Tien jaar notionele-intrestaftrek kost u 40 miljard

De notionele-intrestaftrek, een fiscaal voordeel voor bedrijven, bestaat 10 jaar. Weinig reden om te vieren vindt PVDA-voorzitter Peter Mertens: “De maatregel was aangekondigd als budgetneutraal, maar blijkt 40 miljard aan de samenleving te kosten. Een enorm bedrag waarvan alleen al de helft volstaat om de armoede in ons land weg te werken.” De PVDA pleit voor de afschaffing van de maatregel.

Wetsvoorstel tot schrapping van de notionele intrestaftrek

Er valt weinig te vieren op deze tiende verjaardag. De aftrek voor het risicokapitaal (dat is de officiële benaming) bleek een mislukking, een maatregel die breed in diskrediet komt door de zware budgettaire ontsporing, die er het gevolg van is.

4 miljard per jaar: meer dan dubbel zoveel als nodig om de armoede weg te werken

De studiedienst van de linkse PVDA becijferde dat de maatregel tot nog toe 40 miljard euro aan de samenleving kostte. De berekening gebeurde op basis van de officiële cijfers en van een projectie van de laatste drie jaar. Het systeem van notionele-intrestaftrek kost ons dus 4 miljard euro per jaar. Nochtans werd het begin 2006 ingevoerd als een ‘budgetneutrale maatregel’. De toenmalige regering beweerde dat de geschatte kosten van 500 miljoen euro gecompenseerd zou worden door ‘de uitschakeling van andere fiscale maatregelen’.

“Tien jaar geleden vertelde men ons dat de notionele-intrestaftrek budgetneutraal zou zijn. Niets is minder waar gebleken. In totaal kostte de fiscale gunstmaatregel de samenleving al 40 miljard euro. Dat is een gemiddelde van 4 miljard euro per jaar. Twee keer zoveel als we nodig hebben om armoede uit te roeien door alle uitkeringen boven de armoedegrens op te trekken, wat een minimum is. Maar dat doet men niet”, zegt PVDA-voorzitter Peter Mertens.

Notionele-intrestaftrek en Excess Profit Ruling: zelfde oorsprong

“Het schandaal van de Excess Profit Ruling, de zogenaamde overwinstrulings die de Europese Commissie heeft veroordeeld, blijkt in België uitgegroeid tot een belastingparadijs voor multinationals en de allerrijksten. En daarin speelt het systeem van notionele-intrestaftrek een belangrijke rol”, stelt PVDA-volksvertegenwoordiger Marco Van Hees, die al meer dan tien jaar op het dossier werkt en er verschillende boeken over publiceerde. Marco Van Hees zal samen met Raoul Hedebouw een wetsvoorstel indienen om het systeem van notionele- interestaftrek af te schaffen. “De notionele-intrestaftrek en de Excess Profit Ruling hebben dezelfde oorsprong: ze zijn twee wettelijke maatregelen die ongeveer tien jaar ontwikkeld werden om twee andere fiscale voordelen aan multinationals te vervangen, die toen al door de Europese Unie werden veroordeeld. Het gaat respectievelijk om de regeling voor de coördinatiecentra en om de zogenaamde ‘heersende INFOCAP.’”

Voor verkiezingen waren alle partijen voor een ‘diepgaande hervorming’

Het wetsvoorstel van de PVDA omvat de afschaffing van de aftrek voor risicokapitaal. “Bij deze tiende verjaardag is het tijd om de hypocrisie te stoppen. Men kan niet langer toestaan dat bijna alle partijen tijdens de verkiezingscampagne van 2014 hebben aangedrongen op een afschaffing of een diepgaande hervorming van de notionele-intrestaftrek, maar dat er ondertussen niets gebeurt. Zelfs de politieke vader van de maatregel, de liberale MR, erkend in 2014 de noodzaak om het systeem te herbekijken”, aldus Peter Mertens. “Van bij de vorming van de nieuwe regering bleken al die verkiezingsbeloftes plots van geen tel meer. Ondanks de groeiende vraag naar een rechtvaardige taxshift, besloot de rechtse regering om de vennootschapsbelastingen onaangeroerd te laten. Meer nog, premier Charles Michel aarzelde niet om in het buitenland een promotournee op poten te zetten om het unieke Belgische aftreksysteem aan te prijzen, net zoals destijds premier Di Rupo de maatregel tot in Davos toe ging aanprijzen.”

