Foto Solidair, Salim Hellalet

Studie :: Langer werken verhoogt de jeugdwerkloosheid

auteur: 

Kim De Witte

Langer werken zou volgens Pensioenminister Bacquelaine (MR) ook de jongerenwerkloosheid terugdringen. Klopt niet, reageert PVDA-pensioenspecialist Kim De Witte. Met cijfers toont hij aan waarom.

Download de studie hier

Samenvatting van de studie

1. Volgens de minister van Pensioenen, Daniël Bacquelaine (MR), zou de plicht tot langer werken leiden tot minder jeugdwerkloosheid: "Dans tous les pays où on part un peu plus tard à la pension, le chômage des jeunes a tendance à diminuer ; c'est le cas des pays scandinaves par exemple", aldus de minister.

Dat blijkt niet juist te zijn. In Zweden, het land bij uitstek waar deze regering naar verwijst, is de jeugdwerkloosheid sinds de verhoging van de pensioenleeftijd meer dan verdubbeld. Ook in Frankrijk en in Ierland is de jeugdwerkloosheid gestegen na het optrekken van de pensioenleeftijd.

In bepaalde landen zijn meer ouderen en meer jongeren aan het werk, maar de oorzaak ligt niet bij de plicht tot langer werken. De oorzaak ligt bij een globaal hogere werkgelegenheidsgraad, die te maken heeft met investeringen in publieke tewerkstelling (cfr. Denemarken), investeringen in arbeidsduurvermindering met loonsbehoud (cfr. Zweden) en betere vormen van ontslagbescherming (cfr. Nederland, Duitsland en Frankrijk).

2. De minister van Pensioenen vergist zich niet alleen over het effect van langer werken op de jeugdwerkloosheid. Ook de cijfers die hij aanhaalt over de tewerkstelling van ouderen zijn onjuist. Volgens minister Bacquelaine stoppen we in België gemiddeld op 59 jaar met werken. Dat zou de laagste leeftijd zijn van heel Europa. Van onze bevolking tussen 60 en 64 jaar zou slechts 17 procent aan het werk zijn. In de andere Europese landen zou dat 40 procent zijn.

Deze cijfers zijn onjuist. Volgens de laatste cijfers die België doorgaf aan de Europese Commissie werken mannen in België gemiddeld tot 61,2 jaar en vrouwen gemiddeld tot 61,9 jaar. In Oostenrijk stoppen vrouwen gemiddeld twee en een half jaar vroeger met werken dan in België (op 59,4 jaar). In Frankrijk stoppen mannen gemiddeld één jaar vroeger dan in België (op 60,3 jaar) en vrouwen gemiddeld twee jaar vroeger (op 59,8 jaar). In Luxemburg stoppen mannen gemiddeld drie jaar vroeger dan in België (op 58,1 jaar) en vrouwen bijna vijf jaar vroeger (op 57 jaar).

Ook de cijfers die de minister aanhaalt over de activiteit van ouderen zijn onjuist. Het cijfer over de activiteitsgraad van ouderen tussen 60 en 64 jaar dat de minister citeert (17 procent), dateert van 2007. In 2013 is maar liefst 22,8 procent van de Belgische bevolking tussen de leeftijd van 60 en 64 jaar actief. Verschillende Europese landen scoren lager. Het Europese gemiddelde ligt op 34,5 procent (EU28), en niet op 40 procent, zoals de minister beweert. Het gemiddelde van het oude Europa (EU18) ligt nog lager, meer bepaald op 33,9 procent.

3. De rechtse regering lijkt het langer werken kost wat kost te willen verdedigen. Ondanks een stijging van de jeugdwerkloosheid. De vraag is wat daarachter zit. Gaat het louter over de financiering van de pensioenen? Of is er meer aan de hand?

