Foto Alex Manne / US Army

IS is verslagen, waarom stopt de oorlog in Syrië dan niet?

De hele wereld volgt op de voet wat zich afspeelt in Oost-Ghouta, waar de burger­bevolking klem zit tussen de bommen van het Syrische leger en de terreur van de fundamentalistische rebellen. Het Turkse leger voert luchtaanvallen uit op de Koerden in Afrin en de Amerikaanse GI’s hebben zich permanent gevestigd in de Syrische woestijn. Komt er dan nooit een einde aan deze wrede oorlog?

De onschuldige slachtoffers van Oost-Ghouta en Afrin

Nu IS en de andere gewapende fundamentalistische groepen op bijna alle fronten verslagen zijn, begint de Syrische bevolking de hoop te koesteren dat het einde van de tunnel eindelijk in zicht komt. Maar daar is helaas geen sprake van. Sinds een maand is de burgerbevolking van Ghouta, een landelijke enclave dicht bij de hoofdstad Damascus, het slachtoffer van intensieve bombardementen van het Syrische leger, dat daarmee probeert de fundamentalistische rebellen (Jaych Al-Islam, Tahrir Al-Cham, Faylaq Al-Rahman) te verslaan. Die hebben de regio al sinds 2013 in handen. Al meer dan 1.000 mensen verloren  het leven sinds het begin van het offensief, dat sterk doet denken aan de belegering van Aleppo in december 2016. Net als in Aleppo zijn er ook hier bijzonder veel burgers onder de slachtoffers. Kinderen, vrouwen, mensen wier dood de onmenselijk zware balans van deze oorlog nog zwaarder maken. De oorlog maakt al 400.000 doden. Vluchten uit Ghouta is bijna onmogelijk, door de hevige gevechten, doordat de staakt-het-vurens niet of amper gerespecteerd worden of omdat de fundamentalisten die Ghouta controleren, de burgers als menselijk schild gebruiken en mensen die proberen te vluchten, neerschieten. Een echte calvarie voor al de vele mensen die daar vastzitten. Op 12 maart verklaarde de VN nochtans dat “meer dan duizend mensen dringend uit Ghouta zouden moeten worden geëvacueerd” om verzorging te krijgen.

Iets verder weg van de camera’s, 400 km ten noorden van Ghouta, is het kanton Afrin dan weer slachtoffer van een aanval van het Turkse leger en van enkele daarmee verbonden gewapende milities. Turkijze roept veiligheidsproblemen in ter verdediging van zijn interventie in dit grensgebied, dat onder controle staat van de Koerden. Hier zijn vooral de Eenheden van Volksbescherming (YPG) het mikpunt van de onaanvaardbare militaire inval. De YPG hebben flink meegevochten tegen IS en toch wordt de Turkse inval  in het Westen amper veroordeeld. Ook hier betalen de burgers een enorm hoge prijs.

De oorlog in Syrië gaat zijn achtste jaar in en de militaire activiteit van de VS en van Turkije op het Syrische grondgebied hebben dus nog altijd geen einde gemaakt aan het moordende conflict. Wellicht omdat de oorspronkelijke motieven van de oorlog nog altijd bestaan: de controle over de olievoorraden en het olietransport en over de geostrategische posities van waaruit je vijanden kunt bedreigen of verzwakken. Na zeven lange oorlogsjaren is het imperialisme er nog altijd niet in geslaagd het Syrische regime op de knieën te krijgen. En dat geeft niet op. Het heeft simpelweg zijn strategie aangepast aan de nieuwe machtsverhoudingen, zoals het dat elke keer doet.

Syrië, het schaakbord van de grote mogendheden

De neoliberale Amerikaanse economist Jeffrey Sachs publiceerde op 16 februari een artikel met de titel Een einde maken aan de rampzalige rol van de VS in Syrië.  De eerste zin is meteen duidelijk: “Het grootste deel van de slachting die Syrië nu al zeven jaar ondergaat, is te wijten aan de acties van de VS en zijn bondgenoten in het Midden-Oosten”. Iets verderop herinnert de auteur eraan dat de regering-Obama sinds 2011 al probeert de regering van Al-Assad omver te werpen, daarbij surfend op de golf van de Arabische Lente. Om dat te realiseren heeft Obama vanaf 2012 de CIA toelating gegeven om gewapende rebellengroepen te steunen. Volgens Sachs moest (en moet) de val van Assad helpen om de invloed van Rusland en Iran in de regio terug te dringen.

Vandaag is het territorium in het noordoosten van het land ten oosten van de Eufraat, de rivier die het land van noord naar zuid doorklieft, in handen van de Verenigde Staten. Zelf bestempelen ze dat gebied als hun “invloedszone”, een teken dat ze daar willen blijven. Donald Trump zei dan wel dat hij alleen naar Syrië trok om IS onschadelijk te maken, maar daar blijkt nu dus niks van aan. De regio is al bevrijd van islamisten van allerlei slag, maar toch heeft de internationale coalitie onder leiding van de Verenigde Staten op 7 februari regeringsgezinde milities gebombardeerd en daarbij 80 soldaten gedood in de regio Deir ez-Zor, dicht bij enkele belangrijke olieboorinstallaties. De Amerikanen zijn er niet in geslaagd president Assad ten val te brengen en nu zoeken ze een andere manier om de Syrische staat te verzwakken. Dat doen ze door de controle te behouden  over het deel van het Syrische grondgebied dat rijk is aan koolwaterstof en water, en door de Koerdische milities (YPG), bij wie ze de nationalistische eisen aanwakkeren en wettigen, te bewapenen en op te leiden.

