Foto Solidair, Karina Brys

Zonder essentiële toegevingen, zal de regering het sociale verzet niet klein krijgen

Foto Solidair, Karina Brys
Foto Solidair, Vinciane Convens
Foto Solidair, Salim Hellalet

Op de tribune van de Kamer zijn de meerderheidspartijen op donderdag 12 februari in alle hevigheid losgebarsten. Na de aankondiging door het gemeenschappelijk vakbondsfront van een nieuw actieplan, beginnend met een manifestatie op 11 maart in Brussel, volgden de reacties elkaar in sneltempo op. “Wij verwachten van de vakbonden dat zij de sociale vrede garanderen”, verklaarde Egbert Lachaert (Open Vld). Zuhal Demir (N-VA) deed daar nog een schep bovenop: “Het sociaal akkoord is afgesloten voor twee jaar, ik verwacht dus op zijn minst twee jaar sociale vrede in dit land.” Minister Kris Peeters (CD&V) stelde op zijn beurt: “Acties kunnen er komen, stakingen niet.” De spanning is te snijden, want ondanks deze manoeuvres slaagt de regering er niet in het sociale verzet te smoren.

Twee dagen eerder, dinsdag 10 februari, spraken de leidende organen van ACV en ABVV zich uit over het ontwerp van een sociaal akkoord. Het ABVV keurde het akkoord af en slechts 52% van de ACV-gedelegeerden keurde het op de Nationale Raad goed. Nog nooit is bij het ACV een akkoord met zo weinig marge goedgekeurd.

De regering was er als de kippen bij om deze goedkeuring toe te juichen. “De regering heeft zo een etappe afgelegd naar de sociale vrede”, zei een enthousiaste Charles Michel.[1] Maar wie nauwkeurig kijkt, ziet dat de regering en haar broodheren - de CEO’s van de grote bedrijven en hielenlikkers als Unizo-voorzitter Van Eetvelt - met een groot probleem blijven zitten.

Pyrrusoverwinning

Direct bij de bekendmaking van het resultaat van de stemming, kondigde ACV-voorzitter Marc Leemans nieuwe acties aan. Voor verschillende krantencommentatoren was het signaal duidelijk: “Er is een sociaal akkoord maar nog geen sociale vrede”, schreef De Standaard op 11 februari. “Het is niet omdat er een sociaal akkoord gesloten werd, dat aan de horizon ook sociale vrede gloort. De sociale lente zou wel eens heet kunnen worden”, klonk het in L’Echo. En De Morgen schreef: “De zo geprezen sociale stabiliteit die was bereikt, staat hiermee volledig op de helling.” De goedkeuring van het sociaal akkoord is een Pyrrusoverwinning en zal de tegenstellingen in de regering opnieuw doen toenemen.

De aankondiging van een nieuw actieplan, de mobilisatie bij de openbare diensten en de aankondiging van een grote burgerparade op 29 maart, georganiseerd door Hart boven Hard en Tout Autre Chose, laten zien dat het regeringsbeleid het hele land blijft beroeren en het verzet sterk blijft. “Het beleid van Charles Michel heeft de werkende mensen nog niet overtuigd, verre van.”[2] De regering krijgt het verzet niet klein en “lijdt gezichtsverlies”.[3]

Het gemeenschappelijk vakbondsfront blijft overeind

De regering wilde met het sociaal akkoord een wig drijven tussen het ABVV en het ACV. Ook dit mislukte, stelt Le Soir vast: “Het gemeenschappelijk front blijft overeind. Het ACV keurt het loonakkoord goed, maar lanceert samen met andere organisaties een actieplan dat kan uitmonden in stakingen.”

