Foto Willem Velthoven/Flickr

Zij vonden geen school voor hun kind

auteur: 

Webteam PVDA

In heel wat Vlaamse scholen startten op 1 maart de inschrijvingen voor volgend schooljaar. Gevolg: opnieuw lange wachtrijen en kamperende (groot)ouders. Een duidelijk geval van een Vlaamse regering die haar verantwoordelijkheid niet neemt.

Ze zijn er weer, de ouders en grootouders die kamperen voor de schoolpoort om kind of kleinkindlief ingeschreven te krijgen in de school van hun keuze. Steeds meer gemeenten voeren een systeem in van telefonisch of online inschrijven. De beelden van kampeertentjes voor de schoolpoort zullen dan wellicht verdwijnen, maar voor mensen die niet zo vertrouwd zijn met computer en internet wordt inschrijven minder vanzelfsprekend … In elk geval raakt lang niet elk kind binnen in een school in de buurt.

Geen job wegens tijdverlies

De familie Goris verhuisde enkele maanden geleden van Zaventem naar Nossegem. Helaas was er in de buurtschool geen plaats voor de kinderen Wout (7) en Jasmien (5). Er zat niets anders op dan de kinderen in Zaventem op school te laten. Eenvoudig is deze oplossing niet. Papa Goris werkt in de nachtploeg, dus brengt mama Goris – ondertussen hoogzwanger van een derde kindje – de twee kinderen met het openbaar vervoer naar Zaventem, waar ze nog een halve kilometer moeten stappen tot aan de school. Na haar zwangerschap wil ze graag opnieuw gaan werken. Maar zolang ze elke dag zoveel tijd verliest met het naar school brengen van de kinderen is de kans op een job klein.

Thuis werken, maar toch in de file

De familie Barish verhuisde van Tienen naar Kortenberg. Ze vonden een huis op wandelafstand van twee verschillende scholen. Ideaal, want papa werkt van thuis uit, dus een auto wordt overbodig. Maar beide scholen zijn volzet. Hun drie kinderen kunnen terecht in een school vijf kilometer verderop. Het betekent een dagelijkse rit in de file.

Een school vlakbij, maar geen plaats

De familie Coenen zoekt een bouwgrond tussen Brussel en Leuven. Met drie jonge kinderen is het belangrijk dat er een school in de buurt is. Als ze een ideaal lapje grond vinden op een steenworp van een school, aarzelen ze niet. Uiteindelijk blijkt er geen plaats te zijn in de buurtschool en moeten ze hun kinderen in een school in een andere (deel)gemeente inschrijven.

Een duidelijk gebrek aan scholen

Gemeentescholen of ‘vrije’ scholen hebben vaak niet meer genoeg financiële middelen om nieuwe schoolgebouwen op te trekken. En als er nieuwe verkavelingen zijn, vergeten de gemeenten ook vaak dat er voor al die nieuwkomers ook scholen moeten voorzien worden.

In Brussel nam het aantal leerlingen in het basis- en secundair onderwijs tussen 2010 en 2020 toe met respectievelijk 29.500 en 12.500. Bijkomende capaciteit is daar nog dringender dan in Antwerpen. Maar een oplossing is er nog moeilijker omdat de regeringen van de Vlaamse en de Franse gemeenschap elkaar sinds de communautarisering van het onderwijs eindeloos de hete aardappel toeschuiven. In september 2015 vonden 1.213 aangemelde kinderen geen plek gevonden in een Nederlandstalige basisschool. Het grootste deel hiervan vond uiteindelijk nog een plaats, vaak aan de andere kant van de stad of in een Franstalige school.

Concurrentie tussen onderwijsnetten en scholen

Om allerlei redenen slepen scholen een imago met zich mee. Een concentratieschool, met veel gekleurde kindjes, heeft vaak ook weinig financiële middelen en verouderde gebouwen, terwijl een elitaire ‘witte’ school vaak nieuwe klaslokalen heeft, met de modernste didactische middelen.

En je kunt het ouders – binnen deze situatie – niet kwalijk nemen dat ze voor hun kind ‘de beste school’ kiezen. Daarom zijn ze ook bereid te kamperen aan de schoolpoort en willen ze nadien iedere dag heel wat kilometers met de auto rijden om hun kind aan de school van hun keuze af te zetten.

De som van al deze individuele keuzes werkt echter de sociale segregatie (witte scholen, gekleurde scholen, arme scholen, rijke scholen …) in de hand en leidt tot gevolgen die voor de samenleving als geheel niet wenselijk zijn. (NICAISE e.a., Het Onderwijsdebat, p.38)

Is dit op te lossen?

Sinds 1989 is in Vlaanderen de Vlaamse regering bevoegd voor onderwijs. En die regering neemt haar verantwoordelijkheid niet op om te garanderen dat elk kind de komende jaren een plaats vindt in een school, met een bekwame leerkracht voor de klas.

De PVDA ijvert voor een inschrijvingsbeleid dat de sociale mix in alle scholen bevordert en dat voor elke leerling een plaats garandeert in een gemakkelijk bereikbare en sociaal gemengde school.

Het moet ook gedaan zijn met het schuldig verzuim en de struisvogelpolitiek van de diverse overheden. Ze moeten alles in het werk stellen om overal, voor elk kind, voldoende schoolcapaciteit te voorzien. Daarvoor is van essentieel belang dat de scholen openbaar eigendom blijven. De staat is dan ook verantwoordelijk voor het financieren van nieuwe scholenbouw.

Scholen moeten deel uitmaken van de buurt. De leer- en ontwikkelingskansen van kinderen nemen toe als er een sterkere band is tussen diverse scholen en door de samenwerking met wijkpartners (ouders, bibliotheek, basiseducatie, buurtdiensten, samenlevingsopbouw, sociaal-culturele, artistieke, sportverenigingen ...). De school moet een plaats zijn die toegankelijk is voor de buurtbewoners. Dat gaat gepaard met langere openingsuren, het beschikbaar stellen van de infrastructuur, enzovoort.

Algemeen belang niet strijdig met goede school voor mijn kind

Verder moet er nu eindelijk een einde komen aan de concurrentie tussen netten en scholen. Elke school moet beschikken over voldoende middelen om goed onderwijs voor alle kinderen te kunnen organiseren. De huidige versnippering van het onderwijsaanbod en de zogenaamde “vrije keuze” leiden tot een ongezonde concurrentie en tot sociale segregatie. OESO-cijfers tonen duidelijk aan dat in landen met een groot “privaat” (vrij) onderwijsnet de onderwijsachterstand van de armsten het grootst is.

Men kan ouders niet verwijten dat ze uit bezorgdheid om de kwaliteit van het onderwijs voor hun kinderen de ‘betere’ scholen kiezen. Maar de optelsom van die individuele keuzes (die mogelijk zijn door onze vrijheid van onderwijs) werkt de sociale segregatie in de hand en leidt tot gevolgen die voor de samenleving als geheel niet wenselijk zijn. Een onderwijsbeleid in functie van het algemeen belang – overal goede scholen – hoeft dan niet ten koste te gaan van het verlangen van ouders naar een goede school voor hun kinderen.

De huidige imagoconcurrentie tussen scholen moet plaats maken voor samenwerking in het belang van alle leerlingen en personeelsleden. Op termijn wil de PVDA één enkel openbaar onderwijsnet, gefinancierd door de centrale overheid en beheerd door één lokaal democratisch bestuur.