(Foto Luc Viatour)

Tien voorstellen voor ecologische en sociale planning

Stel dat we de belangen van die kleine minderheid van superrijke aandeelhouders in de fossiele energie, bouwsector, agro-business, transport en oude industrie even wegdenken. Hoe zou een ambitieus klimaatbeleid er dan kunnen uitzien? Dit zijn tien voorstellen van de PVDA.

1.
De Europese en nationale plannen moeten uitgaan van een samenhangende en geïntegreerde visie. Geen abstracte doelstellingen en vage richtlijnen, maar rechtstreekse ingrepen in de economie door middel van ecologische planning met bindende doelstellingen. Tegen 2030 moet in Europa de totale CO2-uitstoot met 55% dalen en moet 45% van de stroom uit hernieuwbare energie komen. Tegen 2050 moet België volledig klimaatneutraal zijn. De omschakeling naar een duurzame economie moet ook gepaard gaan met sociale rechtvaardigheid, met werkgelegenheid en een herverdeling van de rijkdommen. Daarom spreken we van ecologische én sociale planning.

2.
In het geval van België is voor een daadkrachtige aanpak ook de herfederalisering van de klimaat- en milieubevoegdheid vereist. Vermindering van de CO2-uitstoot, hernieuwbare energie en omschakeling naar een duurzame economische infrastructuur: stuk voor stuk zijn het problemen die het kader van de gewesten overstijgen en die globaal moeten worden aangepakt. De onderhandelingen over de gewestelijke verdeling van de doelstellingen voor 2020 hebben maar liefst zeven jaar geduurd. Eén nationale minister verantwoordelijk voor één nationaal klimaatbeleid houdt meer steek dan vier ministers die elkaar de zwarte piet kunnen doorspelen.

3.
De zwaarste inspanningen uitstellen tot vlak voor de deadlines in 2020, 2030 en 2050 is een gevaarlijke strategie, omdat de uitstoot ondertussen gewoon verder gaat. Om 50% kans te hebben om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C, mag de hele mensheid nog 320 gigaton CO2 uitstoten. Op dit moment schommelt de jaarlijkse wereldwijde CO2-uitstoot rond de 36 gigaton. Dat wil zeggen dat als de uitstoot nu niet drastisch daalt, ons ‘koolstofbudget’ al binnen tien jaar op zal zijn. De PVDA wil dan ook dat België een ambitieus en sociaal rechtvaardig Nationaal Energie en Klimaatplan voor 2030 opstelt dat rekening houdt met alle deelsectoren en dat direct in werking treedt.

4.
Ook de uitdoving van fossiele brandstoffen kan niet wachten tot morgen. Een geplande uitfasering van fossiele brandstoffen met wetgevend kader is nodig om niet langer afhankelijk te zijn van marktschommelingen. Alle subsidies aan fossiele en nucleaire brandstoffen moeten meteen worden stopgezet, nieuwe investeringen verboden. De werknemers in de fossiele en nucleaire industrie hebben recht op een sociaal rechtvaardig herbestemmingsplan.

5.
De uitbouw van een 100% hernieuwbaar en 100% publiek energienet. De privatisering van de energiesector moet worden teruggedraaid, Electrabel moet opnieuw in publieke handen om het algemeen belang te dienen. Stedelijke energiebedrijven onder democratische controle van de bevolking maken een aangepaste energievoorziening mogelijk. De bouw van water-, wind- en zonnecentrales zorgt tevens voor vele duizenden jobs. De sites van de huidige kerncentrales moeten worden omgebouwd tot hoogtechnologische energieopslagcentrales, met opnieuw jobcreatie tot gevolg.

6.
Agro-business inruilen voor agro-ecologie. Geen grote agro-multinationals als Monsanto-Bayer meer die bodemuitputtende technieken, vervuilende pesticiden en gemanipuleerde zaden gebruiken om meer winst te maken, maar lokale en gediversifieerde landbouweenheden die gezond voedsel en respect voor de natuur garanderen. Deze vorm van bodembewerking is arbeidsintensiever en schept dus opnieuw vele nieuwe arbeidsplaatsen. De vleesproductie moet worden afgebouwd en rekening houden met de draagkracht van de eigen bodem. Geen massale invoer meer van soja uit Zuid-Amerika voor de export van varkens en kippen, maar korteketenlandbouw met producten van eigen bodem en gericht op eigen consumptie.

7.
Volop inzetten op isolatie. De CO2-uitstoot van al onze gebouwen moet tegen 2050 naar nul. Betere isolatie brengt ook een kostenbesparing op energie met zich mee. Een grootschalig programma van energierenovatie moet ervoor zorgen dat alle overheidsgebouwen en sociale woningen alvast nul op de meter hebben tegen 2020. Wijkrenovatieprojecten via een derdebetalerssyteem maken energiezuinig wonen toegankelijk voor iedereen. De overheid schiet de investering voor en de gezinnen betalen de lening in schijven terug, met de winst op hun energiefactuur, tegen nul procent. Eigenaars van commercieel vastgoed moeten verplicht zo’n derdebetalerslening aangaan.

8.
We hebben een openbaar vervoer 2.0 nodig dat comfortabel, betrouwbaar en betaalbaar is. De besparingslogica moet volledig omkeren en plaats maken voor grootschalige investeringen in De Lijn, TEC, MIVB en NMBS. Meer personeel, een fijnmaziger net en meer capaciteit is nodig om overal en de klok rond een vlotte verbinding te garanderen. De prijzen moeten naar omlaag door een shift naar volledig publieke inkomsten, bekostigd met rechtvaardige fiscaliteit. Minderjarigen, studenten, 65-plussers en werkzoekenden kunnen volledig gratis reizen. Openbaar vervoer 2.0 is ook multimodaal, het vindt aansluiting bij andere sociale vervoersmiddelen zoals autodelen en fietsdelen. Een toekomstgerichte stadsplanning met fietsostrades en autoluwe stadskernen gecombineerd met een sterk uitgebouwd openbaar vervoer maakt personenwagens in veel gevallen overbodig. Het overblijvende wagenpark moet tegen 2050 volledig elektrisch zijn. Goederentransport over lange afstand moet verplicht via spoor- of waterwegen.

9.
Publieke warmtenetten zijn een moderne en ecologische manier om hele wijken en steden te verwarmen. Warmtenetten transporteren industriële restwarmte via een buizensysteem naar woningen, kantoren en andere gebouwen. Zo gaat er geen energie verloren en sparen gezinnen weer een rekening uit. In München levert een publiek warmwaternet van 800 kilometer buizen groene warmte aan 120.000 gezinnen. Tegen 2030 moeten alle grote Belgische steden uitgerust zijn met een openbaar stedelijk warmtenet. De aanleg van deze warmtenetten moet net als de uitbouw van openbaar vervoer 2.0 gepaard gaan met moderne en toekomstgerichte stadsplanning.

10.
Een nationale investeringsbank onder democratische controle om al deze werken uit te voeren en om de overige industrie te vergroenen met inspraak van de vakbonden. Deze overheidsbank garandeert het spaargeld van de spaarders en investeert enkel in rechtvaardige ecologische projecten.