Ada Colau (Foto flickr.com, Marc Lozano)

Verkiezingen in Spanje: establishment kraakt, activisten juichen

Een aardverschuiving, zo worden de resultaten van de lokale verkiezingen in Spanje genoemd. De al-jaren-aan-de-macht-partijen Partido Popular (conservatieven) en PSOE (sociaaldemocraten) krijgen zware klappen, en de linkse eenheidslijsten behalen heel mooie scores.

“De hoop heeft gewonnen”

De hoop heeft inderdaad gewonnen, met zeker in de grootsteden Madrid en Barcelona een knaller vanjewelste. De lijst Barcelona en Comú (te vertalen als: 'Samen voor Barcelona') behaalt vanuit het niets de eerste plaats, met meer dan 25%, en stoot de conservatieve Catalaanse nationalisten van hun troon. Op deze lijst bundelden Podemos, Izquierda Unida, groenen en een rist sociale en vakbondsactivisten hun krachten. Het bruisende Barcelona krijgt nu een jonge activiste als burgemeester. Ada Colau (41 jaar) was een van de oprichters en de meest gekende woordvoerder van de vereniging tegen de huisuitzettingen, het Platform van Slachtoffers door de Hypotheek (PAH). Het PAH staat altijd klaar om gezinnen te beschermen tegen gedwongen huisuitzettingen opgelegd door harteloze banken en rechtbanken. Ada Colau schreef daarover een boek met als titel ¡Sí se puede! Crónica de una pequeña gran victoria. ('Ja, wij kunnen het! Kroniek van een kleine grote overwinning'). “De hoop heeft gewonnen”, zei Ada Colau na haar klinkende verkiezingsoverwinning. “Eindelijk is de campagne van angst en berusting overwonnen. Ze heeft plaats gemaakt voor een verlangen naar verandering. Dit is de overwinning van David tegen Goliath.”

De PVDA feliciteerde Ada Colau en Barcelona en Comú al met de overwinning. Ada Colau liet onmiddellijk weten dat ze als nieuwe burgemeester genoegen neemt met een loon van 2.200 euro, in plaats van de 12.000 euro waar normaal gezien burgemeesters van grootsteden groot mee worden. De PVDA hanteert hetzelfde principe. Alle mandatarissen van de PVDA leven aan een gemiddeld werknemersloon. En ook Ada Colau's programma voor Barcelona mag er zijn: boetes voor banken die leegstaande woningen bezitten, 2500 nieuwe jobs bij de stad, een maandelijkse premie van 600 euro voor gezinnen in armoede, gratis maaltijden voor schoolkinderen en het weer intrekken van bouwvergunningen voor luxehotels, zoals dat van de Deutsche Bank.

In de hoofdstad Madrid heet de alternatieve lijst Ahora Madrid ('Madrid Nu'), met ook hier een samengaan van Podemos, de Communistische Partij van Spanje, een deel van de lokale Izquierda Unida en allerhande activisten. Ahora Madrid werd nipt tweede, maar kan mogelijk toch besturen met de steun van de PSOE. Burgemeester wordt dan Manuela Carmena, een 71-jarige advocate en ex-rechter, die haar sporen heeft verdiend met de verdediging van politieke gevangenen onder dictator Franco. In 1977 overleefde ze een moordaanslag vanuit extreemrechtse hoek.

Indignados en andere strijdbewegingen als basis

Een constante in de goede resultaten van de consequent linkse lijsten: ze hebben de steun van de werknemers die lokaal op heel wat plaatsen actie voeren tegen ontslagen en voor betere lonen en werkomstandigheden. En komen trouwens niet echt 'uit het niets' maar zijn het vervolg en de uitloper van straatprotest, pleinbezettingen, groene golven en witte woedes die de voorbije vier jaar door Spanje zijn getrokken – te beginnen met '15M', de bezetting op 15 mei 2011 van het plein aan de Puerta del Sol in Madrid door de 'indignados', de 'verontwaardigden'.

In al die strijdbewegingen werden al mooie overwinningen geboekt:

Door grote manifestaties werd de hervorming van de abortuswet, die abortus wou verbieden tenzij in heel uitzonderlijke omstandigheden, tegengehouden.

Idem met de geplande privatisering van de ziekenhuizen in Madrid, na een jaar strijd. Na twee weken staking werd het ontslag van 1134 straatvegers in Madrid ongedaan gemaakt. En ook de sluiting van de Coca-Cola-fabriek in Madrid staat op de helling, na twee jaar acties daartegen.

