Top 1000 van de winsten | 50,2 % van de winst gaat naar de aandeelhouders, 6,7 % naar de gemeenschap

In haar jaarlijkse top 1000 van de winsten toont de PVDA aan dat de grote bedrijven in België zeer weinig belastingen betalen op hun winsten. Ze delen meer dan de helft daarvan wel uit aan de aandeelhouders.

De verdeling belastingen/dividenden

De duizend meest winstgevende Belgische bedrijven van 2013 hebben samen 48 miljard euro winst voor belasting gerealiseerd. Van die winstmassa gaat nauwelijks 3 miljard (6,7 %) naar de gemeenschap in de vorm van bedrijfsbelasting. 24 miljard (50,2 %) wordt als dividend aan de aandeelhouders uitgekeerd.

Deze ongelijke verdeling tussen belastingen en dividenden lijkt paradoksaal, maar is in feite een logisch proces: de fiscale cadeaus dikken de winsten aan en dit hemels manna gaat vooral naar de aandeelhouders, veel meer dan naar investeringen. Dat toont dat de regering-Michel-De Wever met haar politiek om de inkomsten van het (groot) kapitaal te doen toenemen, geen relance zal bewerkstelligen. Integendeel, ze doet de ongelijkheid toenemen, wat elk perspectief op een economisch herstel blokkeert doordat de koopkracht van de gezinnen wordt aangetast.

De stelling van de Duitse sociaaldemocraat Helmut Schmidt van de jaren 1980 - "De winsten van vandaag zijn de investeringen en de werkgelegenheid van overmorgen"- die vandaag weer opduikt bij de regeringspartijen (onder andere uit de mond van Eric Van Rompuy, voorzitter van de commissie Financiën van de Kamer) wordt hiermee onderuit gehaald. Dertig jaar besparingen en offers aan het kapitaal zoals de neoliberale theorieën van Milton Friedman (idool van de huidige minister van Financiën Johan Van Overtveldt) voorschrijven, hebben een veel frappanter verband: de winsten van vandaag zijn de dividenden van vandaag.

Bovendien is hiermee het alibi voor de notionele-interestaftrek - het versterken van het eigen vermogen van de ondernemingen- duidelijk weerlegd. In werkelijkheid doet het massaal uitdelen van dividenden het eigen vermogen verminderen.

De top 20 van de dividenden

Uit de top 1000 van de winsten hebben we de 20 bedrijven geselecteerd die de meeste dividenden uitbetalen. Verrassing: het totaalbedrag van die dividenden (14,6 miljard euro) is veel hoger dan de winst (8,7 miljard), het kapitaalsuitkeringspercentage ligt op 168 %! Het gaat dus ook over winsten uit voorgaande jaren.

Toegegeven, de selectie focust op de grote dividenden. Maar deze gelddouche die over de aandeelhouders wordt uitgestort is indrukwekkend. Ook indrukwekkend is dat de grootste Belgische fortuinen bijzonder goed worden bediend. Zeven superrijke families verdelen onder elkaar zo'n 6,5 miljard aan dividenden.

  • Familie de Spoelberch en consorten (1ste Belgisch fortuin): AB-InBev (nr. 2).
  • Familie Frère (2de Belgisch fortuin): Carolorégienne de participation (nr. 5) en GBL (nr. 9).
  • Familie Lhoist (7de Belgisch fortuin): Lhoist (nr. 7) en Dolomies de Marche-Les-Dames (nr. 10).
  • Familie Cigrang (12de Belgisch fortuin): Cobelfret (nr. 16)
  • Familie Boël (14de Belgisch fortuin): Danone (nr. 18), via Sofina.
  • Familie Janssen (21ste Belgisch fortuin): Solvay (nr. 15) en UCB (nr. 19).
  • Familie Mulliez (1ste of 2de Frans fortuin, waarvan vele leden in België wonen): Damburg (nr. 20).

Het verrijkingstraject van die grote fortuinen doorloopt verschillende stadia waarbij ze telkens kunnen rekenen op de steun van de regering:

  1. de uitbuiting van arbeid – die de rijkdom voortbrengt - met zo min mogelijk kosten (loonmatiging, indexsprong,enz.)
  2. de lage belasting op de bedrijfswinsten (dankzij notionele-interestaftrek, vrijstelling van meerwaarde op aandelen en andere fiscale belastingverminderingen).
  3. de verdeling van de dividenden (vrijgesteld dankzij het mechanisme van de definitief belaste inkomsten).
  4. de accumulatie van vermogen even gigantisch als niet belast (geen vermogensbelasting).

Volgens de PVDA is een totaal ander beleid voor de verschillende stadia dringend nodig. En toont een nieuwe peiling, net als verschillende voorgaande, niet aan dat 85 % van de bevolking voorstander is van een vermogensbelasting?