Foto Solidair, Dieter Boone

Tussen regering en sociale beweging staat het 1-1 aan de rust

“Tegenover de inspiratieloze politiek van de rechtse upperclass-regering ontstond op korte tijd een enorme dynamiek van onderuit. Een golf van sociaal verzet spoelde door het land met de vakbonden als ruggengraat. En er kwam een nooit geziene samenwerking tussen meer dan 1000 sociale middenveldorganisaties in de schoot van de burgerbeweging Hart boven Hard. (...) Tussen regering en sociale beweging staat het 1-1 aan de rust”, schreef PVDA-voorzitter Peter Mertens op 25 mei in een opiniestuk op deredactie.be. De tweede speelhelft volgt in september-oktober. Met een nieuwe sensibilisatiecampagne in september, die moet uitmonden in nieuwe nationale betoging in gemeenschappelijk vakbondsfront op woensdag 7 oktober in Brussel. Tijd voor een terugblik op de eerste helft, om de tweede helft voor de sociale bewegingen te winnen.

De regering-Michel-De Wever trok al van bij haar aanstelling hard van leer. Ze kondigde meteen een besparingsplan aan, bestaande uit antisociale maatregelen zoals ons land er geen meer had gekend sinds WO II: indexsprong, besnoeiingen in de openbare diensten en in cultuur, verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar, feitelijke afschaffing van het brugpensioen, minimumdienstverlening...

Ondanks zeven maanden van sociaal verzet drukte de regering een aantal van die maatregelen door. Al legt de sociale beweging er zich niet bij neer en blijft ze de maatregelen contesteren.

Op een belangrijk punt kon de regering haar wil níet doorduwen. Een van haar strategische doelstellingen bij haar aantreden was een slag toebrengen aan de macht van de vakbonden en het middenveld. Die slag heeft de regering niet gewonnen.

Mobilisatiekracht sociale beweging verbaasde iedereen

Het eerste wat iedereen het voorbije werkjaar is opgevallen, is de mobilisatiecapaciteit van de sociale beweging in ons land. Meer dan duizend sociale middenveldorganisaties bundelden de krachten in een nieuwe burgerbeweging Hart Boven Hard in Vlaanderen en gaven het startschot voor een aanzwellende golf van sociaal verzet. Snel gevolgd door de vakbonden die reeds op 15 oktober, vier dagen na de eedaflegging van de rechtse federale regering, hun actieplan aankondigden.

Drie weken later, op 6 november, betoogden meer dan 120.000 mensen in de straten van Brussel. Ook Hart Boven Hard en de studenten mobiliseerden voor deze betoging.

Op 17 november betoogden de studenten tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld.

Op 15 december legde een nationale 24-urenstaking het hele land plat. Ook in kleine bedrijven werd gestaakt, vaak voor het eerst

Op 24 november, 1 december en 8 december volgden provinciale beurtstakingen. En op 15 december legde een nationale 24-urenstaking het hele land plat. De productie in verschillende bedrijven werd op drie weken tijd soms tot tweemaal toe verstoord. Alle grote economische centra en industriezones lagen plat of ondervonden zware hinder. Maar ook in verscheidene kleine bedrijven werd gestaakt, vaak voor het eerst. 

Aan de piketten verbroederden vakbondsleden met activisten van het middenveld. Voor het eerst kwamen artiesten zingen aan de piketten. Ze voerden toneelstukjes op voor de stakers. Zowel aan de piketten als tijdens solidariteitsacties in Brussel en Antwerpen.

Tussen midden maart en eind april volgde een tweede golf van acties, betogingen en stakingen. Op 29 maart brachten burgerbeweging Hart Boven Hard en haar ondertussen in Franstalig België ontstane zusterbeweging Tout Autre Chose meer dan 20.000 mensen op de been op een zondag, én ondanks zwaar regenweer, tijdens een Grote Parade.