De regering hoopte ook dat de vakbonden met het aanvaarden van het sociaal akkoord hun verzet tegen de andere maatregelen van de regering zouden laten vallen. Niets is minder waar. Le Soir schrijft: “De vakbonden hebben hun visie sinds eind 2014 niet gewijzigd. Ze zijn om te beginnen fel gekant tegen de indexsprong...Ze willen er ook voor vechten dat de federale regering bij de budgettaire controle kiest voor een vermogensbelasting en maatregelen tegen fiscale fraude. Marc Goblet, secretaris-generaal van de FGTB: ‘Wij gaan ook vechten tegen de verhoging van de pensioenleeftijd en voor het behoud van de sociale zekerheid. Dat is altijd het doel geweest van het gemeenschappelijk front, er is niets veranderd.’ De liberale vakbond deelt de de eisen van de andere bonden.”[4]

De nachtmerrie van deze regering

De regering Michel-De Wever is deze week exact 4 maand aan de macht. Dankzij de klinkende verkiezingsoverwinning van de N-VA leek het een triomftocht te worden. Maar de regering krijgt het vakbondsverzet niet klein. Een vakbondsverzet dat voortdurend de tegenstellingen tussen CD&V enerzijds en N-VA en Open VLD anderzijds aanwakkert. Het sociaal akkoord bracht geen sociale vrede. De triomftocht begint om te slaan in een nachtmerrie. De vertwijfeling neemt toe. De Tijd verwoordt het zo: “Wat loopt er toch mis met de politieke rekenkunde achter de federale regering Michel? Ze bezet twee derde van de Nederlandstalige zetels in de Kamer en toch lijkt het alsof ze in Vlaanderen nog altijd moet vechten voor haar democratische legitimiteit.”[5] De toekomst belooft niet veel soelaas met de begrotingscontrole en het dossier voor een “meer rechtvaardige fiscaliteit”.

Om het sociaal verzet te ontmantelen, gokte de regering Michel-De Wever op twee pistes. Eerst was er de opstart van het sociaal overleg over een loonmarge. Dat bracht geen sociale vrede. Dan kwam de belofte om via een taxshift de fiscale druk op de werkende bevolking te verminderen. Het moment nadert om die belofte in te vullen. De zenuwachtigheid en de tegenstellingen tussen de regeringspartners nemen toe. De Tijd schrijft hierover: “Volgende maand begint dus ook de langverwachte discussie over de taxshift. Daarbij zal de moeilijkste opdracht worden het 'onrechtvaardigheidsgevoel' over belastingen te temperen zonder tegelijk belastingen in te voeren.”[6] In mensentaal: hoe gaat de regering de indruk kunnen wekken dat ze maatregelen neemt die de grote vermogens betreffen, zonder het effectief te doen. Dit heeft veel weg van een onmogelijke opgave. Zeker als de vakbonden de druk hoog houden met acties.

Regering in dienst van de superrijken en de grote bedrijven

Dit brengt ons bij de achillespees van deze regering. Deze regering staat vanaf de eerste dag in dienst van de 1% superrijke families in België en de grote bedrijven. De broodheren van deze regering zijn multimiljonairs, de CEO’s van de grote bedrijven en de multinationals. Zij willen de werkende bevolking doen opdraaien voor de aflossing van de staatsschuld en voor de voortdurende en steeds groeiende stroom geschenken aan miljonairs en bedrijven. “De N-VA wordt gezien als de partij van de 1% superrijken,” [7] zei Bart De Wever zorgelijk na de staking van 15 december. In de opiniepeiling van begin januari zakte zijn partij van 32% naar 27,8%, of een verlies van 4,2%.

Na de staking van 15 december 2014 stond deze regering met de rug tegen de muur.

Na de staking van 15 december 2014 stond deze regering met de rug tegen de muur. De vakantie en de strijd tegen het terrorisme, aangewakkerd na de aanslag op Charlie Hebdo, redde de regering uit haar benarde situatie. Dat liet zich onmiddellijk zien in de opiniepeilingen. Eind januari steeg de N-VA terug met 2,5% naar 29,3%.

Maar de nieuwe acties, de onthullingen over SwissLeaks en de komende discussie over een rechtvaardige fiscaliteit kunnen de situatie snel doen keren. Deze regering doet aan powerplay. Maar achter deze façade gaat een zwakke regeringsploeg schuil. Dat toont de sociale actie van de werkende bevolking en hun vakbonden al vier maanden lang aan. Ook De Tijd moet dit vaststellen: “Wat ontgoochelt aan de regering-Michel is dat ze aantrad met vier verkiezingsloze jaren voor de boeg, waarin we eindelijk eens de nodige hervormingen konden doorvoeren die jarenlang door continue verkiezingskoorts onhaalbaar waren. Vandaag is ze exact vier maanden bezig en nog altijd lijkt ze niet op volle toeren te draaien.”[8]

Staken of niet?

