(Foto Solidair, Barbara Tuna)

Strijd in Europa: wat ons bindt, maakt ons sterk

auteur: 

Dirk Tuypens

Jongeren in Nederland, metaalarbeiders in Duitsland, spoorwegarbeiders in Frankrijk en het personeel van een lowcost luchtvaartmaatschappij. Welke twee belangrijke elementen verbinden hen? Europa is een eerste, het tweede is een volgehouden en succesvolle sociale strijd. Op ManiFiesta ontmoetten ze elkaar, om ervaringen te delen en de internationale solidariteit te versterken. 

“Jongeren samenbrengen, dat is wat we willen doen”, zegt Lotte van der Horst, directielid van de Nederlandse vakbondsorganisatie FNV-Jong. “Soms willen jongeren in hun eentje tekeer gaan tegen hun werkgever. Dat is geen goed idee, waarschijnlijk ben je dan je baan kwijt. We moeten samen de strijd aangaan.”

Lotte van der Horst (FNV-Jong): “Jongeren vragende partij voor flexi-jobs? Onzin”

Van der Horst ziet in Nederland een enorme toename van precarisering en flexibilisering. Zo’n 50% van de Nederlandse jongeren zit in een flexi-job. “Dat heeft grote gevolgen. Het gaat om jobs die 35% minder loon opleveren dan andere jobs. Vroeger ging zo’n flexi-job nog over in een vaste baan, maar dat is niet langer zo. We zien dat jongeren de huur niet meer kunnen betalen, dat ze bang zijn voor de toekomst, dat ze meer en meer in burn-outs terecht komen. Er zijn ook veel jongeren die naar het buitenland trekken.”

De werkgevers beweren dat jongeren zelf vragende partij zijn voor flexi-jobs. “Dat is onzin”, reageert van der Horst. “Wij hebben daar een enquête rond gedaan, waaruit bleek dat 97% van de jongeren vast werk wil.”

Werken aan internationaal bewustzijn

Vast werk, met een degelijk loon en in menselijke omstandigheden. Dat is waar ook in Duitsland voor gestreden wordt. De Duitse vakbond IG Metall voerde een succesvolle strijd voor meer loon en arbeidsduurvermindering.

Michael Erhardt (IG Metall): “We moeten zeker sterk blijven werken aan het internationale bewustzijn van onze mensen”

“Wanneer je wil actievoeren voor meer loon, moet je om te beginnen kijken of daar het nodige geld voor is”, zegt Michael Erhardt, voorzitter van IG Metall in Frankfurt. “In de staalindustrie in Duitsland wordt heel veel winst gemaakt, dus het antwoord is ja. Dat moet je dan goed uitleggen, zodat mensen overtuigd aan de strijd beginnen. Vervolgens moet je onderzoeken hoe groot de bereidheid tot strijd is, hoe ver je kan gaan. Mensen moeten immers het gevoel hebben dat ze betrokken zijn, dat de strijd over hen gaat. Ten slotte moet je alles vertalen in creatieve acties.”

Ook op het vlak van arbeidsduurvermindering behaalde IG Metall een overwinning. De staalarbeiders kunnen gedurende twee jaar wekelijks 28 in plaats van 35 uur werken. “Arbeidsduurvermindering gaat over de macht om zelf over je tijd te kunnen beslissen”, zegt Erhardt. “We hebben daarover een enquête gedaan die door 700.000 mensen werd ingevuld. Zo werd het een breed gedragen eis.”

Aan het belang van internationale samenwerking twijfelt Erhardt geen moment: “We zien bijvoorbeeld vaak dat bedrijven de werknemers van hun vestigingen in verschillende landen tegen mekaar opzetten. We moeten daarom zeker sterk blijven werken aan het internationale bewustzijn van onze mensen.”

Communiceren met het publiek

Op drie maanden tijd staakten de Franse spoormensen 48 dagen. Omdat de regering een agressieve aanval inzette op hun statuut en de weg vrijmaakte voor de liberalisering en privatisering van het spoor.

Laurent Brun (CGT Cheminots): “Onze internationale contacten zijn van zeer groot belang”

“De regering beweerde dat het spoor in Frankrijk 30% duurder is dan in andere landen”, vertelt Laurent Brun, algemeen secretaris van spoorvakbond CGT Cheminots. “Wij zouden niet efficiënt zijn, de concurrentie zou onvermijdelijk nodig zijn. Om dat kracht bij te zetten, komt de regering altijd met buitenlandse voorbeelden aandragen: Zweden, Duitsland, Italië … Daar zou het allemaal veel beter gaan. Wij hebben contact opgenomen met onze collega’s in die landen. Zij konden ons uitleggen dat de realiteit anders is. Er zijn problemen met infrastructuur, onderhoud, dienstverlening … De private bedrijven blijken ook niet zonder overheidsgeld te kunnen. Onze internationale contacten zijn dus van zeer groot belang.”

Dat vakbonden uit verschillende landen mekaar kunnen inspireren, illustreert Brun met een concreet voorbeeld: “De Belgische vakbonden hebben een gratis krant uitgedeeld aan de reizigers, om de problemen van het spoor uit te leggen. Dat idee hebben we overgenomen. We hebben ook bij ons zo’n gratis krant verdeeld. We kunnen altijd goede ideeën van mekaar overnemen. We hebben veel steun gekregen van de reizigers. Als alle sectoren dat soort rechtstreekse communicatie met het publiek ontwikkelen, dan gaan we zeker vooruit.”

Applaus van de reizigers

Yves Lambot, secretaris bij de christelijke bediendevakbond CNE, is net terug uit Rome. Hij was daar niet op citytrip, maar om er mee te werken aan de voorbereiding van nieuwe acties bij Ryanair. Het cabinepersoneel en de piloten van deze lowcost luchtvaartmaatschappij voerden eerder dit jaar in heel Europa actie tegen de erbarmelijke werkomstandigheden bij Ryanair.

Yves Lambot (CNE): “Zolang Ryanair niet met een ander beleid komt, blijven stakingen nodig”

“Eind september komt er een nieuwe stakingsdag”, kondigt Lambot aan. “Dat zal opnieuw een internationale staking zijn. Wat niet eenvoudig te organiseren is, in alle landen zijn de regels daar rond anders. In Spanje en Italië is het behoorlijk moeilijk om een staking te organiseren. Maar de actie is nodig. Zolang Ryanair niet met een ander beleid komt, blijven stakingen nodig. We hopen dat ze positieve resultaten opleveren. We krijgen alvast veel begrip en waardering van het publiek. In de luchthaven krijgt het personeel van Ryanair voor hun strijd vaak applaus van de reizigers.”