In de dagen daarop voerden meer dan 35.000 syndicalisten acties in het hele land. En op 22 april hield de socialistische vakbond een algemene staking in de openbare diensten.

De regering moest vaststellen dat de sociale beweging niet aan kracht had ingeboet

Wat niemand de avond van de verkiezingen op 25 mei 2014, met de overwinning van de N-VA en de MR mogelijk achtte, werd werkelijkheid. Op zeven maanden tijd mobiliseerden de vakbonden en het middenveld meerdere honderdduizenden werkende mensen om te protesteren, actie te voeren, te betogen en te staken. Het verbaasde menig vriend en vijand in België en… in het buitenland.

Een nieuwe jonge generatie van 10.000 actievoerders deed doorheen deze beweging waardevolle politieke en syndicale strijdervaringen op. Ze ervoeren de geweldige kracht van het sociaal verzet. Dit alles is van onschatbare waarde voor de toekomst.

De regering, die zich als doel had gesteld de macht van de vakbonden en het middenveld een slag toe te brengen, stelde op het terrein vast dat de sociale beweging niet aan kracht had ingeboet.

Voor een maatschappij op mensenmaat

Nooit eerder werd zoveel gediscussieerd over de maatschappijkeuze van de regering. Hart Boven Hard, Tout Autre Chose, de vakbonden... alle hekelden ze het egoïstische maatschappijmodel van de rechtse regeringen. Alle menselijke waarden en solidariteit worden ondergeschikt gemaakt aan de concurrentiekracht van de ondernemingen en de miljonairs. “Wie niet mee kan, moet op de eerste plaats zelf op zoek gaan naar oplossingen”, “sociale steun is niet vanzelfsprekend”, “collectieve voorzieningen kunnen niet gratis zijn”...

Hart boven Hard: “Een economie staat in dienst van mens en samenleving, en niet omgekeerd”

Hart Boven Hard verwierp deze maatschappijvisie: “Het regeerakkoord vertaalt ‘waarde’ in uitsluitend economische termen. De vele dimensies van het rijke menselijke bestaan – de lerende, de creatieve, de spelende, de zorgende, de sociale, de liefhebbende… mens – moeten plaatsmaken voor de economische dimensie. (…) Een economie staat in dienst van mens en samenleving, en niet omgekeerd. Wij wensen zuurstof voor de samenleving, en niet dat alle zuurstof uit de samenleving naar de ondernemingen gaat. Het verenigingsleven, het onderwijs, de zorg, de cultuur, de diensten… zijn geen ‘last. Integendeel, ze maken deel uit van onze rijkdom.”1 Dit maatschappijdebat is zeer belangrijk voor toekomst.

15 december: regering en werkgevers in het defensief

De regering werd in de maanden oktober tot december in snelheid gepakt. Rechts en conservatief België juichte toen de federale regering met N-VA, CD&V, Open Vld en MR op 11 oktober de eed aflegde. In de hoofdkwartieren van het patronaat was het feest. Er kwam ruimte voor een harde rechtse besparingspolitiek. Eindelijk zou er gesleuteld kunnen worden aan de macht van het middenveld en de vakbonden...

Maar na twee maanden zaten regering en patroons in het defensief. Dat uitte zich op drie niveaus:

Vicepremier Jan Jambon (N-VA) gaf toe dat zijn partij een bocht maakte

1. Bij de regeringspartijen. Bart De Wever en de regering waren geschrokken van de omvang en de heftigheid van de acties. In Brussel, in Wallonië én in Vlaanderen. Wat schaduwpremier Bart De Wever nooit voor mogelijk had gehouden, gebeurde toch: de acties kregen een groot draagvlak bij de publieke opinie, ook in Vlaanderen. Dit alles deed de tegenstellingen in de regering tussen N-VA en Open Vld enerzijds, en CD&V en MR anderzijds, hoog oplopen. N-VA en Open Vld wilden eerst niet weten van de eerste summiere toegevingen aan de vakbonden2 op 23 december, maar toch aanvaardden ze de toegevingen uit schrik dat CD&V anders de regering zou laten vallen. Vicepremier Jan Jambon (N-VA) gaf toe dat zijn partij een bocht maakte: “We nemen nu een bochtje om uiteindelijk ons doel te bereiken.”3