De drijfveer van de federale regering om ons langer te doen werken betreft niet alleen de financiering van de pensioenen. Het gaat ook over de werkloosheid. Volgens het Federaal Planbureau zullen er 169.000 gepensioneerden bijkomen tegen 2019 en 643.900 tegen 2030. Dat zal zorgen voor een sterke daling van de werkloosheid. Een sterke daling van de werkloosheid kan zorgen voor een opwaartse druk op de lonen en de arbeidsvoorwaarden. Mensen zullen minder snel geneigd zijn om eender welke job te aanvaarden, aan eender welk loon. 

Dat is niet naar de zin van werkgeversorganisaties zoals Voka en het VBO. Zij verkiezen een neerwaartse druk op de lonen. Een stijging van de werkloosheid zal zorgen voor een neerwaartse druk op de lonen. Iedereen twee jaar langer laten werken betekent volgens Patrick Deboosere, demograaf en professor aan de VUB, dat er 300.000 arbeidsplaatsen moeten bijkomen. Hoeveel nieuwe banen wil deze regering scheppen? De plicht tot langer werken, ondanks de 600.000 werklozen die België momenteel telt, vertrekt dan ook van een liberale logica. Het gaat niet alleen over de financiëring van onze pensioenen, maar ook over de neerwaartse druk op onze lonen.

Een sociale logica zorgt dat ouderen, die opgewerkt zijn, plaats ruimen voor jongeren, die nu geen baan vinden. Dat heeft ook financiële voordelen. De toename van het aantal gepensioneerden wordt dan gecompenseerd door een afname van het aantal werklozen.

4. Vertrekken van een sociale logica is mogelijk en nodig. De Studiecommissie voor de Vergrijzing berekent jaar op jaar de kost die de vergrijzing met zich mee brengt. Niet alleen de stijgende uitgaven voor de pensioenen en de gezondheidszorg, maar ook de dalende uitgaven voor de werkloosheid, brugpensioenen, kinderbijslag en arbeidsongeschiktheid worden in rekening gebracht. Indien we alle effecten in rekening brengen, zonder wijziging van de pensioenleeftijd, dan zouden de totale uitgaven voor de sociale zekerheid 4,2 procent extra van het BBP bedragen. Gespreid over 45 jaar is dat ongeveer 0,1 procent of 380 miljoen euro per jaar erbij. Volgens de OESO, het IMF en de Europese Centrale Bank zal onze economie op lange termijn groeien met gemiddeld 1,5 procent per jaar. Eén vijftiende van die groei volstaat om de kosten van de vergrijzing te dragen.

5. Langer werken is ondoenbaar, onlogisch en onnodig. Het is ondoenbaar omdat we niet allemaal langer leven en zeker niet in goede gezondheid. Eén op drie zestigers kampt met ernstige gezondheidsproblemen. Hen verplichten om langer te werken is geen optie. Langer werken is ook onlogisch. België telt nog steeds meer dan 600.000 werklozen. Bompa werkt zich kapot, terwijl kleinzoon hopeloos zoekt naar een job. Langer werken is tot slot onnodig. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing zullen wij in 2060 evenveel betalen voor onze pensioenen als Oostenrijk en Frankrijk nu al betalen. Is dat onhaalbaar? Natuurlijk niet. Het is een kwestie van keuzes in het sociaal en fiscaal beleid.

 

1 Verhoging pensioenleeftijd leidt tot hogere jeugdwerkloosheid

1. Volgens de laatste cijfers van de RVA telt ons land meer dan 600.000 werklozen[1], voor 4,5 miljoen werkenden[2]. Dat is een groot overschot aan werkkrachten. Wat gaat er gebeuren wanneer we nu allemaal nog langer gaan werken?

Volgens de minister van Pensioenen zou de plicht tot langer werken leiden tot minder jeugdwerkloosheid: "Dans tous les pays où on part un peu plus tard à la pension, le chômage des jeunes a tendance à diminuer ; c'est le cas des pays scandinaves par exemple", aldus Daniël Bacquelaine (MR) in de media[3]. Dat klinkt niet logisch. Het blijkt ook niet juist te zijn.

