Gezonde levensverwachting van werknemers zonder diploma ligt tot 25 jaar lager: recht op brugpensioen is geen overbodige luxe

Kim De Witte

"Wie een diploma aan de muur heeft hangen, leeft drie tot vijf jaar langer. Meer nog: hij of zij blijft 18 tot 25 jaar langer gezond dan wie geen hogere studies heeft gedaan. Het aantal jaren dat laaggeschoolden gezond kunnen doorbrengen, kalft bovendien steeds verder af. Waar een 25-jarige vrouw zonder diploma in 1997 gemiddeld tot haar 58ste gezond bleef, is dat nu slechts tot haar 49ste.” Dit zijn de choquerende cijfers uit een vandaag bekend gemaakt onderzoek van Dokters van de Wereld, dat samen met het Riziv en de mutualiteiten het sociale vangnet in België analyseerde. De resultaten zijn niet nieuw. Verschillende onderzoeken, waaronder ook een recent onderzoek van Geneeskunde voor het Volk, kwamen tot gelijkaardige resultaten[1].  

“De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat werknemers die minder lang leven en tot 25 jaar minder lang in goede gezondheid verkeren, recht hebben op rust na een leven van intense arbeid.” Zo zegt Kim De Witte, pensioenspecialist van de PVDA+ en lijsttrekker voor de Kamer in de provincie Limburg.

De vraag naar brugpensioen van werknemers bij Arcelor-Mittal, Afga-Gevaert, Ford Genk, … vertrekt van een welbepaalde sociale realiteit: chronische vermoeidheid, ziekte en uitputting na een loopbaan van intense arbeid. “Het gelijkheidsbeginsel in onze grondwet verplicht niet alleen om gelijke gevallen gelijk te behandelen, het verplicht ook om ongelijke gevallen ongelijk te behandelen”, aldus Kim De Witte. “Werknemers die tot 25 jaar minder lang in goede gezondheid verkeren, hebben recht op rust tijdens de herfst van hun leven. Het brugpensioen maakt dat recht concreet.”  

Het pensioenprogramma van de PVDA+ voorziet het behoud van het recht op brugpensioen vanaf 58 jaar, mits voldaan is aan een loopbaanvoorwaarde van 35 jaar. Voor zware beroepen kan brugpensioen vanaf 56 jaar, met een loopbaanvoorwaarde van 33 jaar. Daarnaast pleit de PVDA+ voor fakkelbanen: ouderen geven de fakkel door aan jongeren, via de uitbreiding van de vervangingsplicht voor elke werknemer die met brugpensioen vertrekt.  

Het feit dat de gezondheidskloof groeit in ons land heeft volgens Dokters van de Wereld niet alleen te maken met de economische crisis. Het heeft ook te maken met een mentaliteitsverandering. Er is steeds minder bereidheid om de allerzwaksten te helpen. Het individu krijgt alle verantwoordelijkheid voor zijn sociaal-economische situatie. Maatschappelijke oorzaken worden ontkend. Eerder onderzoek toonde reeds aan dat de hoofdoorzaak van de verschillen in (gezonde) levensverwachting ligt bij de arbeidsomstandigheden: blootstelling aan gevaarlijke producten, werkritme, belasting van het lichaam, stress door werkonzekerheid, …[2].

Het recht op brugpensioen is betaalbaar. De Witte ziet vier mogelijkheden voor minder uitgaven of extra inkomsten:

Ten eerste ontvangt de bruggepensioneerde een bedrijfstoeslag van de werkgever, waarop belastingen betaald worden. Dat zijn extra inkomsten voor de overheid.  

Ten tweede zorgt een correcte toepassing van de vervangingsplicht van de bruggepensioneerden voor meer jongeren die aan het werk zijn en voor extra inkomsten voor de overheid en de sociale zekerheid.  
Ten derde komen werknemers die zijn opgewerkt nu terecht in de werkloosheid of de ziekteverzekering. De werkloosheidsuitkering die een bruggepensioneerde krijgt is maximaal begrensd op 1.175,98 euro per maand. Dat bedrag ligt lager dan de maximale werkloosheidsuitkering die een werkzoekende krijgt.  

Ten vierde zorgt het recht op brugpensioen in een aantal gevallen voor een daling van de totale uitgaven van de sociale zekerheid.

Persdienst PVDA

[1] K. Van Bever, T. Engelbeen, E. Van Reusel en D. Van Duppen (2011), Retirement and socioeconomic inequalities, BMJ 2011, 342:c7400; H. Van Oyen, P. Deboosere, V. Lorant en R. Charafeddine (eds.) (2011), Sociale ongelijkheden in gezondheid in België, Gent, Academia Press, 34-36; N. Bossuyt, S. Gadeyne, P. Deboosere en H. Van Oyen (2004), Socioeconomic inequalities in health expectancy in Belgium, Public Health 2004, 118(1), 3-10.

[2] W. Nusselder, C. Looman, J. Mackenbach, M. Huisman, H. Van Oyen, P. Deboosere, S. Gadeyne en A. Kunst (2005), The contribution of specific diseases to educational disparities in disability-free life expectancy, American Journal of Public Health 2005, 95(11), 2035-2041.

Commentaar toevoegen