2. In het hoofdkwartier van de N-VA. Bart De Wever zag met lede ogen hoe zijn N-VA bij de publieke opinie pluimen verloor. Op 26 december verklaarde hij in een interview: “Het is er goed ingehamerd: dat verhaal van de superrijken die aan alles ontsnappen en vooral dat deze coalitie dat ook wil. En zeker de N-VA. Omdat het een partij zou zijn die 30 percent haalt, maar enkel voor één percent opkomt.”4 Het gezichtverlies van de N-VA uitte zich ook in alle daaropvolgende opiniepeilingen waar de N-VA steevast 10 tot 15% van zijn kiezers verliest (de peilingen geven de N-VA tussen 27 en 28%, tegenover 31% bij de verkiezingen in 2014).

De Tijd: “Nu ook de bedrijven aan de klaagmuur staan, lijkt de regering voor niemand nog goed te kunnen doen”

3. Bij de werkgevers. Tussen 1 en 15 december ging er geen dag voorbij of een of andere werkgever zette zich in een krant af tegen de indexsprong, omdat “die de vakbonden woest maakt”. De Tijd schreef in december: “Het gemor uit de bedrijfswereld is een extra domper voor de regering. Die kreunt al maanden onder het gebeuk van de bonden en de oppositie dat ze de middenklasse laat bloeden om cadeaus uit te delen aan de rijken en de bedrijven. Nu ook de bedrijven aan de klaagmuur staan, lijkt de regering voor niemand nog goed te kunnen doen.”5

Zes sterke troeven

De sociale strijd tussen 15 oktober en 15 december beschikte over zes sterke troeven: een gemeenschappelijk vakbondsfront; de interprofessionele solidariteit die zich toonde in het samen actievoeren van de werknemers van de privébedrijven en de ambtenaren van de openbare diensten; de nationale eenheid tussen werkende mensen uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel; een groot draagvlak bij de bevolking, onder meer door toedoen van de burgerbewegingen Hart boven Hard en Tout Autre Chose; eenheid rond de centrale verzuchtingen: intrekking van de indexsprong, geen verhoging van de pensioenleeftijd en behoud van alle systemen van vervroegde pensionering, stop de afbouw van de openbare diensten en invoering van een vermogensbelasting; en tot slot een enthousiasmerend actieplan.

Ideologisch tegenoffensief

De regering stelde vanaf 15 december alles in het werk om deze zes sterke troeven onderuit te halen door middel van een politiek en ideologisch tegenoffensief op vier vlakken.

Draagvlak voor vermogensbelasting blijft zo groot dat regering en patroons vrezen dat een taxshift niet zal aanvaard worden als die niet serieus raakt aan de grote fortuinen

1. De belofte voor een taxshift

De eis om niet de middenklasse, maar enkel de twee procent allerrijksten aan te spreken met een vermogensbelasting, was de eis die het breedste draagvlak genoot. Marc Coucke6, LuxLeaks en SwissLeaks hadden dit ongenoegen nog versterkt. Ook Bart De Wever stelde dit vast: “De geest is uit de fles en die krijg je er niet meer in. Alles wordt op één hoop gegooid: de rijken. ‘De rijken betalen niet’.”7 Om de gemoederen te bedaren beloofde de regering, bij monde van Kris Peeters (CD&V), de realisatie van een taxshift in januari.

Maar in de maanden en de weken die daarop volgden werd de realisatie van de een taxshift voortdurend uitgesteld: naar maart, juni, juli of zelfs het najaar. Ondertussen probeerde de regering de aard van de taxshift, een verschuiving van fiscale lasten van de 99% naar de 1% rijksten, te wijzigen.

