Zware beroepen: iedereen verliest

“Elk beroep is zwaar”, horen we vaak. Terecht, want de werkdruk is overal gestegen en voor bijna iedereen is tot 67 werken niet te doen. In de grootwarenhuizen, in de fabrieken, in de zorg, in het onderwijs, in de logistiek, bij het openbaar vervoer, enzovoorts. Door de regeringsmaatregelen die oudere werknemers verplichten langer te werken, zoeken veel mensen naar een individuele uitweg via de erkenning als zwaar beroep. Ieder-voor-zich, dat is wat de regering wil bereiken met haar verdeel-en-heerspolitiek. Maar is dat wel de oplossing?

Altijd maar langer werken

Tot voor enkele jaren was het voor iedereen duidelijk. In de openbare diensten waren er voor de zware beroepen de tantièmes, in de privé ging het over werk in ploegen, nachtwerk en werk in onderbroken diensten. Na zo’n loopbaan kon een werknemer op zijn 56 met brugpensioen vertrekken als hij 33 jaren had gewerkt. Eindelijk verdiende rust en nog enkele jaren genieten in min of meer goede gezondheid.
De regering-Di Rupo trok al een streep door de rekening van veel moegewerkte zware beroepers: ze konden nog maar pas op 58 jaar en na 35 gewerkte jaren vertrekken. De regering-Michel zette pas echt de hakbijl in het systeem door voor een groot aantal zware beroepers de zogenaamde beschikbaarheid in te voeren: sindsdien moet iemand die na tientallen jaren hard labeur niet meer kan werken, tóch ingaan op aanbiedingen van de VDAB.

Een voorbeeld. Rudy begon als piepjonge lasser in de automobiel en ging later voor een iets hoger loon in een metaalconstructiebedrijf aan de slag. Hij kreeg ernstige rugklachten en besliste uit te stappen op z’n 58. Even later werd hij opgeroepen en moest hij als gegeerde lasser weer aan de slag bij een zelfstandige aannemer. Elke ochtend om 5 u uit de veren, met een pijnlijke rug het busje in voor opdrachten in heel België. Hij had zich z’n brugpensioen wel anders voorgesteld …

“Ze pakken onze beste jaren af”, getuigt een arbeider in De Grote Pensioenroof (te bestellen op pvdashop.be), de bestseller waarmee Kim De Witte de regering de daver op het lijf jaagt. Die arbeider heeft helemaal gelijk, want we zijn niet gelijk voor de dood. Een werknemer zonder diploma, in een zware job, leeft gemiddeld 18 tot 25 jaar minder lang in goede gezondheid dan een minister. Het recht op brugpensioen beknotten, betekent dus gezonde levensjaren afpakken van duizenden hardwerkende mensen.

Nieuwe maatregelen om ons nog langer te doen werken

De regering-Michel laat het daar niet bij. N-VA, CD&V, Open Vld en MR kwamen in 2014 in het regeerakkoord overeen om de leeftijd opnieuw te verhogen en de criteria voor zwaar beroep te verstrengen. Daar kwam zoveel verzet tegen, dat de regering haar beslissing telkens opnieuw uitstelde. Maar in januari bleek er toch onheil op komst. We konden de hand leggen op een voorontwerp van wet waaruit bleek dat een aanval op de zware beroepen concreet en nabij was. Zowel in de openbare diensten als in de privé. De ministerraad van 30 maart 2018 gaf minister van Pensioenen Bacquelaine de opdracht de vakbonden te overtuigen. Die lanceerde een filmpje om de publieke opinie te verleiden met voorbeelden waaruit moest blijken dat sommigen na de nieuwe maatregelen vroeger met pensioen kunnen gaan en “niemand pensioen zal verliezen”.

Met PVDA konden we die ballon onmiddellijk doorprikken. Meer dan waarschijnlijk ligt er een nieuw plan B op tafel en zal de regering de wettekst proberen door onze strot te duwen zoals ze de voorbije jaren met bijna alle sociaaleconomische dossiers deed. Reden te meer om van de pensioenbetoging van 16 mei een succes te maken en de regering een halt toe te roepen.

Iedereen verliest

De regering laat uitschijnen dat er over de lijst van zware beroepen kan onderhandeld worden. Boerenbedrog, want intussen besliste ze dat niemand nog kan stoppen met werken voor z’n 60ste en dat je 40 werkjaren op de teller moet hebben. De meerderheid van de vrouwen en bijna een kwart van de mannen geraakt daar nooit aan, zwaar beroep of niet. Voor de andere werknemers willen regering en patronaat de lijst van zware beroepen maximaal beperken. De discussie over de criteria is al een teken aan de wand. De vakbonden schuiven vier criteria naar voren: fysiek zwaar werk, belastende werkorganisatie, gevaarlijk werk en stress. De regering wil stress niet als apart criterium meenemen.

Wie vandaag een zwaar beroep uitoefent, wordt dus niet gespaard: als de regering haar zin krijgt, gaat de leeftijd omhoog van 58 jaar naar 60 jaar, en de vereiste werkjaren van 35 naar 40.

