Solidariteitsactie op zondag 11 oktober in Brussel. (Foto Solidair, Vinciane Convens)

Veel woede over Turkse regering na aanslag op vredesbetoging

auteur: 

Marc Botenga

Bij een bomaanslag tegen een vredesbetoging in de Turkse hoofdstad Ankara vielen zaterdag 10 oktober meer dan 90 dodelijke slachtoffers. Veel Turken verdenken de regering ervan dat ze bewust spanningen in het land aanwakkert in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 1 november.

Het ene moment dansten ze voor vrede, het volgende ontplofte een bom in hun midden. Meer dan 90 betogers kwamen zaterdag in de Turkse hoofdstad Ankara om het leven. Er vielen tussen de 250 en 500 gewonden. De vredesbetoging werd georganiseerd door onder meer de sociaaldemocratische CHP, de linkse HDP en de Turkse Arbeiderspartij EMEP, met de steun van verschillende vakbonden. Enkele uren na de aanslag stapten duizenden mensen door de straten van Istanbul. Uit solidariteit met de slachtoffers, maar ook uit woede. De woede van de betogers keerde zich expliciet tegen de Turkse regering en president Recep Tayyip Erdogan. Deze laatste wordt ervan beschuldigd doelbewust de spanningen op te drijven om zijn eigen macht te vergroten.

Woede tegen de regering

Net na de aanslag verbood president Erdogan de media formeel beelden van de aanslag te verspreiden. Ook het sociale netwerk Twitter werd naar verluidt geblokkeerd. Professor Beyza Ustün, volksvertegenwoordigster van de HDP, ziet in deze censuur een teken van de verantwoordelijkheid van Erdogan en de Turkse geheime dienst.1 Dat de Turkse premier in zijn eerste reactie Selahattin Demirtas, een van de leiders van de linkse HDP-partij, bedreigde, viel al evenmin in goede aarde. Ook de rol van de Turkse politiediensten wordt betwist. Waarom werden er in het station geen veiligheidscontroles uitgevoerd, vraagt Faruk Bildirici, van de krant Hurriyet zich af.2 Een lokale activist begrijpt dan weer niet waarom de politie de ambulances tegenhield.

In Istanbul droegen de betogers een groot spandoek met daarop “Moordenaarsstaat” met zich mee. Ankara gebruikte de politie zelfs traangas toen mensen rode anjers op de plaats van de aanslag wilden leggen.

HDP-leider Demirtas verweet de Turkse regering onder meer dat na eerdere bloedbaden in Dyarbakir en Suruç nooit de minste arrestatie werd verricht. In Suruç kwamen in juli 35 jonge activisten om die wilden meehelpen de Syrische stad Kobani (Eyn al-Arab) opnieuw op te bouwen nadat ze door terreurgroep Islamitische Staat was aangevallen. De Turkse regering kreeg toen het verwijt dat ze de activisten in Suruç had geblokkeerd en hen zo had blootgesteld aan gevaar.

Welke machtsspelletjes achter de aanslag?

De woede van de demonstranten heeft echter diepere wortels. Velen verdenken de regering ervan dat ze bewust spanningen in het land aanwakkert in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 1 november. President Erdogan hoopte bij eerdere parlementsverkiezingen in juni genoeg stemmen te halen om de Turkse grondwet te kunnen wijzigen en een presidentieel regime te kunnen installeren. Maar mede door het succes van de pro-koerdische HDP, verloor zijn partij haar meerderheid. Sindsdien doet Erdogan alles om de HDP te criminaliseren. Door nieuwe verkiezingen te organiseren, en in de aanloop daarnaar de spanningen met onder meer de Koerden op te drijven, zou Erdogan hopen de HDP weer onder de kiesdrempel van 10% te duwen.

Ook Erdogans buitenlands beleid wordt bekritiseerd. Zo zou er via de poreuze Syrisch-Turkse grens zowel gestolen antiquiteiten als olie van de terreurgroep op de internationale markt verhandeld worden. Gedurende jaren stroomden via Turkije ook wapens en buitenlandse strijders Syrië binnen om er onder meer de terreurgroep Islamitische Staat te gaan versterken. Op hetzelfde moment blokkeerde Turkije wel Koerdische strijders die in Syrië tegen de terreurgroep wilden vechten. Critici wijzen erop dat dit – op zijn minst laks beleid – tegenover radicale jihadisten ervoor zorgde dat deze fundamentalistische terreurgroepen nu ook op Turkse bodem voet aan de grond krijgen.3

De PVDA sprak daar haar medeleven uit met de getroffen families, vrienden en kameraden van de slachtoffers. En wees op de politieke verantwoordelijkheid van het regime van Erdogan, dat de confrontatie zoekt en geweld hanteert. De strategie van de spanning en militarisering van de Turkse staat, lid van de Navo en bondgenoot van ons land, mag niet de overhand halen. Solidariteit met de strijd voor de vrede!

 

 

1 http://www.levif.be/actualite/international/le-president-erdogan-est-responsable-de-l-attentat-a-ankara/article-normal-427289.html

2 http://www.liberation.fr/monde/2015/10/10/ankara-nous-etions-venus-avec-nos-banderoles-de-paix-elles-ont-servi-a-couvrir-nos-morts_1401340

3 http://www.wsj.com/articles/turkey-awakens-to-the-islamic-state-threat-within-1440101281