Foto Solidair, Antonio Gomez Garcia

Waarom de indexsprong geen 33.300 banen zal creëren

Volgens de Nationale Bank van België (NBB) zullen de regeringsmaatregelen tegen 2019 59.000 nieuwe jobs opleveren. Onder andere 33.300 dankzij de indexsprong en 16.500 dankzij een vermindering van de patronale sociale bijdragen van meer dan 960 miljoen in 2016. Maar klopt dat allemaal wel?

Welke argumenten haalt de Nationale Bank aan voor dergelijke voorspellingen?

De NBB stelt dat de indexsprong en de vermindering van de patronale sociale bijdragen de loonkosten zullen doen dalen. Op dit punt heeft de Nationale Bank volledig gelijk. Op basis van deze vaststelling, trekt ze twee conclusies:

1. het zal aanwervingen vergemakkelijken (en dus werk creëren);
2. het zal de prijzen van de producten doen dalen. Een daling van prijzen zal de vraag naar producten zowel in België (stijging van de binnenlandse vraag), als in het buitenland (stijging van de export) doen toenemen. Dit zou de werkgelegenheid verhogen.

De Nationale Bank noteert slechts één negatief effect van de indexsprong: het beschikbare inkomen van de gezinnen zal dalen met 1%, waardoor de consumptie van de gezinnen tegen 2018 met 0,5% zal dalen.

Dingen die “vergeten” zijn en die tot foute conclusies leiden

De Nationale Bank “vergeet” in haar studie echter een reeks parameters die leiden tot foute conclusies over jobcreatie.

1) In haar berekeningen vermeldt de Nationale Bank niet hoeveel jobs er in de openbare sector zullen verloren gaan door de besparingspolitiek.

Deze besparingspolitiek wordt steeds gerechtvaardigd door te wijzen op de staatsschuld. Maar die onder meer ontstaan door de vermindering van de patronale sociale bijdragen en indirect door de indexsprong zelf. De Nationale Bank voorspelt zelf dat de indexsprong de staatsschuld met 2%, of meer dan acht miljard euro, zal doen toenemen.

En de Europese Commissie verklaarde in juli 2014 zelf dat de groei in de werkgelegenheid in de privésector voor een groot deel zal tenietgedaan worden door het verdwijnen van jobs in de openbare sector (European Commission, European Economic Forcast, autumn 2014). Gevolg: de vooruitzichten zijn dat de werkloosheidsgraad niet beduidend zal dalen de komende jaren. Het Planbureau schatte in juli dat indien België het traject dat Europa uitstippelt, wil volgen, het 47.000 banen zal moeten schrappen.

2) In haar voorspellingen voor de export, doet de Nationale Bank alsof de toestand in andere landen hetzelfde is.

Niets is minder zeker. PVDA-volksvertegenwoordiger Raoul Hedebouw stelde expliciet de vraag. De Nationale Bank bevestigde dat ze geen rekening heeft gehouden met de loonevolutie in de buurlanden.

De Duitse economie stagneert, verschillende Europese landen geraken niet meer aan hun productieniveau van voor 2008. Waarom? Omdat zowat alle Europese landen dezelfde besparingspolitiek van loonmatiging toepassen. Met als gevolg dat de winsten die bedrijven opstrijken door concurrentiëler te zijn, zeer tijdelijk zijn (want de andere landen volgen dezelfde weg) en dat de vraag steeds kleiner wordt. Zoals de Internationale Arbeidsorganisatie reeds in 2012 uitlegde: “Een strategie die gebaseerd is op de vermindering van de arbeidskosten per eenheid – een frequent geformuleerde aanbeveling voor de landen in crisis – kan leiden tot een ‘wedren naar beneden’ op het vlak van het aandeel van de lonen en zo de globale vraag verminderen”.1 En het is in deze neerwaartse spiraal dat Europa zich vandaag stort.

3) De redenering van de Nationale Bank dat loonsverlaging zal leiden tot lagere prijzen, is gevaarlijk. Het meest waarschijnlijke gevolg van een verlaging van de lonen is een stijging van de winsten – die de overheid zelf begroot heeft door de inkomsten uit belastingen op de bedrijfswinsten te verhogen. De wetten die de prijzen regelen – en dan vooral op de internationale markt – zijn niet op de eerste plaats afhankelijk van hoe hoog de lonen zijn (maar wel van vraag en aanbod). De indexsprong en de vermindering van de patronale bijdragen zullen vooral een transfer inhouden van arbeid naar kapitaal zonder enige garantie op nieuwe jobs of lagere prijzen.

4) Bijna 4 miljard uitgeven (geschatte kost van de indexsprong en van de vermindering van de patronale sociale bijdragen) in de hoop tegen 2019 49.800 jobs te creëren zal duur betaald worden. In het beste geval komt dit overeen met een eenheidskost van 80.000 euro per creëerde job. Indien we rekening houden met het feit dat een job in de openbare sector gemiddeld de 25.000 euro niet overstijgt, kunnen we afleiden dat met dezelfde som geld 150.000 jobs gecreëerd zouden kunnen worden.

5) Raoul Hedebouw vroeg ook nog welke garantie er was dat bedrijven in jobcreatie zouden investeren met het geld dat ze winnen door de vermindering van de patronale bijdragen en de indexsprong. Waarom zouden ze dat geld niet gebruiken om hun winsten en hun dividenden te verhogen, zoals al bleek uit de vorige begroting? “Zeer terechte vraag”, antwoordde Jan Smet van de Nationale Bank. “Het enige wat ik u kan zeggen is dat we uitgaan van een investeringsmodel gelijk aan het gemiddelde van de laatste jaren in identieke omstandigheden.”

1 Samenvatting van het rapport over lonen, IAO, december 2012