“Kunstmatig de eigen fondsen oppeppen, zonder reële economische activiteit”

Tijdens een hoorzitting in de Kamer over de internationale belastingontduiking, merkte Pascal Saint-Amans, directeur van het Politiek en administratief fiscaal centrum van de OESO, op dat zijn organisatie gekant is tegen de notionele-intrestaftrek, die volgens Saint-Amans “kan worden omschreven als een slechte fiscale maatregel”. De directeur van het studiecentrum verklaarde verder: “Grote multinationals kunnen kunstmatig de ‘eigen fondsen’ van hun Belgische filialen oppeppen om de Belgische notionele-intrestaftrek te gebruiken, zonder dat dit gekoppeld is aan een economische activiteit. In die zin is de notionele-intrestaftrek uitgegroeid tot een fiscale optimalisatie-instrument dat in vraag kan worden gesteld.”

De notionele-intrestaftrek niet gerelateerd aan reële economie

“België moet ophouden om de rol van belastingparadijs te spelen, zeker met maatregelen die geen positief effect op economie of werkgelegenheid hebben”, zegt federaal parlementslid Marco Van Hees. “De Nationale Bank, die vaak erg snel is om nieuwe cadeaus aan ondernemingen toe te juichen, besloot in een studie zelf dat de impact van de notionele-intrestaftrek op de tewerkstelling ‘marginaal’ is. Dat is logisch, want de maatregel is niet gerelateerd aan de reële economie: de multinationale groepen kunnen profiteren los van het feit van ze productievestigingen in België hebben. Het zijn immers hun financiële dochterondernemingen die de belangrijkste vehikels zijn.”

Energy Europe Invest: 38 miljoen euro notionele-intrestaftrek en nauwelijks 7 jobs

Financiële dochterondernemingen die behoren tot de voornaamste begunstigden van de notionele-intrestaftrek, tonen een staf van 11 voltijdse equivalenten (AB Inbev) of zelfs maar 6 (Danone), 5 (KBC), 3 (EDF), 0,8 (Fortum), tot geen enkele voltijds equivalent (BP, ExxonMobil, Philips, enzovoorts). De gouden palm komt wellicht toe aan Electrabel/Engie,. Haar dochteronderneming Energy Europe Invest boekte een winst van 38 miljoen euro en betaalde daarop 1 (= één) euro belasting, door 38 miljoen euro notionele-intrestaftrek in te brengen. Energie Europe Invest telt nauwelijks 7 voltijds equivalenten.

Viervoudige discriminatie

Niet alleen zijn de notionele-intrestaftrek verstoken van deugden, bovendien betekent het systeem een viervoudige discriminatie. Ten eerste tussen bedrijven en particulieren, die niet in aanmerking komen. Ten tweede tussen grote bedrijven, die overduidelijk de primaire begunstigden zijn, en de kmo’s. Ten derde tussen bedrijven die weinig schulden hebben, en bedrijven die veel schulden hebben en die in grote mate uitgesloten worden van het systeem. En ten vierde winstgevende bedrijven en verlieslatende bedrijven, die totaal over het hoofd werden gezien.

Voor volksvertegenwoordiger Marco Van Hees is het systeem van notionele-intrestaftrek “een soort Frankenstein, een monster waarvan de schepper, de wetgever, de controle verloor. Het creëert een terugkerend bloedbad in de overheidsfinanciën. De plaats van de notionele-intrestaftrek is in het museum van fiscale wreedheden. Op een dag, zullen bezoekers van dit hypothetische museum zich, met stomheid geslagen, afvragen hoe het zo is kunnen misgaan. Laten we deze tiende verjaardag gebruiken om een einde aan het systeem te stellen.”

i Voor de jaren 2006 tot 2012: Huis van Afgevaardigden, Inventaris vrijstellingen, tegemoetkomingen en verminderingen die overheidsinkomsten beïnvloeden, Bijlage bij de begroting, diverse jaren. Voor de jaren 2013-2015, op basis van de verwachte evolutie van de notionele-intrestaftrek.

Commentaar toevoegen