1.1 Voorbeeld van Zweden

2. In Zweden werd de pensioenleeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. De hervorming dateert van halfweg de jaren 1990 en trad in werking in 2000. In 2000 lag de jeugdwerkloosheid in Zweden op 10 procent. Na de inwerkingtreding van de pensioenhervorming is deze blijven stijgen: van 10 procent in 2000 tot 24 procent in 2014[4]. Deze stijging ligt een stuk hoger dan het Europese gemiddelde.

Grafiek 1 zet beide evoluties naast elkaar.

 

De bewering van minister Bacquelaine, dat in alle landen waar men later met pensioen vertrekt, de jeugdwerkloosheid daalt, is dus onjuist. In Zweden, het land bij uitstek waar deze regering naar verwijst, is de jeugdwerkloosheid sinds de verhoging van de pensioenleeftijd meer dan verdubbeld.

1.2 Voorbeelden uit andere landen

3. In Frankrijk werd de loopbaanvoorwaarde voor een volledig pensioen opgetrokken tussen 2008 en 2012 (voor een volledig pensioen zijn nu 40 loopbaanjaren vereist, in plaats van 37,5 jaren, zoals dat het geval was in 2008). Vanaf 2011 wordt in Frankrijk ook de wettelijke pensioenleeftijd verhoogd, van 60 naar 62 jaar (de hervorming Woerth). Elk jaar moeten ouderen 4 maanden langer werken, totdat de leeftijd van 62 jaar wordt bereikt. De jeugdwerkloosheid in Frankrijk is alles behalve gedaald. Tussen 2008 en 2014 steeg zij met maar liefst één derde, van 18 procent in 2008 naar 24 procent in 2014.

Grafiek 2 – Jeugdwerkloosheid in Frankrijk (in percentage)[5]

In Ierland, tot slot, steeg de pensioenleeftijd van 65 naar 66 jaar tussen 2011 en 2012. In diezelfde periode bereikte de jeugdwerkloosheid een ongekende hoogte van 31 procent[6]. De bewering dat in alle landen waar men later met pensioen vertrekt, de jeugdwerkloosheid daalt, is dan ook manifest onjuist. Dat geldt ook voor België.

4. Het Steunpunt Werk en Sociale Economie aan de KU Leuven berekende dat het optrekken van de pensioenleeftijd met twee jaar een negatief effect zal hebben op het aantal banen dat vrijkomt op korte termijn[7]. Die stelling wordt bevestigd door een recente studie van het Planbureau. Het Federaal Planbureau stelt dat de verstrenging van de toegangsvoorwaarden voor het vervroegd pensioen zal leiden tot een verhoging van de werkloosheid op middellange termijn: “à moyen terme, un relèvement du taux d’activité induit par des réformes structurelles telles qu’un durcissement des conditions d’accès à la retraite anticipée se traduit principalement par une augmentation du taux de chômage”[8].

5. De verhoging van de werkloosheid is geen goede zaak. Het aantal jobs voor jongeren onder de 25 jaar zit op een dieptepunt sinds 2008. Volgens de gegevens van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zijn er momenteel minder dan 280.000 jobs voor jongeren onder de 25 jaar. In 2008 was dat nog bijna 340.000. Dat is ongeveer 60.000 jobs minder.

Grafiek 3 – Aantal jobs voor jongeren onder de 25 jaar in België (in absolute cijfers)[9]

De jeugdwerkloosheid in België ligt momenteel rond de 24 procent[10]. Dat is het hoogste peil in de laatste 30 jaar. Een doortastend beleid ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid is dan ook noodzakelijk.