Wie straks nog erkend wordt als zwaar beroep, krijgt een coëfficiënt van 1,05, 1,10 of 1,15 toegekend, volgens de criteria die op de job van toepassing zijn. Die coëfficiënt wordt alleen toegepast op de jaren die effectief in het zwaar beroep gepresteerd zijn. Iemand die 20 jaar in een zwaar beroep werkte waarvoor de coëfficiënt 1,05 werd toegekend, mag zijn aantal gewerkte jaren verhogen met 1,05. In dit geval wordt dat dus 20 x 1,05 = 21. De werknemer in kwestie bereikt dus de loopbaanvereiste van 40 gewerkte jaren één jaar sneller dan andere werknemers. Maar er zit een dikke adder onder het gras. Hij kan daarmee wel iets vroeger stoppen met werken, maar de jaren die er fictief bijkomen, worden niet meegeteld bij de berekening van zijn pensioen. Gevolg: hij verliest 54 tot 254 euro per maand, levenslang! Zo berekende het ABVV.

Al wie een beroep uitoefent dat niet als zwaar beroep erkend wordt, moet werken tot 67 jaar, met uitzondering van het vervroegd pensioen. De weinige uitstapmogelijkheden die er nog resten tussen 60 en 67 jaar zullen een flinke hap uit je pensioen kosten.

De conclusie is beenhard. Niemand wordt gespaard. Iedereen verliest met de nieuwe maatregelen. De zware beroepers moeten langer werken en krijgen minder pensioen als ze uitstappen. Het verlies kan oplopen tot 254 euro per maand. De niet-zware beroepers verliezen ook hun uitstapmogelijkheid voor 60 jaar (momenteel 59 jaar) en verliezen bovendien bij uitstap een groot deel van hun gelijkstellingen waardoor ze ook 100, 200 of meer euro pensioen kwijtspelen.

Als iedereen verliest, wie wint dan bij deze nieuwe pensioenafbraak?

Uit een document van de Inspectie van Financiën blijkt dat de regering uitgaat van een besparing van 1,4 miljard over 5 jaar, alleen al door de afschaffing van de tantièmes bij de ambtenaren! Het nieuwe systeem zou een stuk minder ‘kosten’. Ook in de privé wil men serieus besparen door de brugpensioenen voor 60 jaar af te schaffen. De extra uitgaven die de nieuwe maatregelen meebrengen, liggen veel lager dan de miljarden euro die men bespaart. De regering zet natuurlijk de extra uitgaven dik in de verf om zand in de ogen van de mensen te strooien en te doen uitschijnen dat de hervormingen positief zijn. Wie het van dichterbij bekijkt, weet beter. Het gaat over de grootste besparingen van de hele legislatuur. We weten ondertussen ook waarom de regering op pensioenen wil besparen: ze schuiven het geld liever door naar de multinationals en miljonairs. Die mogen ongestraft fortuinen doorsluizen naar Panama en krijgen de ene na de andere korting op belastingen.

Koppel Silvia & Patrick kan kiezen: doorwerken in zwaar beroep of vroeger stoppen maar honderden euro pensioen verliezen
Silvia is zorgkundige in een rusthuis. Elke dag verzorgt ze met een ploeg van zes meer dan zestig mensen: wassen, in bad steken, bedden dekken, eten geven, medicatie uitdelen ... Ze is nu al geradbraakt en ziet het niet zitten om tot 67 te werken. Ze kan een aangepaste job krijgen, maar dan riskeert ze binnenkort haar werkjaren in zwaar beroep te verliezen. Haar vriend Patrick is onderhoudstechnicus in een klein chemiebedrijf. Mogelijk krijgt zijn job de hoogste coëfficiënt. Dan mag hij uitstappen op 60 jaar, maar verliest hij wel 254 euro pensioen, levenslang. Het koppel zal moeten kiezen tussen verder zwoegen in hun zware job of een aanzienlijk deel van hun pensioen inleveren. Een onrechtvaardige keuze. Silvia en Patrick hebben het wel gehad met de maatregelen.

Net zoals Bruno. Hij begon op zijn 18 te werken in de bouw en deed meer dan 20 jaar ploegenarbeid. Met de huidige voorwaarden kan hij op 58 jaar met brugpensioen en krijgt hij minstens 2.150 euro bruto pensioen per maand. Als de regering-Michel haar hervorming doorvoert, moet Bruno twee jaar langer werken en krijgt hij 150 euro pensioen per maand minder!

Hoe komt dat? Wel, de regering wil de pensioenleeftijd verhogen én de jaren die erkend worden onder de coëfficiënt zwaar beroep niet laten meetellen voor de pensioenberekening. Bruno wordt dus dubbel gestraft.

De visie van PVDA

PVDA verdedigt het recht op pensioen, een periode van rust in relatief goede gezondheid na je loopbaan.

  • Wie een zwaar beroep heeft, moet kunnen uitstappen vanaf 58 jaar, zonder financiële sanctie.
  • Het vervroegd pensioen moet voor iedereen opnieuw op 60 jaar, mits 35 werkjaren. In plaats van 63 jaar, mits 42 werkjaren. Want driekwart van de vrouwen geraakt niet aan 42 volledige werkjaren.
  • De wetttelijke pensioenleeftijd moet terug naar 65 jaar, in plaats van 67.
  • De pensioenbedragen moeten ook omhoog. Onze pensioenen zitten bij de laagste van Europa. In de privé moeten ze naar 75% van het gemiddeld loon, in plaats van 60%. En er moet een pensioengarantie komen van minstens 1.500 euro netto.

 

Zet ook jouw handtekening, verdedig onze pensioenen