Ludieke actie van de leerkrachten van het Sint-Jozefsinstituut in La Louvière tegen de hervorming van de pensioenen, op 1 februari. (Foto Solidair)

Zware beroepen: weg met het voorstel van Bacquelaine

auteur: 

Kim De Witte

In januari onthulde de PVDA het wetsontwerp van minister van Pensioenen Bacquelaine (MR) over de zware beroepen. Voor veel ambtenaren zullen zijn voorstellen diep in hun pensioenrechten snijden. De ACOD wil dan ook op 27 februari actie voeren. Wat maakt de werknemers uit de publieke sector zo boos?

Vroeger stoppen = lager pensioen

In 2015 trok de regering de pensioenleeftijd op tot 67 jaar. Een maatregel waartegen een meerderheid van de Belgen zich tot vandaag nog altijd verzet. “Geen nood,” zei de regering, “wie een beroep uitoefent dat als zwaar erkend wordt, kan nog steeds vroeger met pensioen.” Veel werknemers uit de publieke en de private sector hopen dus dat hun beroep als zwaar wordt erkend om zo toch nog voor hun 67 te kunnen stoppen.

Minister Bacquelaine laat werknemers die een job uitoefenen die als zwaar beroep erkend kan worden, kiezen tussen pest en cholera. De werknemer kan vroeger met pensioen gaan — vanaf 60 jaar of wellicht veeleer vanaf 63 jaar — maar dan met een lager pensioen. Wil hij een (iets) hoger pensioen, dan moet hij langer blijven werken. De bedoeling van de minister is duidelijk: “Ervoor zorgen dat de beroepsactiviteit langer wordt voortgezet, in overeenstemming met het doel dat de regering zich heeft gesteld bij de pensioenhervorming”.1

Minister Bacquelaine wil “werken belonen” met een zwareberoepenbonus: wie vroeger met pensioen kan maar toch blijft werken, krijgt een bonus. Maar dat mag het pensioen nooit hoger brengen dan het maximum van 75%, met andere woorden, niet hoger dan het maximumbedrag dat vandaag al geldt. Langer werken om meer te verdienen? Niets is minder waar. Het zal zijn “werken om minder te verdienen of in het beste geval hetzelfde verdienen als voordien”.

Dat schrijft ook de krant Le Soir (7 februari 2018). “Voor de ACOD bestaat er geen enkele twijfel: de hervorming zal de situatie van de werknemers verslechteren. Die vaststelling is gebaseerd op berekeningen die ook door de minister van Pensioenen niet worden betwist.”

Afschaffing tantièmes: verlies van honderden euro pensioen per maand

Maar er is meer. De werknemers die vandaag het voordeel genieten van de preferentiële tantièmes  (spoorwegpersoneel, leerkrachten …), maar wier baan in de toekomst niet langer als zwaar beroep wordt erkend, zullen de dienstjaren die ze gepresteerd hebben in het tantièmesysteem - van bijvoorbeeld 55 of 50 - afgeschaft zien worden en geformaliseerd naar tantièmes 60. Alleen als een beroep als zwaar wordt erkend (na 2019) blijven de preferentiële tantièmes voor de gewerkte jaren gehandhaafd. Want vanaf nu zullen alle pensioenen berekend worden in 60sten. Deze maatregel zal in zijn eentje leiden tot het verlies van honderden euro’s pensioen per maand.

In een vertrouwelijke nota stelt de regering ook dat “de kostprijs van de erkenning van de zware beroepen lager moet liggen dan wat de afschaffing van de preferentiële tantièmes (en de verhogingscoëfficiënten) en de speciale regimes (militairen en NMBS) opbrengt.” De regering gaat zelfs nog een stap verder: “In totaal moet de hervorming zware beroepen in de openbare sector in 2060 een gecumuleerde besparing geven van 2,5 miljard euro.”

Vertaling: het recht van sommigen met een zwaar beroep om een beetje vroeger met pensioen te gaan, zal volledig betaald worden door een verlaging van de pensioenen in het spoor en het onderwijs, het postpersoneel en alle anderen die van de preferentiële tantièmes genieten, en door de afschaffing van de sociale verworvenheden van de militairen en het rijdend personeel van de NMBS. Er wordt dus flink wat geld uit de enen hun zaken genomen om in ruil enkele kruimels in andere zakken te steken.

Verdeeldheid zaaien onder werknemers om hervorming door te drukken

De financiering van dit systeem van zware arbeid en van de overgangsperiode is helemaal niet gegarandeerd. De enveloppe zal bijzonder klein zijn. Het “echte” debat moet nog beginnen: wie zal er op de lijst staan en wie niet?