Turkije, een strategisch belangrijk land voor de NAVO

Turkije van zijn kant maakt zich ongerust over de Amerikaanse steun aan de Koerdische Volksbeschermingseenheden van de YPG en heeft de aanval ingezet op het gebied rond Afrin in het noordwesten van Syrië, een enclave onder controle van de Koerden. Turkije is al decennia verwikkeld in een open conflict met de PKK (de Koerdische arbeiderspartij) die het als terroristisch beschouwt. De Turkse president Erdogan ziet met lede ogen toe hoe de Koerden aan de andere kant van de grens autonomie hebben verworven. Volgens hem zou dat de Koerden in Turkije op ideeën kunnen brengen. In het gebied rond Afrin hebben de bommen van de Turkse luchtmacht al honderden burgers gedood, maar op de grond boekt het Turkse leger nauwelijks terreinwinst. Sommige Koerden hadden verwacht dat de Verenigde Staten hen te hulp zou komen om de Turkse agressie te stoppen, maar de Verenigde Staten hoeden zich voor een frontale confrontatie met bondgenoot Turkije, een land waar zich meerdere strategische NAVO-basissen bevinden. Regeringsgezinde Syrische milities zijn wel neergestreken in het kanton Afrin en zij helpen de Koerdische strijders bij hun strijd tegen de Turkse agressor. Rusland biedt dan weer militaire steun aan de Syrische regering, maar is ook vaak opgetreden als bemiddelaar in het conflict, het startte onderhandelingen en besprekingen op en zorgde ervoor dat de Koerden meer bij het politieke proces werden betrokken. Het feit dat het Moskou tijdens de onderhandelingen in Astana erin is gelukt Turkije over te halen een partner te worden van Rusland en Iran is een diplomatieke prestatie die veel waarnemers niet mogelijk hadden geacht. De Russen zijn ervan overtuigd dat dit partnership een belangrijke stap kan zijn tegen de plannen van de Verenigde Staten en de NAVO in de regio.

Maar Rusland heeft zo  zijn eigen belangen. Het is niet uit altruïsme dat Poetin zijn leger naar Syrië heeft gestuurd. De Russische militaire basis  van Tartoes aan de Middellandse Zee is voor Rusland van enorm strategisch belang, bijvoorbeeld om te verhinderen dat de VS het Midden-Oosten nog meer in hun greep krijgen. Jeffrey Sachs besluit zijn artikel met de stelling dat het hoogtijd is dat de VS en hun bondgenoten wennen aan het idee dat Assad aanblijft, hoe onaangenaam dat ook mag lijken. Hij vindt het hoogtijd dat de VS in de Veiligheidsraad een meer realistische koers gaan varen “door de verschillende machten te duwen in de richting van een pragmatische vrede die een einde kan maken aan het bloedbad en die het Syrische volk weer kan doen ademen”.  Dat is inderdaad een noodzakelijke voorwaarde om een einde te maken aan de oorlog en om te kunnen uitkijken naar een Syrië in vrede en democratie.

Standpunt PVDA

De PVDA veroordeelt de Turkse aanval tegen Afrin met evenveel klem als ze dat doet met de zware bombardementen van het Syrische leger in Oost-Ghouta. De burgers betalen telkens een hoge prijs. We vragen dat alle partijen het staakt-het-vuren respecteren dat de VN-Veiligheidsraad heeft goedgekeurd.

De PVDA veroordeelt de ontplooiing van het Amerikaanse leger in het noordoosten van Syrië en de feitelijke bezetting van die regio. De Amerikaanse steun aan de democratische aspiraties van de Koerden is maar schijn. Net als overal elders in de wereld zijn hun bevlogen toespraken over democratie en mensenrechten louter een dekmantel voor hun eigen economische en geostrategische belangen. In werkelijkheid zoeken ze alleen een voorwendsel om in de regio te kunnen blijven, om de Syrische staat te verzwakken en de controle over de olievoorraden te behouden. Het is duidelijk dat de Verenigde Staten geen deel zijn van de oplossing maar wel van het probleem, waardoor de oorlogssituatie voor het Syrische volk blijft voortduren.

• Resolutie 2254 van de VN-Veiligheidsraad van december 2015 zet de VN de bakens uit voor het vredesproces in Syrië. De resolutie stelt dat het vredesproces moet verlopen met respect voor de soevereiniteit, de onafhankelijkheid, de eenheid en de territoriale integriteit van Syrië. Overeenkomstig deze resolutie verzetten wij ons tegen de buitenlandse agressie en interventies op Syrische bodem. De Verenigde Staten moeten het gebied ten oosten van de Eufraat verlaten, Turkije moet stoppen met zijn aanvallen op Afrin, Israël moet ophouden met de bombardementen die het geregeld op Syrisch grondgebied uitvoert. Het zijn de economische en strategische belangen van de buitenlandse mogendheden die het Syrische conflict apocalyptische proporties hebben doen krijgen en ervoor zorgen dat het na zeven jaar nog steeds niet is afgelopen. De hele Syrische bevolking is daar het slachtoffer van en dat moet zo snel mogelijk ophouden.

• De PVDA kant zich tegen elke discriminatie en elke aanval op de democratische rechten van de Koerden en de andere bevolkingsgroepen in de regio.

• Een basisprincipe van het internationaal recht is de soevereiniteit en de territoriale integriteit. Wij pleiten voor het behoud van die principes voor Syrië en de andere landen in de regio.

• Wij ondersteunen de lopende politieke onderhandelingen onder toezicht van Rusland, Iran en Turkije op basis van de resoluties 2401 en 2254 van de VN-Veiligheidsraad. Alleen een politieke oplossing die door alle Syrische partijen wordt aanvaard, kan een duurzame vrede op het hele Syrische grondgebied garanderen.