Het PAH, de vereniging tegen de huisuitzettingen, slaagt erin om elk jaar ongeveer 200 woninguitzettingen te verhinderen. En last but not least, Spanje heeft in 2010 en 2012 twee algemene stakingen gekend – en die van 2012 viel min of meer samen met grote stakingen in Portugal, Italië, Griekenland en Cyprus.

De overwinning van een nieuw links in Spanje zal in heel Europa weerklank hebben. Op Radio1 sprak PVDA-voorzitter Peter Mertens over “een belangrijk signaal voor consequent links in Europa”. Want nu zijn de doorbraak van Syriza in Griekenland en het verzet van de regering-Tsipras tegen de neoliberale pletwals van de Europese instellingen geen alleenstaande feiten meer. Een jong, fris links alternatief maakt verder opgang, vanuit de strijdbewegingen aan de basis.

Politiek landschap grondig vernieuwd

Bij de lokale verkiezingen van 24 mei stemden de Spanjaarden voor 13 van de 17 regionale besturen en voor nieuwe gemeentebesturen in heel het land. Een belangrijke test voor de cruciale parlementsverkiezingen in november.

De twee partijen van het establishment hebben het slecht tot zeer slecht gedaan. De rechtse Partido Popular van eerste minister Mariano Rajoy behaalde haar zwakste score in meer dan twintig jaar. Ze blijft over heel Spanje wel nipt de grootste partij (27%), maar verliest 2,5 miljoen kiezers vergeleken met de parlementsverkiezingen van 2011. De PP regeerde in 10 van die 13 regio's, en zal er nu zeker vijf van haar bastions verliezen. De PSOE, federaal in de oppositie, haalt nog 25%, maar verliest toch ook 800.000 kiezers.

Waar zijn die kiezers dan allemaal naartoe? In de eerste plaats naar brede linkse lijsten die erin slaagden het verzet tegen het neoliberaal beleid te bundelen. Lijsten die de overtuiging dat een heel ándere politiek nodig is, vorm geven. In zeven steden pikken die lijsten de eerste of tweede plaats in: Madrid (3 miljoen inwoners), Barcelona (1,6 miljoen), Zaragoza, La Coruña, Cádiz, Terrasa en Santiago de Compostela. In de tweede plaats is er ook de opkomst van een nieuwe rechts-populistische formatie, Ciudadanos ('Burgers'), die nationaal op 7% uitkomt maar her en der naar de 15% gaat. Een nog groter succes was weggelegd voor de linkse tegenhanger – en voorganger – van Ciudadanos, Podemos ('Wij kunnen'). Een totaal percentage stemmen voor Podemos is moeilijk te geven, vermits de partij in verschillende regio's, steden en gemeenten opging in bredere linkse lijsten. Dat geldt ook voor Izquierda Unida (waar de Communistische Partij van Spanje deel van uitmaakt), dat zelf toch nog bijna 5% haalt.

Hiermee is het politieke landschap in Spanje in één klap grondig vernieuwd. De tijd dat één van de twee klassieke grote partijen alleen kon regeren, in een tweepartijensysteem, lijkt voorbij. Bijna nergens haalt de PP of de PSOE nog een absolute meerderheid, bijna overal zijn coalitiebesturen nodig. En dikwijls zit Podemos (of brede linkse lijsten waar Podemos en IU deel van uitmaken) daarbij op de wip. Sommige commentatoren stellen dan ook dat deze verkiezingen “de democratie in Spanje hebben veranderd”. Dat is allicht wat voorbarig, maar in elk geval verandert er heel veel in Spanje’s grootste steden, Madrid en Barcelona, en hebben de Spaanse kiezers een links signaal van formaat gegeven.

De Spaanse crisis in cijfers

18% van de bevolking leeft onder de armoedegrens.

Meer dan 1 op 4 Spanjaarden is werkloos, bij de jongeren is dat meer dan 1 op 2.

Tussen 2007 en 2011 daalde het beschikbaar gezinsinkomen met 3,5% per jaar, en dat van de 10% armsten zelfs met 13% per jaar.

Volgens Crédit Suisse is 55,6% van het vermogen in handen van slechts 10% van de bevolking. 0,4% van de bevolking, of 170.000 ultrarijken, hebben elk meer dan 50 miljoen dollar.

332.529 mensen zijn dakloos.

2,1 miljoen Spaanse werknemers (11,7% van het totaal aantal) zijn 'werkende armen', verdienen minder dan de armoedegrens. Van de kleine zelfstandigen zit 21,7% onder de armoedegrens.