1.3 Besluit: langer werken zal jeugdwerkloosheid doen stijgen

6. De minister van Pensioenen, Daniël Bacquelaine (MR), haalt twee zaken door elkaar: de gevolgen van een verhoging van de pensioenleeftijd op de jeugdwerkloosheid en de globale werkgelegenheidsgraad in een land. In bepaalde landen ligt de globale werkgelegenheidsgraad hoger dan in België. In die landen zijn meer ouderen én meer jongeren aan het werk. De oorzaak daarvan ligt niet bij de verhoging van de pensioenleeftijd voor ouderen. De oorzaak ligt wel bij investeringen in publieke tewerkstelling (cfr. Denemarken), investeringen in arbeidsduurvermindering met loonsbehoud (cfr. Zweden), betere vormen van ontslagbescherming (cfr. Nederland, Duitsland en Frankrijk).

Het is dus niet omdat er in bepaalde landen meer ouderen én meer jongeren aan het werk zijn, de plicht tot langer werken ook automatisch leidt tot meer jobs voor jongeren. Het is wel omdat bepaalde landen investeren in werk, dat de globale werkgelegenheid hoger ligt, zowel voor jong als oud[11].

De federale regering wil ouderen langer laten werken en tegelijkertijd de investeringen in publieke tewerkstelling afbouwen[12] en de mogelijkheid voor ouderen om langer te werken, via de zogenaamde landingsbanen, verminderen. Het langer werken zal dan ook leiden tot een verdere verhoging van de jeugdwerkloosheid.

7. De minister van Pensioenen vergist zich niet alleen rond het effect van langer werken op de jeugdwerkloosheid. Ook de cijfers die hij aanhaalt over de tewerkstelling van ouderen zijn onjuist. Volgens minister Bacquelaine stoppen we in België gemiddeld op 59 jaar met werken; dat zou de laagste leeftijd zijn van heel Europa; van onze bevolking tussen 60 en 64 jaar zou slechts 17 procent aan het werk zijn; in de andere Europese landen zou dat 40 procent zijn (« On sort de l’activité en Belgique en 59 ans en moyenne; on est le taux le plus bas d’Europe; le taux de travail entre 60 et 64 ans est de 17 pourcent en Belgique; il est de 40 pourcent dans les autres pays européens »[13]).

Deze cijfers zijn onjuist. Volgens de laatste cijfers die België doorgaf aan de Europese Commissie, en die zijn opgenomen in het Witboek over de pensioenen van de Europese Commissie, werken mannen in België gemiddeld tot 61,2 jaar en vrouwen gemiddeld tot 61,9 jaar. Dat is niet de laagste leeftijd van heel Europa. In Oostenrijk stoppen vrouwen gemiddeld twee en een half jaar vroeger met werken dan in België (op 59,4 jaar). In Frankrijk stoppen mannen gemiddeld één jaar vroeger dan in België (op 60,3 jaar) en vrouwen gemiddeld twee jaar vroeger (op 59,8 jaar). In Luxemburg stoppen mannen gemiddeld drie jaar vroeger dan in België (op 58,1 jaar) en vrouwen bijna vijf jaar vroeger (op 57 jaar) [14].

Ook de cijfers die de minister aanhaalt over de werkzaamheidsgraad van ouderen zijn achterhaald. Het cijfer over de werkzaamheidsgraad van ouderen tussen 60 en 64 jaar dat de minister aanhaalt dateert van 2007. In 2013 is maar liefst 22,8 procent van de Belgische bevolking tussen de leeftijd van 60 en 64 jaar actief. Dat is niet het laagste percentage van Europa. Verschillende landen scoren lager. Het Europese gemiddelde ligt op 34,5 procent (EU28), en niet op 40 procent, zoals de minister beweert. Het gemiddelde van het oude Europa (EU18) ligt nog lager, meer bepaald op 33,9 procent. In Luxemburg is 22,9 procent van de bevolking tussen 60 en 64 jaar aan het werk, in Oostenrijk is dat 23 procent en in Frankrijk 23,3 procent[15]. Allemaal officiële cijfers, terug te vinden bij Eurostat.