Eerst zocht de regering andere inkomstenbronnen, zoals een btw-verhoging, ecotaksen… Ten tweede wilde de regering met de opbrengst van de taxshift een loonlastenverlaging financieren voor de bedrijven. Door deze manoeuvres probeerde de regering de voorbije maanden de taxshift om te vormen tot een instrument ten voordele van de werkgevers, hoofdzakelijk betaald door de werkende bevolking zelf via een btw-verhoging en ecotaksen.

Of deze manipulatie van de taxshift door de regering zal slagen, is alles behalve zeker. Het draagvlak voor een vermogensbelasting blijft zo groot dat de regering en de patroons vrezen dat een taxshift niet zal aanvaard worden als die niet serieus raakt aan de grote fortuinen.

In een interview met Le Soir pleit Voka-voorzitter Michel Delbaere tegen een taxshift, tot verwondering van de journaliste: “Er komt beter geen verlaging van de lasten op arbeid, als die in naam van gelijkheid gefinancierd wordt door een belasting op kapitaal of vastgoed.”8

De regering beschuldigde de vakbonden van politieke stakingen om de “democratisch verkozen regering” te laten vallen

Er is dus een reële kans dat het uitstel van een taxshift een definitieve schrapping wordt.

2. Een mediaoffensief

De regering gebruikt in een uitgekiende communicatie alles om het draagvlak voor de acties bij de bevolking onderuit te halen: eerst het geweld na de betoging van 6 november, dan beelden van incidenten gedurende de stakingsacties. Bart De Wever verwoordde het zo: “Ik hoop dat de taferelen van de staking die nu boven water komen, het draagvlak doen wegsmelten, beelden zoals die dame die een winkel doet sluiten met geweld, stakerspiketten die vrolijk staan wezen, kermis vieren op de openbare weg.”9

De regering en de patroons verzonnen berekeningen over de “economische kost” van stakingen. Ze beschuldigden de vakbonden van politieke stakingen die als doel hadden de “democratisch verkozen regering” te laten vallen. De regering maakte begin januari ook handig gebruik van de aanslagen op Charlie Hebdo om de veiligheidskwestie en het racisme op de voorgrond te zetten en de sociaaleconomische thema’s naar de achtergrond te duwen.

Deze regering wil zuurstof geven aan bedrijven en kapitaalkrachtigen, en dit ten nadele van de werkende mensen

Dit mediaoffensief kende een zeker succes. Het CRISP, het Centrum voor socio-politiek onderzoek en informatie10, schrijft: “De vakbonden hebben onder andere geleden onder de druk van de politiek en de media. Ze werden ervan beschuldigd dat ze oppositiespelletjes speelden door een politieke staking te houden. Sindsdien hebben ze hun acties bewust beperkt tot sociaaleconomische thema’s en hebben ze beslist niet te lang en niet te zwaar meer druk te zetten op de regering door na de algemene staking van 15 december in onderhandelingsmodus te gaan.”11

Deze regering streeft een politiek project na: zuurstof geven aan de bedrijven en de kapitaalkrachtigen, en dit ten nadele van de werkende mensen. Het verzet tegen de ‘ikke-en-de-rest-kan-stikken’-maatschappijvisie van deze regering bestempelen als een politieke staking ten voordele van een politieke partij (in casu de PS, zoals geopperd werd) is dan ook totaal onterecht. Het was volkomen gerechtvaardigd dat het sociaal verzet naast sociaaleconomische eisen, ook politieke doelstellingen nastreefde, die bovendien breed, ver boven alle partijgrenzen heen, gedragen werden. Met name de realisatie van een rechtvaardige en solidaire maatschappij waar de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.