Staken doe je niet voor je plezier. Tegenstanders van de staking zeggen: “We betwisten regeringsmaatregelen. Stakingen treffen de werkgevers en niet de regering. Het is daarom aangewezen andere actiemiddelen te zoeken dan de staking, actiemiddelen die de regering treffen.”

Voorstanders verwijzen naar de opstelling van de werkgevers gedurende de laatste maanden. Tussen 1 en 30 december, de periode tijdens en na de stakingen, ging er geen dag voorbij of een of andere werkgever zette zich in de kranten af tegen de indexsprong, omdat “die de vakbonden woest maakte”. Het zette de regering onder zware druk. De Tijd schreef toen: “Het gemor uit de bedrijfswereld is een extra domper voor de regering. Die kreunt al maanden onder het gebeuk van de bonden en de oppositie dat ze de middenklasse laat bloeden om cadeaus uit te delen aan de rijken en de bedrijven. Nu ook de bedrijven aan de klaagmuur staan, lijkt de regering voor niemand nog goed te kunnen doen.”[9] De verklaring is niet ver te zoeken als men beseft dat de opdrachtgevers van deze regering de werkgevers en CEO’s van de grote bedrijven en multinationals zijn. De stakingen stopten en het gemor aan de kant van de werkgevers stopte ook. De regering kreeg terug ademruimte en voelde zich weer wat sterker.

De ingrediënten voor een echte overwinning

Alle ingrediënten voor een overwinning van het sociaal verzet zijn aanwezig. We zetten ze op een rij:

  • Een regering die niet weet te scoren en het verzet niet klein krijgt. Bovendien staat ze voor zware tot onmogelijke opgaven.
  • Het gemeenschappelijk vakbondsfront is intact gebleven, ondanks de verdelingsmanoeuvres van de regering.
  • Er is grote interprofessionele solidariteit. Met de aankondiging van nieuwe acties geven de vakbonden een duidelijk signaal: de privé zal de openbare diensten niet alleen laten.
  • We zien ook eenheid over de taalgrenzen heen. “De stemming op de Nationale Raad van het ACV toont aan dat er geen onderscheid te maken is tussen beide taalregio’s”, verklaarde Marc Leemans op de persbriefing na de Nationale Raad van het ACV.
  • Er is eenheid over de 4 centrale verzuchtingen: intrekking van de indexsprong, geen verhoging van de pensioenleeftijd, stop de afbouw van de openbare diensten en invoering van een vermogensbelasting. Een eenheid die de vakbondsverantwoordelijken deze week nog herhaalden.
  • Bij de bevolking bestaat een groot draagvlak voor de sociale actie. Kijk maar naar de oproep voor de Grote Parade van zondag 29 maart van de burgerbeweging Hart Boven Hard en Toute Autre Chose.
  • De werkende bevolking getuigt van een blijvende actiebereidheid. Kijk maar naar de recente acties van de bruggepensioneerden tegen de “actieve en passieve beschikbaarheid” tot 65 jaar. Ook op de Nationale Raad van het ACV pleitte zowel voor- als tegenstanders van het sociaal akkoord voor nieuwe acties. Algemeen secretaris van het ACV, Marie-Hélène Ska, stelde bij de RTBF terecht: “Het doel van een syndicale organisatie is niet sociale vrede maar sociale rechtvaardigheid.”[10]
  • Tot slot is er het internationale klimaat, waarin de linkse regering van Griekenland zich durft te verzetten tegen het besparingsbeleid van de Europese Commissie. Ook dat versterkt in België de sociale strijd voor een sociaal alternatief.

 

____________________________

[1] L’Echo, 11 février 2015

[2] L’Echo, 11 février 2015

[3] De Morgen, 11 februari 2015

[4] Le Soir, 11 février 2015

[5] De Tijd, 11 februari 2015

[6] De Tijd, 11 februari 2015

[7] http://m.newsmonkey.be/article/27421

[8] De Tijd, 11 februari 2015

[9] De Tijd, 30 december 2014.

[10] http://www.rtbf.be/info/belgique/detail_marie-helene-ska-notre-premier-combat-reste-contre-le-saut-d-index?id=8904052