8. De rechtse regering lijkt het langer werken kost wat kost te willen opdringen. Ondanks de stijging van de jeugdwerkloosheid en via het gebruik van achterhaalde cijfers over de activiteit en de uittredingsleeftijd van ouderen in België en Europa. De vraag is wat daarachter zit. Gaat het enkel over rechtse keuzes met betrekking tot de financiering van onze pensioenen of is er meer aan de hand?

2 Logica van het langer werken

2.1  Beperkte budgettaire opbrengst van het langer werken

9. De budgettaire ‘opbrengst’ van het langer werken is beperkt. Het Federaal Planbureau berekende deze opbrengst, op verzoek van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040. De opbrengst van het langer werken, via een koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting, zou slechts 1 tot 1,6 procent van het BBP bedragen[16]. Ruimschoots onvoldoende om de totale kost van de vergrijzing op te vangen. Deze kost wordt volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing op 4,2 procent van het BBP begroot[17].

De plicht tot langer werken is dan ook niet logisch vanuit een sociale visie op de samenleving. De budgettaire opbrengst is beperkt en de menselijke kost is groot (één op drie zestigers kampt met ernstige gezondheidsproblemen en kan daardoor überhaupt niet langer werken). Maar wat is dan de logica achter het langer werken? Waarom hecht de rechtse regering er zoveel belang aan?

2.2 Liberale logica achter het langer werken

10. Er zit een liberale logica achter het langer werken. Volgens het Federaal Planbureau zullen er 169.000 gepensioneerden bijkomen tegen 2019 en 643.900 tegen 2030. Dat zou zorgen voor een sterke daling van de werkloosheid. Een sterke daling van de werkloosheid zal zorgen voor druk op de lonen en de arbeidsvoorwaarden. Mensen zullen minder snel geneigd zijn om eender welke job te aanvaarden, aan eender welk loon.  

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) formuleert dat als volgt: “Op relatief korte termijn zullen spanningen op de arbeidsmarkt ontstaan ten gevolge van een dalende instroom van jongeren, met als gevolg inflatoire loontendensen en wage drift”[18]. Het standpunt van het VBO vindt zijn weerslag in een verslag van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid. De Raad stelt dat “het voorhanden zijn van bekwame en voldoende arbeidskrachten een vereiste is om loonspanningen te vermijden die, door hun weerslag op de arbeidskosten, de concurrentiepositie van de in België opererende ondernemingen zouden verzwakken”[19].

Ook minister van Pensioenen, Daniël Bacquelaine, komt terug op dit punt. In de komende jaren zullen we een tekort aan werkkrachten hebben, aldus de minister (« On sait aussi que sur le plan démographique dans les prochaines années, on va être en manque de main d’œuvre »[20]).

11. Met andere woorden: als er minder werklozen zijn, zullen werkgevers meer rekening moeten houden met eisen van werknemers op het gebied van lonen, veiligheid op het werk, werkdruk, werkzekerheid. De druk van het VBO om ons allemaal langer te doen werken, vertrekt minder van een bezorgdheid over de omvang van onze pensioenen en meer van een bezorgdheid over de omvang van onze lonen. Het VBO wil een voldoende groot aantal werklozen behouden, om de gunstige onderhandelingspositie van werkgevers te vrijwaren.

2.3  Keuze: langer werken of werklozen aan een baan helpen?

2. De rechtse regering wil ons vanaf 2015 langer laten werken. Het feit dat België momenteel nog meer dan 600.000 werklozen telt, wordt afgedaan als een fait divers. Maar dat lijkt toch niet het geval te zijn. Iedereen twee jaar langer laten werken betekent volgens Patrick Deboosere, demograaf en professor aan de VUB, dat er 300.000 arbeidsplaatsen moeten bijkomen[21]. Hoeveel nieuwe banen wil deze regering scheppen?