3. Onderhandelen ja, maar niet onder druk van actie(dreiging)

Na 15 december beloofde de regering de start van ‘echt’ sociaal overleg – op voorwaarde dat er geen nieuwe acties kwamen. De regering wist dat de vakbonden met een nieuw actieplan hun sterke punten verder kon uitbouwen en de druk op die regering konden verhogen. Dit wilde de regering vermijden. Na 15 december was in de sociale beweging het idee “laten we de onderhandelingen een kans geven” ook breed verspreid. Op 15 december beslisten de drie vakbonden, zo schrijft het CRISP, “ondanks de wens van sommigen van hun militanten om de mobilisatie voort te zetten, geen nieuwe acties te voorzien en zich voorzichtig te engageren in onderhandelingen”.12

De regering weigerde vanaf het begin te onderhandelen over de centrale verzuchtingen

4. Onderhandelen ja, maar niet over de centrale verzuchtingen

De regering weigerde vanaf het begin te onderhandelen over de centrale verzuchtingen. Afvoeren van de indexsprong, terugtrekking van de verhoging van de pensioenleeftijd, behoud van alle mogelijkheden van vervroegde pensionering, stoppen met de besparingen in de openbare diensten en een vermogensbelasting waren voor de regering onbespreekbaar.

De vakbonden schoven aan tafel aan in de hoop dat ze de centrale verzuchtingen toch nog ingang zouden kunnen doen vinden bij de regering. Uit het verdere verloop van de onderhandelingen blijkt dat ze daar niet in geslaagd zijn. Op enkele reparaties na – een aantal overgangsmaatregelen en een kleine loonmarge (totaal onvoldoende om de indexsprong te compenseren) – zullen de onderhandelingen niets meer opleveren.

Beide zaken, de onderhandelingsthema’s en de actiedreiging, zijn natuurlijk met elkaar verbonden. Onderhandelaars kunnen een regering maar dwingen om over de centrale verzuchtingen te onderhandelen als ze een actieplan achter de hand hebben, iets waarop ze kunnen terugvallen in het geval van een weigering van de regering.

Overal in Europa ziet men hoe consequent links vooruitgaat en een nieuwe sociale alternatieve stroming doet groeien

Naar een succesvolle tweede speelhelft in het najaar

De aangekondigde nationale betoging van het gemeenschappelijk vakbondsfront op 7 oktober 2015 toont dat de strijdwil van de vakbonden niet gebroken is. De eenheid rond de vier centrale verzuchtingen blijft groot. Als het sociaal verzet – de vakbond en het brede middenveld – erin slaagt te leren uit de voorbije ervaringen zit een overwinning in het najaar er in. Zelfs goedgekeurde maatregelen, zoals een indexsprong, kunnen steeds opnieuw worden ingetrokken.

Overal in Europa, onder meer in Griekenland en in Spanje, ziet men hoe consequent links, dat steunt op de sociale strijdbeweging, vooruitgaat en een nieuwe sociale alternatieve stroming doet groeien. Ook bij ons kan consequent links zich weten te versterken in de sociale bewegingen om op die manier bij te dragen tot een overwinning van het sociaal verzet in het najaar.

1 http://www.hartbovenhard.be/septemberverklaring
2 Voor meer info over die eerste toegevingen, zie http://pvda.be/artikels/geen-enkele-belangrijke-toegeving-van-regering-onder-de-kerstboom
3 De Standaard, 24 december 2014
4 http://m.newsmonkey.be/article/27421
5 De Tijd, 30 december 2014
6 Marc Coucke verkocht zijn bedrijf met 1,5 miljard winst en betaalde hierop geen euro belasting.
7 http://m.newsmonkey.be/article/27421
8 Le Soir, 27 mei
9 http://m.newsmonkey.be/article/27421
10 Centre de recherche et d’information socio-politiques – CRISP. www.crisp.be.
11 “Belgique – Le projet gouvernemental contesté, par la mobilisation et la négociation” zie http://www.crisp.be/crisp/wp-content/uploads/analyses/2015-04-24_ACL_2015-Belgique_le_projet%20_gouvernemental_conteste_par_la_mobilisation_et_la_negociation.pdf
12 idem