De regering trekt voor de zware beroepen een globale enveloppe uit voor de publieke en de private sector. De pers maakt gewag van een heel laag bedrag, 40 miljoen euro per jaar, veel te weinig voor alle werknemers die vandaag een zwaar beroep uitoefenen. Het gevolg is dat niet alle zware beroepen nog als zodanig zullen worden erkend en de regering verdeeldheid zal willen zaaien tussen het spoorpersoneel, de leerkrachten en het postpersoneel, maar ook alle werknemers in de privé tegen elkaar zal willen opzetten.

Het personeel van het spoor, de post en het onderwijs, die acties gaan voeren, hebben dat goed begrepen en daarom zijn ze zo boos.

Hetzelfde schuitje

De pensioenhervorming treft de hele werkende bevolking. De overheid schaft voor de ambtenaren de mogelijkheid af om te vertrekken voor de leeftijd van 60 jaar en ze pakt tegelijkertijd het brugpensioen voor werknemers in de privésector aan. Dit heeft vooral een impact op grote privésectoren waar vandaag nog een brugpensioen op 58 geldt voor band- en ploegenwerk (de metaal, de chemie, de luchthaven ...). Het verhogen van de brugpensioenleeftijd van 58 naar 60 jaar zou al kunnen ingaan vanaf 2019, zoals voor de zware beroepen. Sommigen willen nog verder gaan: in Het Laatste Nieuws van 10 januari pleit de N-VA voor een volledige afschaffing van het systeem van de brugpensioenen.

De weg effenen voor pensioen met punten

Met het vastleggen van de zware beroepen bereidt de regering een nog veel grotere aanval voor: het pensioen met punten. Dat zal de hele werkende bevolking raken. Een liberaal parlementslid noemde het “de grootste pensioenhervorming sinds de Tweede Wereldoorlog”. Om haar slag thuis te halen, moet de regering ter voorbereiding het hele pensioensysteem aanpassen en daar komt het dossier van de zware beroepen om de hoek loeren. De manier waarop de regering de erkenning van zware beroepen wil opleggen aan de werkende bevolking maakt deel uit van haar globale plan. De zwaarte wordt berekend als een soort coëfficiënt, een soort “punt” en dat stemt perfect overeen met de algemene logica van het pensioen met punten.

Hoe de strategie van de regering afblokken?

In februari, maart en april heeft de sociale beweging een unieke kans om nog voor de verkiezingen een groot actie- en informatieplan op te stellen. En zo de regering te dwingen het pensioendossier definitief af te voeren. Een unieke kans waarbij ze gebruik moet maken van het enthousiasme dat nog nazindert sinds 19 december. Het is een gedroomd moment, nog ver genoeg verwijderd van de examen- en vakantieperiode, om de regering politiek hard te raken.

Zoals de Oostenrijkers in 2003. Die kwamen massaal op straat voor hun pensioen in een beweging van lange adem met tal van grootschalige manifestaties. De hele mobilisatie deed trouwens niet alleen de toenmalige Oostenrijkse regering terugkrabbelen, ze bracht ook een harde politieke slag toe aan de rechtse en extreemrechtse partijen die toen de regering vormden en een jaar later tijdens de verkiezingen flink verloren.

Dat de syndicale organisaties de aanvallen op het pensioen op grote schaal aanpakken, is een heel goed teken. De actiedag van het ACOD tonen dat Bacquelaine zijn hervorming van de zware beroepen er niet zomaar door zal krijgen. Veel vakbondsmilitanten hopen dat dit pas het begin is van een hete lente, met grote nationale betogingen georganiseerd door overkoepelende sectoren en verenigingen.

De PVDA heeft een actie ter verdediging van de pensioenen. Je vindt ze op www.blijfvanonspensioen.be

1. Zoals blijkt uit de notulen van de vergadering tussen de verschillende regeringskabinetten die we hebben kunnen inkijken.

2. De tantième is een breuk, met een teller en een noemer. Ze is erg belangrijk bij de berekening van het pensioen. Normaal gezien hebben ambtenaren een tantième van 60. Dat betekent dat ze na 45 jaar werken, een volledig pensioen hebben (want 45/60 = 75 %, het maximale pensioen dat een ambtenaar kan krijgen, 75% van het gemiddelde loon van de 10 laatste jaren). Bij lagere tantièmes (55 bijvoorbeeld, zoals voor het niet-rollend personeel van de NMBS en het onderwijzend personeel), zijn minder jaren dienst nodig om van een volledig pensioen te kunnen genieten.