De drijfveer van de rechtse regering is niet alleen de pensioenen laten betalen door mensen langer te laten werken. De opbrengst van het langer werken voor de financiering van de pensioenen is zeer beperkt. De drijfveer van de rechtse regering is de werkloosheid niet te sterk laten dalen. Een sterke afname van de werkloosheid zou een stijgende druk kunnen veroorzaken op de lonen. Dat is niet naar de wens van Voka en het VBO.

13. Een sociale logica zorgt dat ouderen, die opgewerkt zijn, plaats ruimen voor jongeren, die nu geen baan vinden. Dat heeft ook financiële voordelen. De toename van het aantal gepensioneerden wordt gecompenseerd door een afname van het aantal werklozen.

Vertrekken van een sociale logica is perfect mogelijk. Tussen 1960 en vandaag is onze rijkdom meer dan verviervoudigd. Tegelijk hebben we onze arbeidsduur met één derde verminderd. De Belgische werknemers werkten in 1960 gemiddeld meer dan 2.300 uur per jaar, vandaag is dat 1.550 uur[22]. België staat hierin niet alleen, die dalende trend vinden we in de hele industriële wereld.

Ook het aantal arbeidsjaren in de loop van ons leven is gereduceerd. De gemiddelde leeftijd van intrede in de arbeidsmarkt is opgeklommen van zestien tot ruim 21 jaar[23]. Door onze groeiende productiviteit kunnen we jongeren steeds langer laten studeren.

Sinds de industrialisatie maken we steeds meer producten met minder arbeid. De essentiële opdracht bestaat erin om arbeid en inkomen te blijven herverdelen. Tegelijk moeten we ons dringend beraden over de verdere groei van onze economie. In volwassen economieën, waar de jaarlijkse productie van goederen en diensten ruim de noden van de bevolking dekt, moeten we de toename in productiviteit omzetten in minder arbeidstijd.

Langer studeren en minder lang werken. Zeker als we het fysiek en psychisch moeilijker hebben (één op drie zestigers kampt met ernstige gezondheidsproblemen). Dat kan ook tijdens het actieve leven door tijdskrediet, door een kortere werkweek of door de werkdruk te verminderen.

In de jaren 1930 voorspelde Keynes dat onze werkweek in de toekomst nog vijftien uur zou bedragen[24]. Keynes’ toekomstvisie was wellicht te rooskleurig, maar alle welvaartseconomieën vertonen wel dezelfde trend.

Tegen die logica hebben neoliberale economen de aanval ingezet. Hun verhaal zet de werkelijkheid op haar kop en weigert de gerealiseerde vooruitgang te zien. Het is een verhaal dat spoort met de belangen van hoge vermogens. Herverdeling van productiviteit in meer vrije tijd betekent inderdaad minder winst. Minder werken is ook minder omzet en opnieuw minder winst.

De Studiecommissie voor de Vergrijzing berekent jaar op jaar de kost die de vergrijzing met zich mee brengt. Niet alleen de stijgende uitgaven voor de pensioenen en de gezondheidszorg, maar ook de dalende uitgaven voor de werkloosheid, brugpensioenen, kinderbijslag en arbeidsongeschiktheid worden in rekening gebracht. Indien we alle effecten in rekening brengen, zonder wijziging van de pensioenleeftijd, dan zouden de totale uitgaven voor de sociale zekerheid 4,2 procent extra van het BBP bedragen. Gespreid over 45 jaar is dat ongeveer 0,1 procent of 380 miljoen euro per jaar erbij. Volgens de OESO, het IMF en de Europese Centrale Bank zal onze economie op lange termijn groeien met gemiddeld 1,5 procent per jaar[25]. Eén vijftiende van die groei volstaat om de kosten van de vergrijzing te dragen.

