals de vrachtwagenbestuurders. 

Daarom steunen wij de eis van de Europese vakbonden om de detacheringsrichtlijn van 1996 grondig te herzien en niet alleen de controle op misbruiken te versterken. Het zijn de voorwaarden van het land waar het werk wordt uitgevoerd die moeten gelden, met behoud van het recht van elke lidstaat om strengere voorwaarden op te leggen. Als minimum geldt:

• Gelijk loon voor gelijk werk, met inbegrip van de conventionele lonen.

• De sociale bijdragen moeten berekend worden volgens de normen van het ontvangstland en gestort worden aan de socialezekerheidskas in het land van herkomst.

• De hoofdaannemer moet onvoorwaardelijk aansprakelijk worden gesteld voor de sociale fraude in de hele onderaannemingsketen tot en met de onderste laag.

• Duidelijke omschrijving en controle op schijnzelfstandigheid, die werknemers uitbuit zonder sociale bescherming.

• Verplichte toepassing in alle dienstensectoren, niet alleen in de bouw maar ook in de transportsector en schoonmaaksector.

• Geen beperking van de controlemogelijkheden, ook vanwege vakbonden. 

Daarom vragen de Europese vakbonden terecht om niet overhaast te werk te gaan, om het probleem ten gronde te kunnen aanpakken. Wij willen een “goed akkoord” en zeker geen “snel (slecht) akkoord”.

Tim Joye, PVDA+ lijsttrekker Europese verkiezingen