3 Besluit

14. Langer werken is ondoenbaar, onlogisch en onnodig. Het is ondoenbaar omdat we niet allemaal langer leven en zeker niet in goede gezondheid. Eén op drie zestigers kampt met ernstige gezondheidsproblemen. Hen verplichten om langer te werken is geen optie. Langer werken is ook onlogisch. België telt nog steeds meer dan 600.000 werklozen. Bompa werkt zich kapot, terwijl kleinzoon hopeloos zoekt naar een job. Langer werken is tot slot onnodig. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing zullen wij in 2060 evenveel betalen voor onze pensioenen als Oostenrijk en Frankrijk nu al betalen[26]. Is dat onhaalbaar? Natuurlijk niet. Het is een kwestie van keuzes in het sociaal en fiscaal beleid.

 

[1] RVA, cijfer van oktober 2014, http://www.rva.be/frames/frameset.aspx?Path=D_stat/&Items=1&Language=NL.
[2] STATBEL, cijfer van het tweede kwartaal van 2014, zie http://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/arbeid_leven/werk/.
[3] Interview op RTBF Matin Première, “L’Acteur en direct : Daniel Bacquelaine”, 20 november 2014, te raadplegen op http://www.rtbf.be/info/emissions/article_l-acteur-en-direct-daniel-bacquelaine?id=8412121&eid=5017893 à Audios à zie seconde 583.
[4] EUROSTAT, Werkloosheid in Europa, 2000-2014.
[5] EUROSTAT, Werkloosheid in Europa, 2000-2014, zie http://www.google.be/publicdata/explore?ds=z8o7pt6rd5uqa6_&ctype=l&strail=false&bcs=d&nselm=h&met_y=unemployment_rate&fdim_y=age_group:y_lt25&fdim_y=seasonality:sa&scale_y=lin&ind_y=false&rdim=country_group&idim=country_group:non-eu&idim=country:dk:se&ifdim=country_group&tstart=990568800000&tend=1408744800000&hl=fr&dl=fr&ind=false#!ctype=l&strail=false&bcs=d&nselm=h&met_y=unemployment_rate&fdim_y=age_group:y_lt25&fdim_y=seasonality:sa&scale_y=lin&ind_y=false&rdim=country_group&idim=country_group:non-eu&idim=country:fr&ifdim=country_group&tstart=1202079600000&tend=1407103200000&hl=fr&dl=fr&ind=false.
[6] EUROSTAT, Werkloosheid in Europa, 2000-2014.
[7] B. NEEFS, W. HERREMANS en L. SELS, Vergrijzing in de sectoren. Waar is de nood aan vervanging het hoogst?, WSE-report, 2013, 29p.
[8] Federaal Planbureau, Pensioenhervormingsscenario’s in de werknemers- en zelfstandigenregelingen (II) en in de overheidssector. Versie met een evaluatie van een bonus-malussysteem, Studie gerealiseerd op vraag van de “Commissie voor de hervorming van de pensioenen 2020-2040”, RAPPORT_CP_10741, maart 2014, p. 5.
[9] Cijfers van de RSZ, zoals samengebracht door Ph. Defeyt, Le marché du travail des jeunes : il n'y a pas de quoi se réjouir, Institut pour un Développement Durable, december 2014, p. 2.
[10] EUROSTAT, Werkloosheid in Europa, 2000-2014, zie http://www.google.be/publicdata/explore?ds=z8o7pt6rd5uqa6_&ctype=l&strail=false&bcs=d&nselm=h&met_y=unemployment_rate&fdim_y=age_group:y_lt25&fdim_y=seasonality:sa&scale_y=lin&ind_y=false&rdim=country_group&idim=country_group:non-eu&idim=country:dk:se&ifdim=country_group&tstart=990568800000&tend=1408744800000&hl=fr&dl=fr&ind=false#!ctype=l&strail=false&bcs=d&nselm=h&met_y=unemployment_rate&fdim_y=age_group:y_lt25&fdim_y=seasonality:sa&scale_y=lin&ind_y=false&rdim=country_group&idim=country_group:non-eu&idim=country:be&ifdim=country_group&tstart=946940400000&tend=1407103200000&hl=fr&dl=fr&ind=false.
[11] Zie in die zin ook Ph. DEFEYT, Retarder (encore) l’âge de départ (effectif) à la retraite ?, IDD, augustus 2014, 17p.
[12] Slechts één op vijf ambtenaren die met pensioen gaat zal nog worden vervangen. Volgens Chris Reniers, voorzitter van het Vlaams ACOD, zal dat 15 tot 20.000 banen kosten (VRT journaal van 8 december 2014).
[13] Zie het interview op RTBF Matin Première, “L’Acteur en direct : Daniel Bacquelaine”, 20 november 2014, te raadplegen op http://www.rtbf.be/info/emissions/article_l-acteur-en-direct-daniel-bacquelaine?id=8412121&eid=5017893 à Audios à zie seconde 302 e.v.
[14] Zie Europese Commissie, Witboek: Een agenda voor adequate, veilige en duurzame pensioenen, 16 februari 2012, COM(2012), p. 24 e.v. (raadpleegbaar op file:///C:/Documents%20and%20Settings/u0056302/My%20Documents/Downloads/WP-Pensions_EN.pdf à p. 24 e.v.).
[15] Zie Eurostat, via http://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/submitViewTableAction.do?dvsc=9.
[16] Commissie Pensioenhervorming 2020 – 2040, Een sterk en betrouwbaar sociaal contract, rapport van juni 2014, p. 144 en 146.
[17] Zie STUDIECOMMISSIE VOOR DE VERGRIJZING, Jaarlijks verslag, juli 2014, 6.
[18] VERBOND BELGISCHE ONDERNEMINGEN (VBO), Het masterplan eindeloopbaan, Over Werk – Tijdschrift van het Steunpunt WAV, 2004, afl. 3, p. 37.
[19] HOGE RAAD VOOR DE WERKGELEGENHEID, Verslag 2004, Synthese, p. 10.
[20] Zie het interview op RTBF Matin Première, “L’Acteur en direct : Daniel Bacquelaine”, 20 november 2014, te raadplegen op http://www.rtbf.be/info/emissions/article_l-acteur-en-direct-daniel-bacquelaine?id=8412121&eid=5017893 à Audios à zie seconde 583 e.v.
[21] Patrick Deboosere, Werk minder lang, denk aan uw kinderen en aan uzelf, Opinie, De Standaard, 4 december 2014.
[22] Patrick Deboosere, Werk minder lang, denk aan uw kinderen en aan uzelf, Opinie, De Standaard, 4 december 2014.
[23] Patrick Deboosere, Werk minder lang, denk aan uw kinderen en aan uzelf, Opinie, De Standaard, 4 december 2014.
[24] J.M. Keynes, “Economic Possibilities for our Grandchildren” (1930), uit J.M. Keynes, Essays in Persuasion, New York, W.W. Norton & Co., 1963, 358-373.
[25] Volgens het Ageing Report 2012 van de Europese Commissie (opgesteld met medewerking van de OESO, het IMF en de ECB) zou het BBP in België gemiddeld zelfs toenemen met 1,6% per jaar tussen 2010 en 2060. In 2060 zou het BBP 812,3 miljard euro bedragen, dat is 2,3 keer meer dan in 2010 (EUROPEAN COMMISSION en ECONOMIC POLICY COMMITTEE, The 2012 Ageing Report: Underlying Assumptions and Projection Methodologies, European Economy 4/2011, DG Economic and Financial Affairs, p. 274).[26] Zie EUROPEAN COMMISSION, Fiscal Sustainability Report, European Economy 8/2012, DG Economic and Financial Affairs, 33.

 

Commentaar toevoegen

Reacties

Helemaal eens, PVDA in Nederland stelt niets voor en is niet langer een waardige partij voor de werkende.